zaterdag 23 juli 2016

Asing koopt een ijsje


Het meest arbeidsintensieve ijsje dat ik ooit heb gekocht maken ze hier om de hoek in Chinatown.

Daar is een zaakje dat Below 10 heet, je moet er ook echt een trapje voor af, en toen ik het passeerde stond het propvol mensen, altijd een goed teken. Het was er enorm warm, vanwege al die mensen, er stond Chinese of Thaise muziek op, maar je hoorde vooral het gehamer van spatels op metalen platen.

Als je bestelt schrijft de man achter de kassa je naam op een beker.

Is je beker aan de beurt, dan roept de ijsbereider die met jouw bestelling aan het werk zal je naam, zodat je kunt gaan kijken.  Dat doet iedereen, vaak met het mobieltje in de aanslag, want het is een belangrijk onderdeel van het ijsje.



Ik had voor een combinatie van groene thee en aardbei gekozen, maar ik had ook iets met chocoladekoekjes kunnen doen of van die kleine zoute krakelingetjes.

Ze werken met twee spatels op een soort vriesplaat, het tegenovergestelde van een hete pan als het ware.

Eerst de aardbei pletten.




Dan het groene thee-mengsel erbij.
Dan hakken hakken hakken met die spatels, in plaats van roeren, zeg maar.


Dan het mengsel uitsmeren over de vriesplaat.

En dan losschuiven, zoals je ook de rijp van je autoruiten krabt in de winter, maar dan voorzichtiger.



Zodat je uiteindelijk een bakje krijgt met deze rolletjes. Afgemaakt met nog wat toppings naar keuze, in mijn geval nog een aardbei (razendsnel in schijfjes gehakt met de spatel), wat bramen en slagroom.

Het was zo lekker dat ik het ijsje zelf niet op de foto heb gezet, dat was zonde van de tijd. Ga het zelf maar proeven.

donderdag 21 juli 2016

The supernatural extra brilliant intelligent kindness of the soul

Patti Smith trad gisteren op in de tuin naast Lincoln Center (Damrosch Park) en dat was gratis. Wat verklaart waarom er anderhalf uur voor het begon al een rij op de stoep stond die rondom het blok gebouwen ging, met alleen uitsparingen voor de inritten van twee parkeergarages. Die toen het hek openging verrassend vlot naar binnen liep

In het programma werd het aangekondigd als an evening with poetry, prose and music, maar het was vooral dat laatste. ,,Ik hou me nooit aan dat soort regels'', zei Patti Smith. Dus speelde ze ondermeer Dancing Barefoot, Because the Night Belongs to Lovers, maar ook een nummer voor Amy Winehouse, een voor Jim Morrison en een cover van When Doves Cry van Prince.

Ze deed meer covers, zoals een lekker ruige versie van My Generation van de Who. De zin hope I do before I get old had ze vervangen door hope I live until I get old. And I want to get fucking old, riep ze erachteraan. Om te laten zien hoe punk ze nog is, trok ze in het laatste nummer (het was om tien uur afgelopen) een snaar van haar gitaar.

Ze las twee stukken voor uit haar boek Just Kids, gedicht-achtige beschrijvingen van hoe ze toen ze jong was met Robert (Mapplethorpe, de fotograaf) in het Chelsea Hotel woonde.

Het ene stuk ging over hoe ze verhuisden van een klein kamertje naar een iets groter, het tweede over hoe ze samen in de sneeuw op Times Square met oud en nieuw de jaren zeventig afwachten: ,,Dit ging onze periode worden.''

Er ging gejuich op toen ze aankondigde dat ze iets van Allen Ginsburg ging voorlezen, wat ze vol vuur deed, een extatisch stuk uit Howl waarin hij van alles heilig verklaart. Het werkte enorm, ze schreeuwde het soms uit boven het parkje vol klapstoelen.
Holy! Holy! Holy! Holy! Holy! Holy! Holy! Holy! Holy! Holy! Holy! Holy! Holy! Holy! Holy! The world is holy! The soul is holy! The skin is holy! The nose is holy! The tongue and cock and hand and asshole holy! Everything is holy! everybody’s holy! everywhere is holy! everyday is in eternity! Everyman’s an angel!
En aan het eind:
Holy forgiveness! mercy! charity! faith! Holy! Ours! bodies! suffering! magnanimity! Holy the supernatural extra brilliant intelligent kindness of the soul!
Naast me zaten Silvan en Florence, een ouder echtpaar uit Queens, die met de bus waren gekomen en allebei wel eens in Nederland geweest waren, zij het kort. Zij op doorreis, toen ze was afgestudeerd, hij in the service. Dat had hem ondermeer in Utrecht gebracht, waar niemand Engels spreekt en hij de woorden kip en rijsttafel had geleerd.

