zaterdag 1 december 2018

Bij de gilets jaunes



Even na enen op zaterdag stonden er tien mensen met gele hesjes op de hoek van het Wilhelminaplein. Dat was de Friese afdeling van de losjes georganiseerde gilets jaunes, een uit Frankrijk overgewaaide protestbeweging, oorspronkelijk tegen hoge dieselprijzen.

Omrop Fryslân was erbij, collega José van de Leeuwarder Courant, er waren een paar fotografen en mensen van nieuwswebsites. Dus in die zin was de actie al geslaagd.

Ik keek van een afstand toe of er iets zou gebeuren. Schumi at intussen pepernotenrestjes van het plein. Een man met een baard liet een boek aan mensen zien en zei duidelijk hoorbaar: ,,Wij zijn nobele mensen!'' Een ander nam nu en dan een slokje Monster Energy.

Een vrouw vertelde twee motoragenten dat ze niks verkeerds gingen doen, anders dan in Frankrijk: ,,We zijn hier in Nederland. We zijn vredelievend.'' De motoragenten vertrokken weer. Nieuwelingen konden een geel hesje uit een tas krijgen.

Een wat oudere man met een pet op, die ik wel vaker tegenkom op het plein, probeerde de aandacht van Schumi te trekken. Hij stak zijn hand uit en deed Tsk Tsk. Maar Schumi trapt daar niet snel in, zeker als er geen voedsel in het spel is.

,,Wat is dit?'', vroeg de man.

,,Protesten'', zei ik. ,,Uit ontevredenheid.''

,,Waartegen?'', zei de man.

,,Dat weet ik niet precies'', zei ik. ,,Ze hebben geen spandoeken of zoiets.''

,,Dan weet ik het wel'', zei de man beslist. ,,Het is tegen Balkenende.''

Hij liep er naar toe en kwam na een kort gesprekje weer terug.

,,Wilde u niet meedoen?'', vroeg ik.

,,Het is niet tegen Balkenende'', zei hij met iets van teleurstelling in zijn stem. ,,Tegen die andere.''

,,Rutte?''

,,Ja. En dat de benzine te duur is.'' Het was hem de moeite van het aantrekken van zo'n hesje niet waard.


dinsdag 27 november 2018

Bertolucci è morto! È morto Bertolucci!


Novecento

Niemand zal me horen zeggen dat Novecento een slechte film is, want dat is hij niet.

Als hij nu op tv zou zijn, zou ik kijken. Hij heeft prachtige scenes die altijd blijven hangen.

Burt Lancaster als hoofd van zo'n Italiaanse bourgeoisfamilie, Sterling Hayden - onterecht vergeten acteur - als boer die zijn eigen oor afsnijdt, of het doortrapte fascistische stel, gespeeld door Donald Sutherland op zijn sinisterst en de boosaardige Laura Betti. Ik hoor ze zo weer samenspannend praten over de woning van la vedova Pioppi, waar ze op azen. Of die groep hoge heren, die na een jachtpartij hun geweren tegen elkaar zetten in een kerkje.

Maar er zijn ook stukken in waar ik niks mee had, en die hebben allemaal met de arbeidersklasse te maken. Dat reusachtige schilderij van Giuseppe Pellizza da Volpedo van hierboven, waar de film mee begint, zegt dat al. Waar je aan de ene kant al die markante personages hebt, is aan de andere kant het volk, dat samen opmarcheert, zingt, protesteert en aan het eind met grote rode vlaggen door de velden rent.

Ja klopt, Bertolucci is overtuigd marxist, hier ligt zijn hart en deze boodschap wil hij uitdragen. De moraal is dat na de Tweede Wereldoorlog schoon schip kan worden gemaakt en een nieuwe tijd begint. Best, maar toch doet deze versie van de klassenstrijd simplistisch en schematisch aan. Dit volk ruikt naar vormingswerk, niet naar echte mensen. Elke keer als ik de film zag, stoorde dat.


Last Tango in Paris

Al een tijdje ben ik bezig de boekenkast beter in te delen, zodat er geen stapels meer voor liggen. Omdat de stapels langzamerhand grotendeels weg zijn gewerkt, zie ik dat ik maar liefst drie biografieën heb over Marlon Brando. Dat wil zeggen, twee biografieën en een autobiografie.

Dat is wel veel, maar ik troost me met de herinnering aan Ron van Zonneveld, die kasten vol boeken over James Dean had.

Brando was begin jaren zeventig helemaal uit. Toen kwamen kort na elkaar The Godfather en Last Tango in Paris en daar was hij weer.

Brando over Last Tango: ,,Ik had een van de meer vernederende ervaringen uit mijn loopbaan bij het maken van deze film in 1972. Ik moest een scene spelen in het Parijse appartement waar Paul en Jeanne elkaar ontmoeten, en ik zou frontaal naakt in beeld komen. Maar het was zo'n koude dag dat mijn penis tot pinda-grootte ineenschrompelde. Ik realiseerde me dat ik het zo niet kon spelen, dus ik liep in mijn nakie door het appartement heen en weer, hopend op magie. Ik heb altijd geloofd in de kracht van de geest over de materie, dus ik concentreerde me op mijn geslachtsdelen, ik probeerde mijn penis en testikels tot groei te dwingen. Maar mijn geest liet me in de steek.''

Uit een van de biografieën blijkt dat hij niet zo makkelijk naakt rondliep: hij vond zichzelf veel te dik, hij was op dieet voor de film maar dat was nog niet klaar. Daarom heeft hij in het appartement vaak een jas aan en filmde cameraman Vittorio Storaro zo, dat Maria Schneider, ook naakt, het zicht op zijn buik belemmert.

Brando zelf: ,,Het was een van de vele scènes waar Bertolucci wilde dat ik de liefde bedreef met Maria Schneider, om de film authentieker te maken. Maar dat zou de film compleet hebben veranderd, dan zou de nadruk op onze geslachtsorganen komen, en dat weigerde ik. Maria en ik simuleerden veel, ook een scene met anale seks (buggering, noemt Brando het) waarbij ik boter gebruikte, maar het was allemaal namaakseks.''

,,Tot op de dag van vandaag weet ik niet waar Last Tango in Paris over gaat.  Toen we hem maakten, denk ik dat Bernardo het ook niet wist, al zei hij toen de film was uitgebracht dat de film onderzocht of twee mensen een anonieme relatie kunnen hebben en of ze die vol kunnen houden als de anonimiteit doorbroken is en de buitenwereld zich ermee bemoeit.''

maandag 26 november 2018

Accent of spraakgebrek



Achter ons op de Tuinen liepen vanmiddag twee Engelstalige jongens. Hoewel een van hen zo'n dikke koptelefoon ophad, waren ze toch druk en vrij luid in gesprek over een interessante kwestie. Het ging over sign language.

,,Stel dat je doof bent'', zei een van de twee. ,,En je hebt maar een arm. Geld je dan als iemand met een accent, of met een spraakgebrek?''

De ander dacht een tijdje na en stelde vast: ,,A speech impediment. Want je wilt wel iets zeggen, maar je kunt het niet goed.''

Goed punt, leek me. Ze liepen een andere kant op dus of de discussie verder ging weet ik niet.

vrijdag 23 november 2018

It is knowing, it is knowing



Er klonk een raar, maar ook bekend riedeltje uit de telefoon van de man die in de Grote Hoogstraat liep. Helemaal thuisbrengen kon ik het niet. Het galmde luid tussen de huizen, na een paar maten zette de man het uit.

,,Leuke ringtone'', zei ik. ,,Dat is toch van de Beatles?''

,,Het is niet een ringtone'', zei de man. ,,Ik luisterde even. Mono, want mono is het mooist.''

,,Het laatste stukje van Baby you're a Rich Man?'', ried ik.

,,Nee, het komt van het album Revolver'', zei de man, die eigenlijk naar binnen zou bij koffieshop Utoop, maar voor dit gesprek bleef staan. ,,Het laatste nummer. Dit is een solo van Paul McCartney, maar dan achterstevoren.''

