zaterdag 21 juli 2018

Zo'n hond verleert dat nooit



Bij de Tryatervoorstelling Wereldburgers van de Voorstreek had Schumi een mooie figurantenrol als passerende hond.

De foto's die Niels Westra bij dat project maakte van Voorstreekwinkeliers staan inmiddels op de redactie. Gisteren probeerde ik even of Schumi het nog kan. En jawel hoor!

Wat een theaterdier.

maandag 9 juli 2018

Jump they say


Onderdeel van De 8ste Dag was een mini-hondenparcours. Dat leek me leerzaam voor Schumi, dus daar keken we even. Drie lekker in de wol zittende herders gingen door een tunneltje, sprongen over obstakels, rolden een katrol voor zich uit en kregen daar koekjes voor.

Schumi leek het interessant te vinden, de honden meer dan hun kunstjes.

,,Je moet ze gewoon steeds een koekje geven na afloop'', zei een van de trainsters. ,,Dan hebben ze het gauw genoeg door.''

Dus dat probeerde ik ook even. Kijk hierboven maar, met de hoepel gaat het best goed. De hondentrainster staat links.


In de horden had hij minder zin.

Ik gaf een koekje aan een meisje uit Ohio, die me net in Amerikaans-Nederlands had verteld dat haar oma uit Leeuwarden komt en ze hier al vaak is geweest, en dat ze haar eigen hond miste. Zij riep vervolgens Schumi.

Het lukte, maar we schrijven ons voorlopig nog niet voor hondenshows in.

(De filmpjes zijn van Jeroen)

woensdag 4 juli 2018

De woorden die je niet nodig hebt laat je weg bij zwartwit


Op het Noordelijk Film Festival van 2001 was Robby Müller de eregast. Müller was cameraman, pardon, director of photography, van verschillende films van Wim Wenders, twee van Lars von Trier, een aantal van Jim Jarmusch. Tussendoor filmde hij ook een van de  opwindendste auto-achtervolgingen die ik ken, voor To Live and Die in L.A. van William Friedkin.

Hij is dinsdag overleden, dus zocht ik het interview op dat ik in 2001 met hem had. Het was een plezierige middag met een vriendelijke man in een mooi Amsterdams grachtenpandje (,,heb ik gekocht in de tijd dat niemand in het centrum wilde wonen''), die zichzelf niet brutaal genoeg vond voor de filmindustrie.

Ik had een fotoboek over Paris, Texas bij me, dat ik door hem liet signeren, al zei hij er meteen bij dat die foto's volgens hem door Wim Wenders gemaakt zijn. In het colofon is er niks over te vinden.

Later vroeg Müller of ik hem twee kranten op wilde sturen. Een voor hemzelf en een voor zijn vader. Dat nam me nog het meeste voor hem in.

In het interview liet ik hem ook wat zeggen over de zeven films van hem die het festival vertoonde. Dit zei hij:


Der Angst des Tormanns beim Elfmeter (Wim Wenders, 1972)

,,We hadden ons voorgenomen: geen mooifilmerij, of ergens onderweg stoppen omdat het er zo mooi is. Omdat we het niet konden laten hebben we wel een kunstcassette gemaakt van mooie plaatjes, maar met de plechtige belofte die niet te gebruiken. Omdat het zo ongelooflijk pittoresk was in Oostenrijk met die appeltjes aan de bomen, en die koeien. Ik vind het echt heel goed van Wim dat hij die opnamen inderdaad niet gebruikt heeft, het was alleen maar esthetisch mooi, het hoorde niet bij het verhaal.''

Im Lauf der Zeit (Wim Wenders, 1975)

,,Dat was voor mij een van de eerste grotere films met Wim. Ik kreeg langzamerhand het gevoel dat ik de camera onder controle had. Hier kon ik dingen doen waarbij ik dacht, ja, zó is het bedoeld. Ik heb het in mijn vingers.''




Der Amerikanische Freund (Wim Wenders, 1977)

,,Ik dacht toen, daar krijgt Wim Wenders een prijs voor. Hoewel ik hem goed vind, heeft hij nooit de bekendheid gekregen van Paris, Texas. Ik heb geen idee waarom. Toen ik hem later terugzag dacht ik, een hoop beelden lijken op het werk van Guy Peellaert, maar dat was niet bewust.''


Een zwoele zomeravond (Frans Weisz, 1982)

,,Dat was gewoon leuk, met de mensen van het Werkteater, een heel enthousiaste groep. Het was een theatervoorstelling in een tent. Wij lieten ook zien wat er buiten die tent gebeurt, maar verder hebben we de voorstelling in de film gelaten zoals-ie-was. Leuk om te doen hoor, want er waren ook acrobaten en zo, dingen die ik eigenlijk nog nooit gefilmd had.''






Dead man (Jim Jarmusch, 1995)

,,Eigenlijk heb ik mijn hart verpand aan die film. We namen hem op in British Columbia, zo'n fascinerend mooi gebied dat als we daar in kleur hadden gedraaid, het The Discovery Channel zou zijn geworden. Hetzelfde hadden we bij Down by Law gedaan: die film zouden we letterlijk vernietigd hebben door in kleur te draaien. Vaak geeft kleur te veel overbodige informatie. Het is als met gedichten: de woorden die je niet nodig hebt laat je weg bij zwartwit.''



Breaking the waves (Lars von Trier, 1996)

,,Lars heeft me verwend, ik ben nu voor altijd bedorven voor mainstreamfilms. Hij duldt geen poeha, hij is heel grappig en heel scherp, en hij filmt geen meter te veel. Vaak is bij hem de eerste opname de beste, dat vind ik leuk, omdat hij nooit op zeker speelde. Hij wilde 'kruis op de neus' - in de zoeker van de camera zie je een kruisje - en geen showfilmerij. Er werd ook niet op mooi weer gewacht, het was de enige film waarvan ik elke ochtend wist wat we zouden draaien. En als we klaar waren, ook al was het nog vroeg, zei hij: we zijn klaar, we houden op. Bij Dancer in the dark heb ik 's middags wel forel met hem gevist. Eindelijk iemand die niet bleef doorbreken aan een scène omdat er nog een paar uur over was. Dat vond ik heerlijk, eindelijk van dat gezeik af.''

Als hij zelf zeven films van zichzelf had moeten programmeren, dan hadden Der Amerikanische Freund, Im Lauf der Zeit, Breaking the Waves en Dead Man er eveneens bijgezeten en daarnaast Down by Law, Repo Man en Barfly.