We waren van tevoren al snel aan de praat over politiek, want Silvan maakt zich zorgen over de komende presidentsverkiezingen. Nixon hebben jullie ook overleefd, probeerde ik te sussen, laten we hopen dat een kundige staf een dempend effect zal hebben. Florence hoopte dat ook, maar Nixon riep bij Silvan boze gevoelens wakker: de meest paranoïde president die we ooit hebben gehad. Hij is later gerehabiliteerd, maar nooit helemaal.

Ook Patti was politiek. Iemand gooide iets naar haar toe, en ze zei: ,,This is not the Republican Convention, don't throw shit on my stage!'' Daar kwam ze later tussen twee nummers op terug. Want toen ze naar de grote vergadering van de Republikeinen keek (die is in Cleveland aan de gang) had ze bedacht dat de twee grote Amerikaanse partijen vroeger elkaars tegenstander waren, maar geen vijanden, zoals nu. Dat laatste is slecht voor het land. ,,We want peace, we want truth, we want to be fucking free!'', riep ze. Waarna ze The people have the power inzette.

Oh ja, en the media moeten hoognodig van hun ass afkomen, vond ze. ,,Ik denk niet dat ze jou bedoelde'', zei Silvan toen we naar buiten liepen.

maandag 18 juli 2016

Het nut van handen geven

Op een feestje in New York kom je binnen en je begint meteen iedereen een hand te geven. Je zegt je naam (in mijn geval herhaal je die, Amerikanen kijken er vaak verwonderd bij) en je probeert de naam van de ander zo goed mogelijk te onthouden. Hi, (naam hier invullen), nice to meet you!

Zondagavond nam Julie me mee naar een feestje, een fundraiser (,,you listen to a speech and then you sign a cheque'', legde ze uit. ,,But you don't have to do that.''). Het was bij een filmmaker die ze kent, Ira Sachs. Twee jaar geleden maakte hij Love is Strange, een naar het schijnt sympathieke film over een ouder homostel (John Lithgow en Alfred Molina) die ineens op zoek moeten naar nieuwe woonruimte in Manhattan.

Sachs woont aan Fifth Avenue, in zo'n huis met een luifel ervoor (zie de foto hierboven) en een doorman in de hal, die de boel in de gaten houdt. ,,It's on the sixth floor'', zei hij.

De lift was niet enorm, er pasten twee van die nette Amerikaanse omaatjes in die over de warmte klagen, en wij dus.

De foto hiernaast is van de overloop.
De filmmaker woont in het hoekhuis links achterin deze gang. Verrassend klein maar zo slim ingericht dat er toch veel in kan, van twee slaapkamers (een voor de kinderen, een voor hem en zijn man), een woonkamer, een hal en een keukentje dat doet denken aan de lift van zonet.

Veel boekenkasten (ik zag een paar boeken over François Truffaut), veel kunst aan de muur (Keith Haring, Franz Kline, Gerhard Richter) en overal mensen die elkaar handen gaven. Ik was blij dat ik mijn T-shirt had omgewisseld voor een gewoon overhemd.

De filmer stond met zijn zus in het kleine keukentje, dus dat waren de eersten die ik een hand gaf. De zus deed later de fundraising: ze is vrijwilligster geweest in Griekse vluchtelingenkampen bij de Macedonische grens en hield er een lezing over met foto's die ze op de muur projecteerde.

,,Dit is Asing'', stelde Julie me voor aan een zekere Mark, een oudere Britse heer. Mark was de eerste die zijn chequeboek had getrokken. ,,Hij schrijft over film (klinkt goed, vond ik meteen) en heeft net een boek afgemaakt over een onbekende componist die voor John Ford heeft gewerkt.''

Ze bedoelt ons boekje over Richard Hageman, ik heb er een paar meegenomen. Julie had het net zitten lezen en hoewel ze de titel en het omslag dopey vindt (heeft ze gelijk aan: je ziet nergens aan dat dit boek over muziek of Hollywood gaat) vond ze het verder boeiend. Blij toe, want ze is een filmkenner en bovendien leeft ze deels van het bewerken en verbeteren van andermans scripts.

,,Dat is interessant'', zei Mark, die ook iets in film is. ,,Je  moet David Kehr bellen, die is conservator film bij het MOMA en erg geïnteresseerd in dit soort onderwerpen.'' Hij vroeg aan zijn vrouw Yvonne: ,,Heb jij toevallig zijn nummer bij zich?'' Had ze niet, dus hij schreef de naam voor me op papiertje. ,,Die gaat het geweldig vinden", wist Mark.

Dat gaan we dan nog beleven. It was so nice to meet you, zei ik tegen Mark en Yvonne toen ik wegging. Dat zegt iedereen bij vertrek, maar ik meende het.

maandag 11 juli 2016

Van de bank voor jeugdsentiment

Je bent even een weekeindje weggeweest en ineens is er een monster opgedoken in de straat. Je kunt het alleen maar zien met Pokemon Go op je telefoon, een spel van Nintendo dat officieel nog niet eens in Nederland is uitgebracht maar dat elke jongen, geloof ik, op zijn mobieltje heeft.