,,Tomorrow never knows'', begreep ik. ,,Dat had ik moeten herkennen. Ben jij zo iemand die allerlei feitjes van de Beatles weet?''

,,Wel veel'', zei hij. ,,Je moet Revolution in the head lezen, daar staat alles in.''

,,Ik vond het een originele ringtone'', zei ik.

,,Dat zou je er best van kunnen maken'', zei hij en liep Utoop in.

Hier is-ie nog even:


(Illustratie Klaus Voormann)

zondag 18 november 2018

Bij Dokkum om


We gingen naar Dokkum om de Sint te zien. Vorig jaar sneeuwde de landelijke intocht daar onder vanwege allerlei acties verderop.

Dit jaar waren er weer acties aangekondigd, en collega Jaap, die weekeinddienst had, ging daarom een kijkje nemen. Ik ging mee met Schumi, uit nieuwsgierigheid. Zo vaak kom je niet in Dokkum en ook daar hebben ze koffie met appelgebak.

Er was de demonstranten tegen Zwarte Piet een plekje toegewezen aan de overkant van het bolwerk. Een grasveld met een fietspad erlangs, met uitzicht op beide molens. Half in de struiken was een toiletgebouw, waar iemand klaterend tegenaan stond te plassen.

Maar demonstranten waren er niet. Er was alleen pers. Lokale fotografen, wij, Omrop Fryslân. De NOS had hier Gerri Eickhof heengestuurd met een cameraman. Met elkaar bekeken we een filmpje bij iemand op de telefoon, waarop te zien was dat het in Leeuwarden, op het Wilhelminaplein, even mis ging tussen demonstranten en Cambuurhooligans.

Verderop bij de brug stonden wat mensen, ondermeer dat stel met blauw haar dat de laatste weken overal opduikt, iemand met een Hûnekopmuts en iemand die een soort indianenpak droeg, suède leek het met franje aan de mouwen.

Misschien stonden ze ook op demonstranten te wachten, misschien wachtten ze gewoon op de stoomboot. Maar ze zongen niet toen die eraan kwam, terwijl het een mooie pakjesboot was, met een samba-orkest van Zwarte Pieten erop. Op de voorplecht stond een statige Sinterklaas.

Die boot vaart om de stad heen, zodat het een eeuwigheid duurt voor hij in het centrum verschijnt. Maar uiteindelijk kwam hij dan toch, kindertjes zongen uit volle borst, Jaap maakte een fotootje en een filmpje en wilde het naar de krant doorsturen.

,,Kut'', zei hij. ,,Ik krijg geen verbinding. Dat is toch kut! Kut!''

Zo ging hij even door, tot hij om zich heen keek. Allerlei ouders met kinderen op de schouders hadden zich omgedraaid en keken hem bestraffend aan.

,,Oh sorry'', zei Jaap. ,,Ik had er niet aan gedacht dat er zoveel kinderen bij waren.''

Achter ons stond Gerri Eickhof met zijn rug tegen de gevel. Het journaal besteedde die avond wel aandacht aan ongeregeldheden bij de intocht, maar Dokkum zat er niet in.

donderdag 15 november 2018

L'accent de l'Amérique


1.)

Toen ik naar Leeuwarden op school ging was ik dertien, en kwam ik in de kost bij de familie Van der Linden. Van zondagavond tot vrijdagmiddag.

Later heb ik mijn ouders gevraagd hoe ze aan de familie Van der Linden waren gekomen, maar ze wisten het niet meer. Het waren vriendelijke mensen, die ruimte in huis hadden omdat een paar van hun kinderen de deur al uit waren.

Ze woonden in de Van Leeuwenhoeckstraat, een huis met een erker. Ik kreeg de slaapkamer boven, ook met erker. Ze waren katholiek, dat was nieuw voor mij. Voor het eten waren ze stil en zei een van de tafelgenoten Here Zegen Deze Spijs Amen.

De twee jongste kinderen van de familie Van der Linden woonden thuis, zoon Ton had de hele zolder en dochter Imelda zorgde ervoor dat we dagelijks om zes uur naar Joost den Draaijer konden luisteren en wekelijks Toppop zagen. Zo waren we altijd op de hoogte.

Een andere dochter, Angela, kwam af en toe thuis maar was het huis al uit. Ze studeerde Italiaans, maar deed er ook cursussen naast, ik herinner me dat ze Tsjechisch deed.


2.)

Onlangs schreef ik de aflevering hiernaast in de wekelijkse serie over logo's in de Leeuwarder Courant. De Canadese stad Québec had een nieuw logo met een soort kroontje erin, daar gaat het over.

Een paar weken later kreeg ik mail:

Lieve Asing, 
Hoe is het mogelijk?! Een oud-Leeuwarder vriend stuurde mij jouw column over ons nieuwe logo. 
Ja ons, want ik werk bij de VVV van de stad Québec. Hoe kwam je zo op dit onderwerp? Eerst was ik niet zo weg van dat dakje als accent, maar sinds jouw column heb ik het volledig geaccepteerd. 
Van mijn werktablet stuur ik je een foto van mijn collega/vriendin Silke (rechts) en ik in ons nieuwe vest met hoodie. 
Bij Silke op borsthoogte zie je het logo, en bij mij op de arm nog net l’Accent de l’Amérique. 
Liefs en tot ziens,
Angela

De meegestuurde foto staat hierboven.

3.) 

Zojuist was ik in een tijdelijke kas op het Oldehoofsterkerkhof, op een avond waar medewerkers van de Culturele Hoofdstad en anderen hun fuck-ups bekenden. Dingen die ze heel erg fout hadden gedaan, dus.

Het viel allemaal nogal mee. Een meisje had het tuinhuis van haar ouders per ongeluk in de fik gestoken en Oeds Westerhof was iets vergeten in het bidbook voor 2018, wat nooit iemand is opgevallen. Maar de meeste verhalen gingen over iets dat bijna mis was gegaan, door toedoen van anderen, en dat door slim handelen van de verteller toch nog goed was gekomen.

Twee vrouwen aan de tafel naast me zwaaiden: het waren Imelda en Angela. ,,Ik ben net aangekomen uit Canada'', zei Angela. ,,Ik heb een cadeautje voor je mee, dat kom ik nog wel brengen.''

Soms is de wereld verbazingwekkend klein.

dinsdag 13 november 2018

Wie kent hem niet

Maandagavond, Leeuwarden.

Buiten bij het hek van het stadhuis stond Ate, vroeger van anti-discriminatiebureau Tûmba.

,,Wat vind jij van Sinterklaas?'', vroeg hij, terwijl ik met de hond passeerde.

,,Sinterklaas is een lieve man, die in Spanje het hele jaar door brieven krijgt van kinderen uit Nederland'', zei ik.

,,En dat is dan een kritische journalist'', zei Ate geringschattend. Blijkbaar had ik het verkeerde antwoord gegeven.

,,Ik heb een zwak voor Sinterklaas'', bekende ik. ,,En ik ben het zelf ook, elk jaar.''

,,Stop je de kinderen ook in bed?'', vroeg Ate. ,,Neem je ze op schoot?''

,,Als Sint zit ik op gepaste afstand van de kinderen op een troon en neem ik tekeningen en gedichten in ontvangst'', legde ik uit. ,,In ruil daarvoor krijgen ze een handje pepernoten van Zwarte Piet.''

Dat van Zwarte Piet was een beetje uitlokken van mij. Hij ging er niet op in. ,,Ik vind Sinterklaas een door de commercie gesteunde kinderlokker'', zei Ate.

,,Ik niet'', zei ik. ,,Ik rij maar een keer per jaar paard, en dat is als Sinterklaas. Dan zwaai ik naar iedereen, het korps loopt voor ons uit en achter ons volgt een stoet van mensen met fietsen. Dat is elk jaar een hoogtepunt.''

Of Ate zijn hoofd meewarig schudde zag ik zo snel niet, de hond wilde verder.

Pas later begreep ik dat er die avond in het stadhuis een motie was ingediend om eventuele demonstraties bij de intocht van Sinterklaas in Leeuwarden (hij komt zaterdag) te verbieden. Vrijwel alle partijen hadden tegen die motie gestemd.

