vrijdag 23 februari 2024

Durchhalten und weiterarbeiten


Als je de StaBi in Berlijn binnenloopt, de StaatsBibliothek zu Berlin, en de imposante trap naar allerlei wijsheid rechts passeert, kom je bij een sjieke tentoonstelling van hoogtepunten uit de bibliotheek, in een paar verduisterde ruimtes achter elkaar. Het handjevol mensen dat hier is loopt zwijgend, of hooguit fluisterend rond.

Al in 1661 begon de toenmalige keurvorst met verzamelen, dat was de basis voor deze bibliotheek, dus ze hebben van alles. Hier liggen in vitrines tere Japanse prenten, een vroege druk van Kinder- und Hausmärchen van de gebroeders Grimm, afbeeldingen van plantjes uit Zuid-Amerika op basis van de enorme verzameling spullen die Von Humboldt meebracht, propagandamateriaal uit beide wereldoorlogen, bladen uit de Johannespassie van Bach, een afgietsel van de handen en het hoofd van dirigent Hans von Bülow, zelfs het dirigeerstokje van Claudio Abbado hangt er, dat volgens het bijschrift van ivoor en kurk is.


In een vitrine ligt Vorlesungen über Thermodynamik uit 1897 van Max Planck, ver voordat hij als grondlegger van de quantumechanica, Nobelprijswinnaar bekend zou worden, en als naamgever van indrukwekkende wetenschappelijke instituten. 

Planck was al een oude, maar dus beroemde, man toen de nazis aan de macht kwamen. Een nazi was hij niet, maar hij nam ook niet, zoals veel Joodse collega's, de benen. Durchhalten und weiterarbeiten was zijn motto. 

Anders was het met zijn zoon Erwin, die zich bij het verzet binnen Duitsland had aangesloten en betrokken was bij de mislukte aanslag op Hitler in 1944. Erwin Planck werd gearresteerd.

Zijn vader, inmiddels ver in de tachtig, schreef brieven aan Hitler en Himmler en gooide alles in de strijd om de doodstraf voor zijn zoon in elk geval omgezet te krijgen in een gevangenisstraf. Het hielp niet: Erwin Planck werd opgehangen. 



Het briefje waarin een adjudant namens Himmler laat weten dat genade er niet in zit ligt hier ook, naast een gedicht dat Dietrich Bonhoeffer in de gevangenis scheef. 

donderdag 22 februari 2024

Gegen die Wand; Unsterblichkeit



Franz Diener was een Duitse zwaargewicht-bokser, bijnaam Die Deutsche Eiche. Ik zou nooit van hem gehoord hebben als hij in de jaren vijftig niet van Oost-Berlijn naar het Westen zou zijn gevlucht en in West-Berlijn een café zou zijn begonnen, dat vroeger bij een rijstal (Tattersall - zo heet dat, naar een Engelsman uit de achttiende eeuw) had gehoord. 

Eerst kwamen er vooral andere boksers, maar ook snel Duitse acteurs en filmsterren. Vandaar dat Diener Tattersall tot an het plafon volhangt met acteursportretten, tot aan het plafond. 

Het is vlakbij mijn hotel in Berlijn en je kunt er eten, dus ik ging er maandag heen. Het is niet groot, twee aaneengesloten ruimtes met tafels, die allemaal vol zaten. 

,,Haben sie reserviert?'', vroeg de Innhaber. Nee, dat had ik niet. Hij wees me naar een ronde tafel in de hoek, waar al drie mensen zaten: daar kon ik wel aanschuiven.

Om me van mijn beste kant te laten zien, gaf ik ze alledrie een hand voor ik ging zitten, een oudere, verzorgde heer die af en toe verschrikkelijk moest hoesten, een vrouw die bij hem leek te horen en een man met een kaal hoofd en een montuur met ronde glazen. Ze reageerden wat verbaasd. ,,Ik kom uit Nederland'', zei ik als excuus. ,,Ik weet niet hoe het hoort bij het aanschuiven aan een tafel.''

,,Waar uit Nederland?'', wilde de man met de bril weten. ,,Ik woon in Leeuwarden'', zei ik en om het interessanter te laten klinken voegde ik toe: ,,Maar ik ben opgegroeid op een van de eilanden.'' Ah! Welk eiland, wilde de man weten, hij was wel eens op Schiermonnikoog geweest, maar kon dat niet uitspreken. 

Hij kende Nederland goed, hij was operacomponist en heeft in Amsterdam gewoond. Ik had zijn naam niet verstaan. Misschien was het Detlev Glanert, dacht ik achteraf, maar dan heeft hij een andere bril dan op alle foto's die er van hem zijn op internet - ik twijfel.