Op een kaart van Leeuwarden staan de plekken aangegeven waar je de roodwitte ballen kunt krijgen om ze te vangen, Pokestops. Als je er bent zie je een foto van die plek - in dit geval van de deur van de Waalse Kerk - en wanneer die gaat draaien krijg je munitie voor je virtuele vlinderjacht.

Net toen ik boodschappen ging doen stonden deze drie geduldig te wachten tot er een Pocket Monster (Pokemon is een Japanse afkorting) gevangen kon worden. De jongen links op de foto, ik meen dat hij Pieter heet, liet het me zien.

Het vangen van die beesten zelf is niet zo heel moeilijk, als je er een ziet schuif je zo'n rood-witte Pokemon-bal op je scherm in zijn richting en dan zit hij erin. Pieter had er al een heleboel. Die monstertjes hebben allerlei krachten en je kunt ze trainen in in een Pokegym. Daar schijnt er eentje van bij de Blokhuispoort te zijn.

,,Het is allemaal jeugdsentiment'', zei Pieter, die ik op begin twintig schat. Vroeger had hij Pokemonkaarten verzameld, en dit was hetzelfde, maar dan al wandelend. ,,Zo komen we ook eens van de bank'', zei hij. Dat is wat iedereen op het ogenblik over Pokemon Go zegt, blijkbaar is er een generatie opgegroeid die al jaren niet meer buiten is geweest.

Vijf jaar terug heb ik Jelle eens over Pokemon geïnterviewd, voor een Asconafilmpje. Het staat hieronder.




Even later stond er een iets oudere verzamelaar in de straat. Hij was op de fiets.

,,Je moet ze toch lopend verzamelen?'', vroeg ik.

,,Het kan ook op de fiets'', zei hij. ,,Ik kom net van mijn werk.''

Dit bleek Frits van Essen te zijn, neef van Jacob, die les op de NHL les geeft in dit soort dingen. Dat was een tref, want hij kon me vertellen hoe iemand die door Nintendo, een Japans bedrijf, betaald wordt om overal van die wezentjes en vangballen neer te zetten bij de Waalse Kerk in Leeuwarden kan uitkomen.

,,Die plekken hebben ze gekocht'', weet Frits. ,,Van Ingress.'' Dat is ook een spel dat een bedachte wereld en de wereld om ons heen combineert. Spelers overal ter wereld hebben de plaatsen waar zich dat afspeelt zelf bij elkaar gebracht. En die kiezen, om het duidelijk te houden, vaak prominente gebouwen, die ook op Wikipedia staan.

,,Is het voor jou ook jeugdsentiment'', vroeg ik.

,,Nee man'', zei hij. ,,Ik ben al bijna dertig.''

(In de bovenste foto heb ik zo'n wezentje geplakt.) 

woensdag 15 juni 2016

Mode in het Paleis op de Dam



De pers (een handjevol mensen maar, vooral fotografen en cameramensen) mocht zich verzamelen aan de achterkant van het Paleis op de Dam, vanmorgen. Ik kwam voor de uitreiking van een Zilveren Anjer aan Jack Kooistra, de Friese nazi-jager, er waren drie (vier eigenlijk, een echtpaar en twee enkelingen) die zo'n anjer kregen.

In die rij stond ook een oudere man met een kruk, die net aan het vertellen was: ,,Twee jaar geleden stond ik hier Maxima te filmen en toen scheurde mijn aorta.'' Dat was, hoorde ik, het begin van allerlei malheur geweest, maar nu stond hij hier toch weer. Hij was blijkbaar een oude bekende, want hij werd in het paleis door allerlei mensen begroet.

De RVD-man die ons door de achterdeur het paleis binnenloodste, had een speldje op zijn rever van de raket van Kuifje. Verrassend, want je zou in zo'n omgeving vooral lintjes verwachten.

,,Mooi speldje'', zei ik. ,,Het valt wel op.''

,,Ja he?'', zei hij. ,,Heb ik heel vaak op. De koning is er al aan gewend, die vind hem ook mooi.''

Binnen waren meer officials, en die hadden ook speelse speldjes op. Ik zag een rood wieltje, of zoiets, en een ander ding dat op een bloem of zo'n aids-strikje leek. Zou dit een nieuwe trend zijn?

Ik grabbelde in mijn tas, want je krijgt tegenwoordig overal dat soort speldjes. Ik vond er eentje van de Oldehove, leek me een beetje provinciaal toe, en eentje van de JSF, wat meteen zo'n statement is. Dus ik liet het maar zo.