(De foto is van Jeanet de Jong)



maandag 12 november 2018

Kustbewoners kjoewenee

Een vraaggesprek met filmmakers na de vertoning van hun film heet als je deftig wilt doen Q&A, uitgesproken als kjoewenee.

(Er is trouwens ook een film die zo heet, maar die gaat over de politie in New York.)

Bij het Noordelijk Film Festival deed ik er twee.

Eentje met Sakaris Stórá van de Faeröer eilanden (zijn film heet Dreams by the sea en zijn naam spreek je uit als SAkaris, niet als sakAris) en eentje met Henrik Martin Dahlsbakken uit Noorwegen (na zijn film Going west).

Die laatste film gaat over een vader en zoon die naar een eilandje aan de westkant van Noorwegen reizen. Dahlsbakken vertelde dat hij die route goed kent omdat hij zelf van de westkust komt en vaak heen en weer is gereisd. Dus eigenlijk stond ik beide keren met kustbewoners te praten.

Niet dat je daar verder veel aan hebt als je voor het publiek vragen staat te stellen, maar zoiets schept toch een band.

Omdat mensen in de zaal nooit beginnen met het stellen van vragen, heb je er zelf altijd een aantal achter de hand. Altijd goed als openingsvraag is:  Waarom wilde je deze film maken/dit verhaal zo graag vertellen?

,,Goeie vraag’’, zei Dahlsbakken beleefd.

 ,,Helemaal niet een goede vraag’’, zei ik. ..Hij ligt nogal voor de hand.''

,Daar heb je gelijk aan’’, gaf Dahlsbakken toe.

(De foto kreeg ik van Gerrit Hofstra)


donderdag 11 oktober 2018

Kijk, daar vliegt een schuur



Vandaag, donderdag, is de hobbyschuur van pa weggetakeld uit de tuin achter het huis in Hollum.

Hij is losgemaakt van de betonnen vloer, de meeste pannen en de zonnecollectoren zijn van het dak, er werden balken onderdoorgelegd en hij is in zijn geheel op een oplegger getakeld, op weg naar een nieuw bestaan als tiny house. Logeerhuisje, zeg maar. Hij blijft overigens gewoon in Hollum.

,,Deze schuur is beter geaard dan mijn werkplaats'', zei Johan Bunicich toen hij hem een keer kwam bekijken. Dat zal wel, want pa hield niet van half werk.

Buurman Michiel maakte er wat filmpjes van die ik hierboven aan elkaar heb geplakt. Het muziekje dat eronder zit komt uit The day the earth stood still, Bernard Hermann dus, maar dan een paar jaar geleden gespeeld door het speciale Wisecrackers-orkest.

Toen ik de filmpjes van het zwevende huisje aan collega Kirsten liet zien, zei ze: ,,Maar goed dat je vader dit niet ziet.''

Daar heeft ze misschien gelijk in, al kwam hij er de laatste jaren nauwelijks nog. Hoe dan ook, als we ervan uitgaan dat hij in de hemel is, is het schuurtje toch even wat dichterbij hem geweest.


donderdag 27 september 2018

Die grijns van Jack

Soms vraag ik me  af: hoe zou het met Jack Nicholson zijn?

Het laatste wat we van hem hoorden was in augustus, dat hij toch niet in een Amerikaanse remake van Toni Erdmann zal spelen.

Aan bovenstaande foto - uit The King of Marvin Gardens, een film die ik na een paar keer zien nog steeds niet kan waarderen - moest ik denken bij het opruimen van mijn desktop.



Want op mijn desktop staat deze foto, uit juli dit jaar, toen Owen Bonnici op bezoek was in Leeuwarden. Bonnici, de Maltese minister van Cultuur, werd ondervraagd over de houding van de baas van Valletta 2018. Ik was gespreksleider, een van de vragenstellers was collega Saskia.

En al lijkt zij niet op de jong gestorven Julia Anne Robinson, en ik al helemaal niet op Jack Nicholson, toch doen de foto's aan elkaar denken.

Is het de grijns, misschien?


maandag 24 september 2018

We eten als wolven



Het zoontje van Marijke Meu liet in 1732, toen hij net stadhouder van Friesland was, de klokkentoren van Nes (Ameland) verhogen met een verdieping en een zadeldak. Dat kun je er ook wel een beetje aan zien. Het stuk eronder is van 1664.

Deze ansichtkaart van de toren en het zeventiende-eeuwse huis ervoor aan de Rixt van Doniastraat kreeg ik van Marjolein. Ze schrijft dat ze hem vond in een schoenendoos met oude prentbriefkaarten in een winkel in Deventer. ,,Deze vond ik leuk om aan jou te sturen'', zegt ze. Dank! Ik vind het ook leuk om hem te krijgen.

De kaart is oorspronkelijk op 22 juli 1957 gestuurd, toen het dagenlang fris was en zwaar bewolkt. Afzenders waren Janny & Henk en Meintje & Henk, en de kaart was voor familie H. Peters in Nieuw Dordrecht, Drenthe.

Die hadden zelf blijkbaar geen brievenbus, want de ansicht moest bezorgd worden bij de familie Bults. Als je hun adres googelt, kom je bij het boerderijtje hiernaast uit.

Frankering 8 cent.

Ik denk dat Janny en Meintje zussen zijn. ,,Lieve vader en moeder'', schrijven ze.

Wij zijn goed overgekomen, en het weer valt nog wel mee. Op de boot hebben we nog een flinke bui gehad, en het was vreselijk druk. Het eten is weer prima, net als altijd, we eten als wolven. De groeten aan de familie en tot ziens en veel plezier.

Die kaart uit 1957 is eerst bij de familie Bults op de mat gevallen. Die lazen hem stiekem zelf, en brachten hem daarna naar de familie Peters (,,Een kaart van jullie dochters van Ameland!''). De Petersen hebben hem niet opgeprikt, want er zit geen punaisegaatje in, en er zijn ook geen bruinige plakbandsporen. Maar misschien heeft Ameland - Nes, Oude gevel (1625) een tijd op het dressoir gestaan.

En misschien hebben ze hem bewaard, mogelijk zelfs tot na hun dood. Zodat Janny en Meintje hem tegenkwamen tussen alle paperassen op de vliering. ,,Kijk nou eens!'', zeiden ze verbaasd tegen elkaar - stel ik me althans voor - en ze hadden het even over de vakanties van vroeger op Ameland met beide Henken.

Daarna ging de kaart weg, wat moet je met al dat oude spul, en belandde in de wereld van oude-ansichtkaartenhandel en uiteindelijk in een doos in Deventer. Waar Marjolein hem uitviste en hem naar mij stuurde, omdat ze dacht: Ameland, dat hoort bij hem.

Als je goed oplet, is alles bijzonder.

zondag 16 september 2018

Good Morning Campers

Twee jaar geleden zat ik in café Videology in New York Tommy te kijken, de fantastische overdadige film van Ken Russell naar de 'rockopera'  van The Who.

En omdat in het achterzaaltje van dat café verder toch niemand zat (voorin bij de bar zaten ze allemaal te kletsen terwijl daar op drie schermen La Dolce Vita te zien was, met het geluid uit, zo'n tent is het) zat ik volop mee te zingen, want met Tommy kom ik een heel eind.

Vorige week donderdag was ik weer bij Tommy, nu in Herema State in Joure. Toen ik er aankwam klonk op de autoradio net The Letter van Joe Cocker, direct gevolgd door zijn versie van With a Little Help from my Friends, dus zolang bleef ik op de parkeerplaats staan om uit volle borst mee te zingen.

Bij Tommy zou dat meezingen hem niet worden, dat wist ik van tevoren al, want die was voor deze gelegenheid in het Fries vertaald.

Er waren heel veel oudere bezoekers, mensen die The Who nog hebben meegemaakt en weten hoe een flipperkast werkt. Henk Kroes, vroeger van de Elfstedenvereniging, vertelde me dat hij de plaat thuis in de kast heeft staan, al draait hij nooit meer platen.