,,Bent u acteur?'', vroeg de oude heer me. Zelf was hij dat wel, en hij was al 88. ,,Dus je hebt twee keer je vrouw begraven?'', hoorde ik de vrouw hem vragen. Ja, dat had hij. ,,Toch niet in hetzelfde graf?'', ging ze door. Nee dat niet. ,,En woon je nu helemaal alleen in dat grote huis?'' Ja, dat woonde hij en hij vond het heerlijk. 

Op een foto vlakbij ons stond Harry Belafonte. Naast hem een andere man. ,,Dat is Norbert Schulze junior'', zei de oude acteur. ,,De zoon van Norbert Schulze senior, die Lili Marleen heeft geschreven.''

,,Wat moet je doen om hier te mogen hangen?'', vroeg ik de operacomponist. ,,Vermoedelijk dood zijn'', grinnikte hij. 

Maar dat klopte niet, want de oude acteur hing hier ook, hij wees me de foto aan, helemaal bovenaan, een jonge man met een baardje die totaal niet op hem leek. 

,,Het was een hele eer toen me gevraagd werd een foto van mezelf mee te nemen'', zei hij. ,,Maar toen was Diener er al niet meer. Toen waren twee mannen hier de baas, Lilo en Rolf. Daar hebben we mooie tijden mee beleefd, soms ging het hier door tot 's morgens vroeg.''

(Toen ik vertrok, maakte ik een foto van de acteur en de dame. De operacomponist was toen al weg. Norbert Schulze junior hangt pal links van de dame.)

vrijdag 9 februari 2024

Even uit de vergetelheid tevoorschijn


Maandag is oud-minister Dries van Agt overleden, de man die bijbleef vanwege zijn statige taalgebruik. 

Ik kan me een tv-reportage herinneren waarin hij vogels voert en een gans hem in de vinger bijt. Meteen reageerde hij met een zin die begon met ,,Kom ik hier om deze onnozele dieren een bete broods te brengen...'' De rest weet ik niet meer, maar zo is het al prachtig, als ik eendjes voer denk ik altijd aan die bete broods.

Een keer heb ik hem gesproken, toen hij in 2015 te gast was bij NHL Stenden, samen met Hans Wiegel. Na afloop signeerde hij er een boek en daarna had hij wel even tijd voor me. 

Het leverde onderstaande column op, die op de ranglijst heeft gestaan voor het boekje columns, maar een meedenkende lezer ried het af. ,,Niemand weet meer wie Van Agt is'', was de redenering en misschien klopt dat. Maar voor wie dat nog wel weet: 


Overigens had ik hem eerder ook al eens in een column genoemd, over protestliederen en dat die eigenlijk niet meer gemaakt worden, want we hebben nu sociale media. Destijds was er wel eentje over Van Agt, die zelfs op de radio gedraaid werd. 

Dat liedje had er vooral te maken dat Van Agt en een groep procureurs-generaal midden jaren zeventig ingrepen tegen de vertoning van pornofilm Deep Throat in reguliere bioscopen. In seksbioscopen was die al te zien, ook (zie hiernaast) in de lektuurhal in Leeuwarden, de advertentie is uit 1976.

Maar de film was zo hip geworden dat hij ook in de gewone bios draaide. In Maastricht en Amsterdam werd hij in beslag genomen, onder de nieuwe regel dat deze films niet vertoond mochten worden in bioscopen met vijftig stoelen of meer. Dan bleef het beperkt tot seksbioscoopjes, of zoals Van Agt het omschreef: ,,kleine besmuikte instituten.''

Daar was even veel drukte over, want dit zedenmeestersgedrag stond lijnrecht tegenover de afschaffing van de filmkeuring, die op dat moment ook gebeurde. Bovendien, zo oordeelde de rechtbank in Amsterdam in 1977, zijn er geen duidelijke maatstaven voor wat aanstootgevend is voor de openbare eerbaarheid. 

Daar was niet iedereen het mee eens. Nog in 1981 werd in Sneek een 29-jarige lerares aangehouden, die met een paar anderen met spuitbussen leuzen op bioscoop Amicitia leuzen had gespoten tegen Deep Throat, die daar als nachtfilm draaide. Ze had ook een ketting met hangslot in de tas, waarmee ze de deur had willen afsluiten. Zou ze nog leven?