Gelukkig maar, want in de zaal bleek dat vooral de lintjes het modebeeld voor heren bepalen. Die mensen beneden waren uitzondering.

Een dag voor de uitreiking had ik Jack gevraagd of hij zijn gymschoenen ging dragen, want daar loopt hij dag in dag uit op. In het korte filmpje dat ze over hem lieten zien werd op die schoenen ingezoomd.

,,Nee, ik doe andere schoenen aan'', zei hij. Dit zijn ze.

(Het filmpje maakte ik bij het naar buiten lopen, want dat ging wel door de ingang aan de voorkant. Erg spannend is het niet, waar ik begin te lopen is de garderobe, de Burgerzaal waar alles gebeurde is de trap op.)



donderdag 9 juni 2016

Kamer 5

Zo lang ik me De Zwaan herinner herinner ik me ook Cees en Cock, want die waren er voor mijn idee altijd.

Dat klopt helemaal niet, want ze kwamen in 1973 voor het eerst naar Ameland, maar in de tijd dat ik achter de bar stond waren zij er wel elke zomer, vijf, zes weken achter elkaar.

Ze waren aardig, gezellig om erbij te hebben, belangstellend, vrijgevig. Toen ik een keer met Douwe achter de bar had gestaan op een of andere drukke dag, Koninginnedag of zo, nam Cees ons na afloop mee uit eten bij het Zeepaardje.

Ze logeerden altijd in Kamer 5. Kamer 5 zou je nu niks meer vinden, als hotelkamer, maar het was de grootste van De Zwaan op de hoek, met twee ramen. Door de jaren heen werden Cees en Cock vrienden van mijn ouders en ook van ons, als een Rotterdamse oom en tante, naar wie je elk jaar uitkijkt.

Cees is in februari overleden. Hij was al langere tijd ziek en was met Sunneklaas nog op Ameland geweest. Op zijn crematie in Rotterdam werd verteld hoe graag hij op het eiland was, en dat bleek ook wel uit het grote aantal Hollumers dat naar Rotterdam was gereisd. Ik was er met pa, en Giso dook ook op.

Bas, hun schoonzoon, vertelde hoe Cees hem een maand eerder had gezegd hoe hij de crematie wilde hebben, welke muziek (ik kan me Sweet Home Alabama van Lynyrd Skynyrd herinneren) en vooral: ,,geen cake, maar koekjes''. Dat was ook zo: op alle tafels lagen schalen met allerlei koekjes. Niemand raakte de stroopwafels aan, dus daar heb ik een groot deel van opgegeten, vond Cees vast niet erg.


Cock overleed vorige week donderdag. Weer waren er veel Hollumers, ik was er ook met pa, en weer was er ook in de verhalen die nadruk op hoe graag ze op Ameland waren. Ze is met koningsdag nog twee weken in Hollum geweest, pa was nog met haar uit eten en zo, en ze had plannen om er in september de as van Cees uit te strooien.

Maar aan het eind van die twee weken was ze uitgeput, hoorden we nu, ze hoestte en niet lang erna werd kanker aan het longvlies vastgesteld. Schoonzoon Bas vertelde hoe ze bijna verbaasd had gezegd: ,,Dat je zo snel naar de klote kunt gaan.''

Het was echt een droevige bijeenkomst, iedereen had het te kwaad. We hoorden Beautiful noise van Neil Diamond, Wonderful world van Louis Armstrong en This is my life van Shirley Bassey. Net zoals bij Cees op zich geen droevige nummers, maar bij zo'n plechtigheid krijgt alles een zware lading.

Op de een of andere manier kwam dit nog dat harder binnen dan de dood van Cees. Toen kleinzoon Danny even bij ons kwam zitten zei hij: ,,Godverdomme. Ik weet geen ander woord hiervoor.''

Tijdens de plechtigheid projecteerden ze foto's van Cock (dat was bij Cees ook) en ik kreeg het te kwaad bij een heel onschuldige, fleurige foto van haar met een vol glas wijn. Vreemd, hoe zoiets werkt.

Later was er een foto die heel lang op het scherm bleef staan, van Cock in de Zwaan bij Sunneklaas, met nog een sigaret in de vingers. Het was in de tijd dat pa en mem nog in het bedrijf zaten.

Haar ene arm had ze over de schouders van een jong meisje, de andere over de schouders van een ome, die een zwart pak droeg met een skelet erop, en hij had een doodhoofdsmasker. Onderin beeld zag je nog net zijn flesje bier. Het was een beetje luguber, maar ook symbolisch. Wie het leven omarmt hoeft van de dood niet te schrikken, of zoiets.

(De foto hierboven heeft Jan Spoelstra gemaakt voor de LC. In 2011 hadden we een serie in de krant van mensen die altijd naar een vaste plek in Friesland op vakantie kwamen).