Toen we met zijn allen naar het podium schuifelden zat me My generation in het hoofd, het boze-jongenslied van The Who, met de mooie regel: Hope I die before I get old. Nou, dat is allemaal heel anders afgelopen.

Meezingen ging dus niet. Maar toen dat marsmuziekje inzette waarmee Tommy's Holiday Camp begint:

Pompadompa DAAda dompa
Pompadompa DAAda dompa
Pompadompa DAAda
dompaDOM 

riep ik, ondanks mezelf, luid: ,,Good Morning Campers!''

Ik kon het niet onderdrukken. Op de tribune werd verbaasd naar me gekeken, maar op het toneel heeft niemand er wat van gemerkt.

zondag 9 september 2018

Strafwerk


Kijk, hier staan we op de foto met meneer Hanewald (tweede van links), die natuurlijk ook gewoon een voornaam heeft, maar omdat hij vroeger onze leraar Natuurkunde was blijf je U en meneer zeggen. Ook op de reünie van de Rijks Scholen Gemeenschap van Leeuwarden van afgelopen zaterdag.

,,Ik was een van uw beste leerlingen'', zei ik tegen Hanewald.

,,Is dat zo?'', vroeg hij verbaasd, met een licht Gronings accent dat me vroeger nooit was opgevallen.

,,Welnee'', zei ik. Mijn interesse in natuurkunde kwam later pas. Van school herinner ik me vooral veel gedoe met weerstanden, de wet van Ohm en het verschil tussen Watt en Volt.


Net als meer oud-leraren had Hanewald al zijn lerarenagenda's bewaard, en voor deze gelegenheid lagen ze in een lokaal, waar iedereen er naar believen in kon bladeren. Ik zat in 1973/1974 in groep 3B, weet ik nu.


Op vrijdag 26 april 1974 was ik bij natuurkunde blijkbaar een speciale aantekening waard, maar behalve mijn naam kon ik die niet ontcijferen.

Ik had er een foto van gemaakt, die ik Hanewald liet zien. ,,Wat staat hier?'', vroeg ik hem.

,,Ja, dat is mijn handschrift'', zei Hanewald. En na enig turen: ,,Hier staat Asing weer strafwerk.''

Verder van die reünie:


  • Gerard vond het maar zozo dat de school tegenwoordig een Montessori-school is, een tak van onderwijs waar hij weinig mee opheeft. ,,Je kunt wel zien dat het Montessori is'', zei hij nadat hij muntjes had gekocht. ,,Ik heb tien muntjes van 2,50 en ik moest 20 euro betalen.''
  • Verschillende leerlingen uit de jaren zeventig hebben warme herinneringen aan juf Bakker van Nederlands. Zelf heb ik die niet gehad, maar ze werd als ,,bloedmooi'' omschreven. Voor haar voor die tijd moderne onderwijsmethoden, in groepjes, stak de legendarische directeur Ferwerda hoogstpersoonlijk een stokje.
  • In een soort groepsgesprek (moderated session noemden ze dat, ik was gespreksleider) kwamen veel anekdotes langs over Jan Schaafsma, de wiskundeleraar die ook wethouder van Leeuwarden is geweest. Markantste: een van de leerlinges was bevriend met een dochter van Schaafsma, en beiden waren ze nogal kapot van het verhaal van een leerling, die omgekomen was bij een auto-ongeluk. Vermoedelijk bij wijze van troost ging Schaafsma hen statistieken van verkeersongevallen voorlezen, om aan te geven dat het vaker gebeurt.
  • Nog een: een bepaalde wiskundeklas van Schaafsma was nogal groot uitgevallen. Wel veertig leerlingen. ,,Dan gaan we het tempo wat verhogen'', zei Schaafsma aan het begin van het seizoen. Zodat er flink leerlingen zouden afvallen. ,,En de eerste van u die zijn vakkenpakket verandert krijgt van mij een frikadel speciaal.'' Een leerling - hij was bij de moderated session - stak meteen zijn hand op en kreeg 1.50 om een frikadel speciaal te halen. 
  • Toen de school aan het Zaailand gesloopt werd fietste een oud-leerling op weg naar zijn werk erlangs, juist toen de enorme klok boven de toegangsdeur in een container werd gegooid. Die moet ik redden, dacht de oud-leerling (ook bij de moderated session), maar hij moest eerst dringend naar zijn werk, hij had nog maar twee minuten tijd. Zodra zijn dringende klus af was fietste hij terug naar het Zaailand. De container was leeg. ,,Daar heb ik nog steeds spijt van'', zei hij.



vrijdag 7 september 2018

De nog te kleine schaar frisisten


Toen het Fries Genootschap in 1927 honderd jaar bestond werd dat gevierd met de speciale uitgave Oudfriesche Oorkonden van P. Sipma.

Een ,,groots Nederlands werk'', noemde De Nieuwe Taalgids het. En Sipma verdiende ,,oprechte hulde en dank''.

,,Niet alleen van de nog te kleine schaar frisisten, maar ook van de germanisten in het algemeen, voor het bij uitstek nuttige, maar veel tijd en geduld eisende werk, dat hij op zich heeft genomen om de weg voor de friese taalstudieën te effenen. Want het grootste bezwaar bij die studiëen was totnogtoe het ontbreken van betrouwbare tekstuitgaven.''

Vier delen schreef Pieter Sipma, uitgegeven bij Martinus Nijhoff en ze lagen al lange tijd bij mij op zolder. Erfenis van pake.

Deze week zette ik ze op Facebook, want er is vast wel iemand van de inmiddels wat grotere schaar frisisten die er wat mee kan.

Daar meldde zich, via Wieke Wiersma die zijn lerares filosofie is geweest, Wytse Willem Pel uit Heerenveen. Net even eerder dan André Looijenga, sorry André.

Zonet stond hij voor de deur, met zijn pa als chauffeur, om de vier boeken op te halen. Hij studeert in Leiden, vertelde hij, en wil via allerlei andere oude talen uiteindelijk naar het Fries van voordat dat werd opgeschreven.

Hij sprak me voortdurend met ,,jo'' aan en was benieuwd hoe ik ,,mevrouw Wiersma'' kende. Ja, wie kent Wieke Wiersma nu niet, zei ik.

Ik had er een fles wijn voor gevraagd, en hij had er eigener beweging een droge worst en nootjes bij gedaan. Een goede ruil dacht ik zo. Niet alleen heb ik nu wijn, ik kan me later, als hij een beroemd taalgeleerde is geworden, op de borst slaan omdat ik daaraan heb bijgedragen.

Zijn vader heeft bovenstaande foto gemaakt en toen vertrokken ze. ,,Wy sille wer nei DKV'', zei pa.

donderdag 16 augustus 2018

Chien célèbre



Bij de Waag staat een groot blok ijs met een kolossale schaats erin, een rekwisiet van de optocht van reuzenmarionetten door Leeuwarden, die morgen begint.

Iedereen zet het op de foto en een bewaakster voorkomt dat mensen onder het koord doorlopen om aan het ijsblok te voelen. Ook Schumi, die nieuwsgierig van aard is en eraan dreigde te gaan likken, moest weg.

Terwijl we daar zojuist stonden kwam er een klein groepje Fransen aan. Ik herkende Jean Luc Courcoult, de artistiek leider van Royal de Luxe - de baas van de reuzen dus - aan zijn opvallende bril en jasje.

,,Mag ik een foto van u maken met mijn hond?'', vroeg ik hem in mijn beste Frans. Dat soort foto's vind ik leuk, ik heb ook foto's waarop Batman, Mata Hari en een Russische matroos Schumi voor me vasthouden.

Maar die anderen houden gewoon hem aan de lijn vast. Jean Luc Courcoult is de eerste die Schumi meteen optilde. Je kunt zien dat dit iemand is met artistieke aanleg.

Schumi keek eerst geschrokken en kefte zelfs even, maar legde zich er al gauw bij neer. Voor een portret met een Grand Artiste moet je wat overhebben.

maandag 30 juli 2018

Windmolens en naijver



Waarom mensen die geen windmolens hebben zich zo opwinden over windmolens, werd ons verklaard op het Cinema Ascona Filmfestival in Kubaard, alweer twee weken geleden.

Dat vond als vanouds plaats in de boerderij aan de Slachte, bij de gestaag ruisende windmolen.

Gerda wist: ,,Die mensen denken bij elke ronde die zo'n molen draait: daar heeft weer iemand een kwartje verdiend, en ik ben het niet.''

En Gerda kan het weten, want ze was net terug uit Tsjernobyl, met een roadmovie van vijf minuten dat hier in wereldpremière ging. Zie hieronder.




Ook te zien op Ascona (zie de fraaie foto van Chris Hempenius, bovenaan): werk van filmer Ismael Lotz.

Niet alleen I am famous, zijn portret van Tom Wilson, de man die zijn hele leven al achtervolgd wordt door zijn rol als Biff in Back to the future, maar ook Lotz' persoonlijke vlogs Lotz Lives, die laten zien hoe zijn leven veranderd is sinds er longkanker bij hem is vastgesteld. Lotz vertelde er tussendoor over, zie de foto boven.



Dit is het blokkenschema, dat we heel behoorlijk wisten aan te houden. Langzamerhand begint het ergens op te lijken.

Met zo'n programma is het geen wonder dat er grote toeloop was: een man of tachtig, dachten we.

(De bovenste foto is gemaakt door Chris Hempenius)

zaterdag 21 juli 2018

Zo'n hond verleert dat nooit



Bij de Tryatervoorstelling Wereldburgers van de Voorstreek had Schumi een mooie figurantenrol als passerende hond.

De foto's die Niels Westra bij dat project maakte van Voorstreekwinkeliers staan inmiddels op de redactie. Gisteren probeerde ik even of Schumi het nog kan. En jawel hoor!

Wat een theaterdier.

maandag 9 juli 2018

Jump they say


Onderdeel van De 8ste Dag was een mini-hondenparcours. Dat leek me leerzaam voor Schumi, dus daar keken we even. Drie lekker in de wol zittende herders gingen door een tunneltje, sprongen over obstakels, rolden een katrol voor zich uit en kregen daar koekjes voor.

Schumi leek het interessant te vinden, de honden meer dan hun kunstjes.

,,Je moet ze gewoon steeds een koekje geven na afloop'', zei een van de trainsters. ,,Dan hebben ze het gauw genoeg door.''

Dus dat probeerde ik ook even. Kijk hierboven maar, met de hoepel gaat het best goed. De hondentrainster staat links.


In de horden had hij minder zin.

Ik gaf een koekje aan een meisje uit Ohio, die me net in Amerikaans-Nederlands had verteld dat haar oma uit Leeuwarden komt en ze hier al vaak is geweest, en dat ze haar eigen hond miste. Zij riep vervolgens Schumi.

Het lukte, maar we schrijven ons voorlopig nog niet voor hondenshows in.

(De filmpjes zijn van Jeroen)

woensdag 4 juli 2018

De woorden die je niet nodig hebt laat je weg bij zwartwit


Op het Noordelijk Film Festival van 2001 was Robby Müller de eregast. Müller was cameraman, pardon, director of photography, van verschillende films van Wim Wenders, twee van Lars von Trier, een aantal van Jim Jarmusch. Tussendoor filmde hij ook een van de  opwindendste auto-achtervolgingen die ik ken, voor To Live and Die in L.A. van William Friedkin.

Hij is dinsdag overleden, dus zocht ik het interview op dat ik in 2001 met hem had. Het was een plezierige middag met een vriendelijke man in een mooi Amsterdams grachtenpandje (,,heb ik gekocht in de tijd dat niemand in het centrum wilde wonen''), die zichzelf niet brutaal genoeg vond voor de filmindustrie.

Ik had een fotoboek over Paris, Texas bij me, dat ik door hem liet signeren, al zei hij er meteen bij dat die foto's volgens hem door Wim Wenders gemaakt zijn. In het colofon is er niks over te vinden.

Later vroeg Müller of ik hem twee kranten op wilde sturen. Een voor hemzelf en een voor zijn vader. Dat nam me nog het meeste voor hem in.

In het interview liet ik hem ook wat zeggen over de zeven films van hem die het festival vertoonde. Dit zei hij:


Der Angst des Tormanns beim Elfmeter (Wim Wenders, 1972)

,,We hadden ons voorgenomen: geen mooifilmerij, of ergens onderweg stoppen omdat het er zo mooi is. Omdat we het niet konden laten hebben we wel een kunstcassette gemaakt van mooie plaatjes, maar met de plechtige belofte die niet te gebruiken. Omdat het zo ongelooflijk pittoresk was in Oostenrijk met die appeltjes aan de bomen, en die koeien. Ik vind het echt heel goed van Wim dat hij die opnamen inderdaad niet gebruikt heeft, het was alleen maar esthetisch mooi, het hoorde niet bij het verhaal.''

Im Lauf der Zeit (Wim Wenders, 1975)

,,Dat was voor mij een van de eerste grotere films met Wim. Ik kreeg langzamerhand het gevoel dat ik de camera onder controle had. Hier kon ik dingen doen waarbij ik dacht, ja, zó is het bedoeld. Ik heb het in mijn vingers.''




Der Amerikanische Freund (Wim Wenders, 1977)

,,Ik dacht toen, daar krijgt Wim Wenders een prijs voor. Hoewel ik hem goed vind, heeft hij nooit de bekendheid gekregen van Paris, Texas. Ik heb geen idee waarom. Toen ik hem later terugzag dacht ik, een hoop beelden lijken op het werk van Guy Peellaert, maar dat was niet bewust.''


Een zwoele zomeravond (Frans Weisz, 1982)

,,Dat was gewoon leuk, met de mensen van het Werkteater, een heel enthousiaste groep. Het was een theatervoorstelling in een tent. Wij lieten ook zien wat er buiten die tent gebeurt, maar verder hebben we de voorstelling in de film gelaten zoals-ie-was. Leuk om te doen hoor, want er waren ook acrobaten en zo, dingen die ik eigenlijk nog nooit gefilmd had.''






Dead man (Jim Jarmusch, 1995)

,,Eigenlijk heb ik mijn hart verpand aan die film. We namen hem op in British Columbia, zo'n fascinerend mooi gebied dat als we daar in kleur hadden gedraaid, het The Discovery Channel zou zijn geworden. Hetzelfde hadden we bij Down by Law gedaan: die film zouden we letterlijk vernietigd hebben door in kleur te draaien. Vaak geeft kleur te veel overbodige informatie. Het is als met gedichten: de woorden die je niet nodig hebt laat je weg bij zwartwit.''



Breaking the waves (Lars von Trier, 1996)

,,Lars heeft me verwend, ik ben nu voor altijd bedorven voor mainstreamfilms. Hij duldt geen poeha, hij is heel grappig en heel scherp, en hij filmt geen meter te veel. Vaak is bij hem de eerste opname de beste, dat vind ik leuk, omdat hij nooit op zeker speelde. Hij wilde 'kruis op de neus' - in de zoeker van de camera zie je een kruisje - en geen showfilmerij. Er werd ook niet op mooi weer gewacht, het was de enige film waarvan ik elke ochtend wist wat we zouden draaien. En als we klaar waren, ook al was het nog vroeg, zei hij: we zijn klaar, we houden op. Bij Dancer in the dark heb ik 's middags wel forel met hem gevist. Eindelijk iemand die niet bleef doorbreken aan een scène omdat er nog een paar uur over was. Dat vond ik heerlijk, eindelijk van dat gezeik af.''

Als hij zelf zeven films van zichzelf had moeten programmeren, dan hadden Der Amerikanische Freund, Im Lauf der Zeit, Breaking the Waves en Dead Man er eveneens bijgezeten en daarnaast Down by Law, Repo Man en Barfly.


zaterdag 23 juni 2018

The most dangerous eight seconds



Een echte Amerikaanse bull rider moet tenminste acht seconden blijven zitten op een steigerende stier (heet dat steigeren bij een stier?).

Hij mag zich met een hand vasthouden, met de andere hand mag hij zichzelf of de stier niet aanraken. Als de stier hem er al binnen acht seconden af gooit, heeft hij geen punten. Daarom noemde National Geographic het the most dangerous eight seconds in sports.

Vrijdagmiddag deden we het na, een groep collega's en ik, op een mechanische stier. Echte bull riders zullen daar op neerkijken, maar het was nog een hele prestatie, vond ik zelf. Kampioen werd collega Marscha, die er wel twintig seconden op bleef.

Wie weet was dat mij ook gelukt, als ik niet zou hebben geluisterd naar de collega die me toeriep dat ik moest doen of het het paard van Sinterklaas was. Zodat ik automatisch met mijn vrije hand als Sinterklaas begon te zwaaien.

Heel raar was dat niet, want er stond een groep kinderen naar ons te kijken die eigenlijk ook wel heel graag op die stier wilden.

Dat zwaaien werd me fataal. Maar wel pas na meer dan acht seconden.

zaterdag 19 mei 2018

Gaudeamus igitur

Vorig jaar januari stond student Abel Hoekstra, die ik hoog acht, in de Leeuwarder Courant als voorbeeld van een langstudeerder. Mooie foto van Niels Westra erbij.

De Thorbecke Academie had hem en andere langstudeerders benaderd, om de opleiding af te maken. Hij had het druk gehad met allerlei bestuursdingen. ,,Ik hoop dit collegejaar nog af te studeren'', zegt hij in het artikel. ,,Of anders begin volgend jaar.''

Gistermiddag passeerde ik hem op de fiets. Hij had een ingepakt boek (zo leek het) en een blikje bier bij zich.

Hij haalde mij en en zei: ,,Weet je nog dat ik vorig jaar bij jullie in de krant stond? Vandaag ben ik afgestudeerd.''

,,Gefeliciteerd'', zei ik. ,,Heb je aan een blikje bier genoeg om dat te vieren?''

,,Dat is voor straks'', zei hij. ,,Vanavond gaan we het vieren.'' Hoe laat hij het ging maken wist hij nog niet. ,,We hebben geen dienstregeling gemaakt.''

maandag 30 april 2018

Koningsdagconcert




Dit is Bram. Hij stond op Koningsdag op de hoek van de Peperstraat en de Weaze, in een koningsmantel  en met een kroon op. Hij speelde viool voor 20 cent. Het geld moest in een grote hoge hoed van karton.

Op de lantaarnpaal had hij een lijst van de nummers geplakt waar belangstellenden uit konden kiezen. Star Wars stond er ook tussen, dus die bestelde ik. Ik gaf er 30 cent voor, maar dan wilde ik ook een filmpje maken. Dat vond Bram goed.

Het was zijn geld dubbel en dwars waard. Bram heeft overigens niet de hele dag gespeeld, zijn hoed raakte aardig snel gevuld, hoorde ik, en toen het hem genoeg was, ging hij er iets voor kopen elders op de Vrijmarkt.

donderdag 26 april 2018

Brush up your Vondel

Filmmaker Peter Greenaway was in Leeuwarden en ik sprak een uurtje met hem, voor publiek, in de Kanselarij. Beter gezegd, in het voormalig Fries Museum aan de overkant.  Na afloop greep ik de kans en liet ik hem mijn exemplaar van Prospero's books signeren. 

Hij is een vriendelijke, leraarachtige man, die graag prikkelende dingen zegt als ,,All filmwriters should be shot'', en daarna dan voldaan glundert. Een van de leukste kwam toen we het over literatuur hadden, en nadat hij had verteld dat elke Brit Shakespeare citeert terloops vroeg: ,,Wie is eigenlijk jullie Shakespeare? Of Dickens?''

Dan kun je als Nederlander wel Vondel of Couperus zeggen, maar die hoor je toch zelden geciteerd worden.

,,Oh ja'', ging Greenaway onverstoorbaar door. ,,Is ook zo. Jullie hebben geen literatuur, alleen schrijfsels.''

Dat werd een bezoekster te gortig: ,,We hebben wel schilders'', wierp ze terug.

Dat klopt, zei Greenaway, die dol is op Vermeer en Rembrandt en nog een paar Nederlandse en Vlaamse schilders noemde. ,,Maar jullie behandelden ze niet erg goed.''

Hij onthulde ook een filmweetje over The cook, the thief, his wife and her lover, zijn bekendste film.

Daarin hebben wife en lover het volgende gesprek, we vertoonden het fragment:
Lover: ,,I once saw a film in which the main character didn't speak for the first half an hour.''
Wife: ,,Like us? Counting up the minutes, have we spent half an hour together?"
Lover: ,,I was completely absorbed as to what would happen because anything was possible."
Wife: ,,And then?"
Lover: ,,He spoilt it. He spoke."
Wife: ,,And?"
Lover:  ,,And within five minutes I'd lost interest."
Wife: ,,Now you've opened your mouth, do you expect me to lose interest?"
Lover: ,,It was only a film."

Greenaway keek het geamuseerd aan en zei: ,,Weet je over welke film ze het hebben?''

Niemand wist het.

,,Over Paris, Texas.'', vertelde hij.



(De bovenste foto is van Denise Jansens)


maandag 16 april 2018

De vlag en de buren



Elk jaar als naast het stadhuis de vlag van de Royal Canadian Dragoons gehesen wordt kom ik er meneer S. tegen.

Ook vanmorgen was hij er weer, met zijn vrouw. Hij had me vorige week gemaild om te vragen hoe laat het was, want dat was nergens te vinden. Normaal is het op 15 april, maar omdat dat een zondag is, is het dit jaar doorgeschoven naar 16 april.

Er was een schoolklas bij van de Kinderkoepel. Burgemeester Ferd Crone vertelde hoe jonge mannen uit Canada, Engeland en andere landen hier zomaar naartoe zijn gekomen om ons te helpen, en dat ze daarbij soms zelf om het leven zijn gekomen.

,,Zouden jullie dat ook doen, om je buurman te helpen?'', vroeg Crone.

,,Niet voor onze buren'', zei een bijdehant knaapje.

Ook Gerrit Fokkema was er (bruin jasje op de foto), die als jongen in 1944 uit de Leeuwarder gevangenis is bevrijd. Je kon horen dat hij gewend is om aan schoolkinderen te vertellen. Hij had de bevrijding van Leeuwarden zelf niet meegemaakt, vertelde hij, want hij zat onder een schuilnaam ondergedoken in Blija. Zijn vriendin kwam hem de volgende dag op de fiets halen.

Daarna werd de vlag gehesen, was er een kort applausje en dat was de ceremonie. De klas ging weg en Crone liep het stadhuis weer in.

,,Als ik hier ben zie ik ze gewoon de stad weer binnenrijden'', zei meneer S. ,,Een fijne dag nog.'' Gearmd met zijn vrouw liep hij weg.

,,Tot volgend jaar'',  riep ik ze na.


zaterdag 14 april 2018

Zwemmen in een massagraf



Schrijver Ilja Leonard Pfeiffer, in een indrukwekkende haren jas, onthulde vrijdag een poëziesteen in het plaveisel van de Blokhuispoort. Schumi was erbij, bekijk de foto uit de krant maar. Al lette hij niet bijzonder goed op toen Pfeiffer zijn sonnet voorlas.

Daarna werd de schrijver geïnterviewd door Geart de Vries. Daar zat de hond ook bij, want zoiets is voor alle zoogdieren leerzaam.

Pfeiffer was een plezierige en welbespraakte gesprekspartner. Hij nam er aanstoot aan dat De Vries hem terloops met Jean-Pierre Rawie vergeleek, verbaast zich over het contrast tussen vluchtelingen op de Middellandse Zee en toeristen die voor een schijntje naar het eiland Lampedusa kunnen vliegen (,,Dan zwem je daar in een massagraf.'') en hij lichtte toe waarom hij niet in het Italiaans dicht (hij woont in Genua) en wel in het Nederlands: ,,In Italië heb je de poëzie niet nodig, die is overal al. In Nederland met zijn rode fietspaden en belastingaangifteformulieren heb je juist poëzie nodig.''

Hij las een gedicht voor over dingen zonder nut, uit Idyllen, met de mooie regel: ,,Want wie verwachting zaait zal tegenvallers oogsten.'' Tenslotte signeerde hij boeken.

Toen ik met Schumi naar buiten liep, stond Pfeiffer daar te roken. Hij keek glimlachend naar het dier.

,,Ik laat hem kennismaken met poëzie'', legde ik uit. Juist toen hief Schumi zijn poot en pieste tegen de muur, vlakbij de schrijver.

,,Hij lijkt er niet erg van onder de indruk te raken'', zei Pfeiffer.


zaterdag 24 maart 2018

Het zuiverste Nederlands

In de nieuwe bibliotheek van Leeuwarden kon je vandaag voor 5 euro boeken laten taxeren door Arie Molendijk uit Rotterdam.

Toen ik er keek stond er een rijtje, maar zo'n gekkenhuis als bij Tussen kunst en kitsch was het er niet. Klaas Arie Beks liet me een oud boekje over Almere zien dat hij in de tas had en hij had ook een uitgave over het IJsselmeer van honderd jaar geleden, vertelde hij, ,,van Lely.'' Hein de Graaff liep er rond, maar die had geen boeken bij zich. ,,Ik heb thuis wel een eerste druk van Slauerhoff'', zei hij trots.

Ik haalde thuis de twee in perkament gebonden boeken op die vroeger bij pake op een tafeltje op de studeerkamer lagen, en tegenwoordig bij mij op de boekenkast liggen.

De ene is de Nederlandsche Histoorien van P. C. Hooft, de andere Rerum Frisicarum Historia van Ubbone Emmio (Ubbo Emmius), de geschiedenis van Friesland dus, uit 1616.

Arie zat net aan de thee met een broodje toen ik aankwam. Hij was aan de praat met Arjen Nijboer van de bibliotheek en sprak Nederlands met een mooi Hollands accent.

,,Mag ik vragen waar u vandaan komt?'', zei ik.

,,Ik ben opgegroeid in de Alblasserwaard, waar het zuiverste Nederlands gesproken wordt'', zei hij met enige trots.

,,Ik dacht dat dat in Noord-Holland werd gesproken.''

,,Nee'', hield Arie vol. ,,En het maakt ook uit aan welke kant van de Alblasserwaard je zit, oost of west. Aan de oostkant is het zuiverst.''

Hij schoof de thee opzij en bekeek beide boeken.

Eerst Hooft. ,,P. C. Hooft, oprichter van de Muiderkring'', zei hij op docerende toon terwijl hij het doorbladerde. ,,Het boek is nat geweest.''

,,Niet toen ik het had'', zei ik.

,,Nee, die vlekken zijn wel honderd jaar oud'', zei hij.

Toen Ubbo Emmius. ,,Hee, in het latijn'', stelde hij vast. Ook dat staat een beetje bol van het vocht, maar minder dan Hooft.

Het was zomaar voorbij. Na afloop boog hij zich naar me toe en vertelde op fluistertoon, alsof we werden afgeluisterd,  dat ze niet heel veel waard zijn, 150 euro per stuk of zo.

Zijn advies: ,,Ik zou ze houden. En er iets zwaars op leggen.''

Ze liggen inmiddels weer op de kast. Ik zoek nog iets zwaars.

woensdag 21 maart 2018

Democratie en koekjes


In Leeuwarden werd niet gestemd, maar je kon wel je mening geven over de nieuwe wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten.

Dat is een krakkemikkig wetsvoorstel, zelfs de Raad van State vindt dat het beter moet, dus daar ging ik tegen stemmen. Het helpt waarschijnlijk niks, maar je moet toch iets en bommen gooien is me te gek.


Ik nam Schumi mee, komt die ook eens in het stadhuis. Vandaag was dat omgedoopt tot  stembureau 01 van Leeuwarden.

In de hal (op dat tafeltje links, onder het schilderij) lag een briefje over wat er in een stembureau wel en niet is toegestaan. Over honden stond daar niks op, wel dat je niet met meer dan een persoon in het stemhokje mag.

,,Wat een skatsje'', riep een van de vrouwen van het stembureau, die hem meteen begon te aaien. ,,Dag pop.'' De andere twee bleken de zakken vol hondenkoekjes te hebben.

,,Mag ik met hem het stemhokje in?'', vroeg ik.

,,Wij houden hem wel even vast terwijl je stemt'', zei een van hen gretig. ,,Geef maar aan mij.''

Terwijl ik tegen rood kleurde, stopten zij achter mijn rug de hond vol koekjes. Hij wilde bijna niet meer weg.

Moraal: democratie is feest voor iedereen.

zondag 4 maart 2018

Een gezegende wandeling



Een kleine 150 mensen kwamen zaterdagmiddag in groepjes van dertig bij mij in huis, om te luisteren naar klezmermuziek door Marie Hoogendam en Riemer den Ouden. Zij zong, hij speelde piano en gitaar. Ze komen uit Zwolle en zijn ook buiten de muziek een stel. Hun mini-optreden was onderdeel van het festival Yiddish Waves.

Op het programma stonden steeds maar drie liedjes, want de groepen liepen langs allerlei plekken waar iets gebeurde.

,,Je gaat wel de hele middag hetzelfde horen'', excuseerde Hoogendam van te voren.

Dat was helemaal niet erg. Ze zong Papiroshn, een jammerklacht van een jongen die op straat sigaretten probeert te verkopen, Di Sapozkhkelekh, een liefdesliedje over laarsjes, als ik het goed heb onthouden, en nog een lied over dromen en herinneringen, waarvan ik de titel niet meer weet.

Het filmpje boven is gemaakt toen alle bezoekers nog moesten komen. Om een beetje warm te lopen leefde Den Ouden zich lekker uit op de piano, later speelde hij wat bescheidener.

Bij een van de groepen was een wat oudere dame, die op het krukje achterin was gaan zitten waar Schumi meestal op ligt. Ze vertrok als laatste van haar groep.

,,U bent de bewoner?'', vroeg ze. ,,U bent vast predikant.''

,,Hoe komt u daar nu bij?'', vroeg ik.

Ze had de boekenkast bekeken, vertelde ze, en daar ondermeer een boek van Herman Pleij zien staan. Er hangt bovendien een marionet aan, die ik een keer in een speelgoedwinkel in Tsjechië heb gekocht, en die zij vanwege zijn zwarte pakje ook voor een soort predikant versleet. Dat op diezelfde plank ook boeken staan over Napoleon en Charles Lindbergh had haar niet op andere gedachten gebracht.

,,Verre van dat'', zei ik.

,,Jammer'', zei ze. ,,Anders hadden we met uw zegen de straat op gekund.''

,,Nou dat kan altijd'', zei ik. Ik spreidde mijn handen en zei plechtig: ,,Ik wens u een gezegende wandeling toe, vanmiddag. Ik ben weliswaar geen predikant, maar baat het niet, dan schaadt het niet.''

Met een tevreden gezicht liep ze de voordeur uit.

vrijdag 16 februari 2018

Kampioenen en zuurkool



Dat Sven Kramer weer geen goud heeft op de tien kilometer bij de Olympische Spelen hoorde ik door alle vergaderingen pas later op de donderdagmiddag. Hij is verslagen door de Canadese Nederlander Ted-Jan Bloemen, werd me uitgelegd. Kramer had niet eens brons.

Later die middag ging ik naar Smakelijk om een maaltijd te halen. Johan Dijksman stond achter de toonbank.

,,Daar komt de krant net binnen'', zei hij tegen de enige andere klant in de zaak. En tegen mij: ,,De schoonzoon van deze man heeft vandaag goud gewonnen.''

Ik gaf de man een hand, hij bleek Cor te heten.

,,Goud? Bent u de schoonvader van Ted-Jan Bloemen?'', vroeg ik. Eigenlijk geloofde ik het niet.

De man knikte. ,,Mijn dochter en hij kennen elkaar van een datingsite'', lichtte hij toe. Hij zag het stel weinig, misschien een keer of vijf, zes tot nu toe.  Ze wonen immers in Canada en hij houdt niet van vliegen.

,,Gefeliciteerd'', zei ik. ,,U zult wel trots zijn.''

Hij knikte weer. ,,Het komt ook van zijn coach Bart Schouten. Die heeft hem een schop onder zijn kont gegeven'', zei hij. ,,Maar ik vind het jammer voor Sven.''

,,In dit geval zou ik zeggen, family first'', zei ik.

,,Ik heb tegen hem gezegd: als jij mijn dochter wilt kapen, best, maar dan moet je wel een paar gouden medailles halen'', zei hij.

Beiden kozen we zuurkool met worst. En ik maakte bovenstaande selfie. Zo vaak kom ik geen schoonouders tegen van Olympische kampioenen.

donderdag 8 februari 2018

Een anachronistisch shagje bij Cambuur



Vanmiddag was het afscheid van Leeuwarder wethouder Andries Ekhart, in het Cambuurstadion. Hij heeft iets met Cambuur, zijn hele familie heeft dat. Cambuurbaas Ype Smid was er ook bij, naast heel veel ambtenaren van Leeuwarden en Sneek - in beide plaatsen was hij wethouder - en stadsduo Ad Fahner en Jes Wassenaar.

Net als bij een begrafenis kwamen er op een groot scherm foto's van de wethouder langs. Ik lette er niet zo goed op, ik had meer aandacht voor het ambtenarenkoor en de speech van Henk Deinum, de loco-burgemeester. Die bood ondermeer de eerste Leeuwarder Nijntje aan, vertaald door Anne Feddema, ,,de beste dichter die we in Liwwadden hewwe'', volgens Deinum.

Maar daar verscheen ook ineens de foto die ik drie jaar geleden heb gemaakt, toen het college in achttiende-eeuwse kostuums op het bordes stond. Eckhart deed ook mee, maar rolde tussendoor ook een anachronistisch shagje. Tijdens zijn bedankspeech zag Ekhart de foto ook: ,,Hee, wel toevallig, die weer.''

Conclusie: dit weblog wordt in elk geval gelezen door gemeente-ambtenaren op zoek naar foto's.

maandag 5 februari 2018

De held redt het meisje



Begin december kreeg ik mail van Arjan Geertsma, die grafisch ontwerper is bij de Provincie Fryslân. Voor zijn studie communicatie op de NHL was hij bezig met een documentaire over genderstereotypering op filmposters. Of hij daar eens met mij over kon praten.

Daar had ik nu nog nooit over nagedacht. Wel schoten me onmiddellijk posters van Jack-Arnoldfilms (en aanverwanten) uit de jaren vijftig te binnen, van die avonturenverhalen met helden die weerloze, deels ontblote meisjes te hulp schieten. Zoals Creature from the Black Lagoon, hiernaast.

Dus hij verscheen halverwege januari, samen met cameraman Amar van Dijk, daar had ik ook al wat over geschreven.

Het leverde bovenstaand filmpje op. (Als aftitelingliefhebber zag ik een spelfoutje, maar zo is er altijd wel wat te zeuren).

donderdag 1 februari 2018

Een rampnacht voor Steinvoorte



Een paar dagen eerder was er op een bijeenkomst in Hotel de Zwaan in Hollum al voor gewaarschuwd. Daar gaf Constant Lodewijk Marius Lambrechtsen van Ritthem, hoofdingenieur van Rijkswaterstaat, op 19 januari 1953 een praatje over afslag en kustbeheer. De zaal zat vol.

In Hollum waren ze ongerust over de afslag aan de westkant van Ameland - altijd een zwak punt.

,,Ik meen te kunnen zeggen, dat die ongerustheid ongegrond is'', zei Lambrechtsen van Ritthem. Rijkswaterstaat zou de duinen aan die kant wel kunnen behouden, schatte hij in. (In die tijd deden ze dat met zinkstukken, een soort koppen van stenen die het water moesten keren en het strand erachter veilig stellen. Tegenwoordig gaat dat met opspuiten van zand.) We zijn aan de winnende hand, zei de hoofdingenieur.

Dat wist hij natuurlijk niet honderd procent zeker, gaf hij toe, want de natuur is grillig. ,,Aan de andere kant bezorgt diezelfde natuur ons ook wel weer eens meevallertjes, zoals enige jaren geleden bij Nes, toen niemand anders dacht of de hotels van Scheltema en Steinvoorte waren ten dode opgeschreven.''

Een paar weken later was er de februaristorm die een groot deel van Zeeland onder water zette, nu 65 jaar geleden. Ook op Texel vielen doden, op alle eilanden sloegen duinen weg en op Ameland werd hotel Steinvoorte voor een groot deel weggeslagen. Het nabijgelegen hotel Scheltema liep gek genoeg geen gevaar.

Uit de LC van maandag 2 februari 1953: ,,In de nacht van zaterdag op zondag en zondagmorgen vroeg sloeg ze (de zee) de helft van het paviljoen Steinvoorte weg en ondergroef de rest. Dit nieuwe gedeelte stortte gistermorgen om kwart over elf in. De bevolking van Nes heeft toen in allerijl het nog staande stuk omlaag gehaald, voor de zee het kon meeslepen. De inventaris kon worden gered.''

Gek genoeg was er in Hollum dan weer weinig schade, op een ,,oude schuur van boer Bunicich'' na, die was ingestort. In zekere zin had de hoofdingenieur dus gelijk gekregen.

De herbouw van Steinvoorte begon drie maanden later en het hotel hield het tot 1976 vol - toen sloeg er weer een groot stuk duin af. Scheltema was toen al zes jaar afgebroken. Mijn vader had de  dansvloer van Scheltema overgenomen (of was die nou van Steinvoorte?), die heeft nog jaren in de Zwaan gelegen.

(De foto komt van beeldbank.amelanders.com)

maandag 22 januari 2018

De verbazingwekkende V&D-brand


Op donderdag 21 maart 1963 woedde er een nog steeds legendarische brand in het pand van Vroom & Dreesmann aan de Nieuwestad in Leeuwarden. Dat was op een donderdag en er hebben wel duizend mensen staan kijken. Veel van hen hebben het er meer dan een halve eeuw later nog steeds over.


Wat ik niet wist, maar zondagmiddag hoorde van oud-brandweercommandant Gert van Meegdenburg (ik interviewde hem voor publiek in het Historisch Centrum Leeuwarden) was dat de Leeuwarder brandweer in die tijd een schertsvertoning was.

Je kunt het aan de foto hierboven wel zien, wees hij aan, sommigen hebben niet eens uniformen. De brandweer van de vliegbasis kwam er aan te pas, die zijn daar later nog voor gehuldigd op het stadhuis.

De Leeuwarder Courant had een verslag van die huldiging. Burgemeester Adriaan van der Meulen zei dat de schade zonder de militaire hulp veel groter zou zijn geweest. Er waren 320 militairen bij geweest, deels om het publiek op afstand te houden.

Basiscommandant J. L. Bosch zei: we moeten er maar niet meer over praten, bel de volgende keer gerust weer, dan verlenen we opnieuw bijstand. ,,Het militaire element staat met beide benen in het maatschappelijk leven.''

Dit nooit weer, zeiden ze in Leeuwarden en ze besloten een professionelere brandweer op te zetten. Zo is Van Meegdenburg als jonge knaap naar de stad gekomen en hij is nooit weer vertrokken.

Dat van die knullige brandweer van toen verbaasde me gistermiddag al en het verbaast me een dag later nog steeds. Het kan toch bijna niet zo zijn dat een stad dat niet beter voor elkaar heeft? Waren er voor 1963 dan geen grote branden die als wake-up call hebben gediend? Van Meegdenburg wist het ook niet.

Het is in ieder geval goed gekomen, al had dat nog wat voeten in de aarde. En tegenwoordig, vertelde de huidige commandant die ook in de zaal zat, rukken ze zo'n 800 keer per jaar uit; 200 keer vanwege automatisch brandalarm (meestal loos), de rest is ongeveer de helft voor brand, de helft voor hulpverlening. Van mensen uit auto's zagen tot katten uit de boom halen.

(De bovenste foto komt van het Historisch Centrum Leeuwarden, de andere is van Ad Fahner.)