In de Leeuwarder Courant schreef hoofdredacteur Eddy Evenhuis: 'Er zijn redenen om de film Deep Throat een onsmakelijk, mal produkt te vinden en veel mensen met normale reacties zullen er eerder verveeld dan opgewonden door worden. Maar dat is het punt niet. Het gaat erom dat in ons land nog altijd autoriteiten fungeren, die menen dat andere volwassenen daar niet zelf over mogen en kunnen oordelen. (…) Het gaat in feite helemaal niet om pornofilms en pornografie.'

Die bui woei over, in de jaren tachtig en negentig verdwenen pornofilms naar de videotheek. We vertellen het hier maar even, want alle overzichten van dingen rondom Van Agt gaan alleen maar over nazi's en Molukkers.

donderdag 8 februari 2024

De eenzame elektrische fietser



Baukje, een van de bezoekers van de boekpresentatie in Het Graauwe Paard, was op de fiets gekomen, vanuit Leeuwarden. ,,Wel elektrisch hoor'', relativeerde ze. Maar toch: de wegen van Het Bildt (tegenwoordig gemeente Waadhoeke) zijn duister en kronkelig, straatlantaarns vinden ze daar een teken van zwakte.

Auke van het Graauwe Paard zette ons in een achterzaal die ik zo mooi vond dat hij me de rest van het bedrijf ook meteen maar liet zien. De eetzaal/het café, daar was ik wel eens geweest, maar achterin is ook een grote toneelzaal, met podium, bar en al, om je vingers bij af te likken. ,,Het is een van de weinige in Friesland die er nog zijn'', wist kenner Ekko me later te vertellen. ,,En ook nog op de begane grond, vaak zijn ze op een bovenverdieping.''

Bij de bezoekers was een Friestalige mevrouw die toch heel goed in het niet-Friestalige Bildt had kunnen aarden, ze had er in het onderwijs gewerkt, Sabine was er, die een tijdlang met ons gezwommen heeft in de Prinsentuin en Sjoerd was mee, die toevallig die dag bij me op bezoek was. 

En voorstelde om daar dan ook meteen maar te blijven eten, samen met Rienk, de zoon van uitgever Louw, die zijn vader die dag verving. ,,Ik bin net sa'n lêzer'', had Rienk me al verteld. Zijn vader vertelde me later dat hij toch in het boekje met columns was begonnen. Nu maar hopen dat hij het einde heeft gehaald.


Er is veel vroeger in Café Bergsma


In een paar cafés bij de boekpresentatie (Marktzicht, natuurlijk) las ik de column voor die ik in oktober had geschreven over Drachten. Raadsleden en ambtenaren hadden daar in 1988 - ik werkte er destijds - een zwartboek samengesteld van 1,5 centimeter dik, van de wandaden die ze van burgemeester Bert Smallenbroek hadden meegemaakt. De burgemeester vond het allemaal maar roddels. 

Het geschrift kreeg de bijnaam 'Bruinboek', omdat het een bruin kaft zou hebben. Dat weet ik niet zeker, want ik heb het nooit gezien al heb ik daar wel alle moeite voor gedaan destijds. De column van oktober ging over mijn laatste poging. Want ik ben er nieuwsgierig naar gebleven, daarom stuurde ik nu nog, zoveel jaar later, een mail naar het gemeente-archief van Smallingerland. Helaas: het blijft nog tot 2040 achter slot en grendel.

Die column las ik ook voor in café Bergsma. Een van de bezoekers zei na afloop: ,,Ik heb het wel gelezen hoor.'' Ik had hem niet herkend, maar het was Jan, die indertijd bij de afdeling voorlichting van de gemeente werkte. Na afloop hadden we het er nog even over. ,,Wat stond er dan in?'', vroeg ik. ,,Van alles'', zei hij vaag maar trad niet in detail. 


Bij Bergsma, dat toch al de sfeer van vroeger ademt, kreeg ik wel andere dingen uit het verleden. Durk Pietersma en zijn man uit Leeuwarden - ik was een keer bij ze op bezoek om over afwaaiende hoeden te praten en wat je ertegen kunt doen - schonken me een afbeelding van de Oldehove, van Abe Gerlsma.


En Riemke van Keimpema uit Joure - bij haar was ik een keer vanwege haar verzameling Mens-Erger-Je-Niet-spellen - had een map meegebracht met ondermeer kopieën van foto's van het Kooihûs bij Nes op Ameland. Dat was vroeger een pension, van mijn pake. En die was weer de broer van haar pake. 

Met deze boekentoernee langs mooie cafés had ik best door willen gaan, uitgever Louw ook wel zei hij. Maar Bergsma was de laatste stop, het moet ook een keer ophouden. Maar misschien, áls er een tweede druk komt... 



woensdag 31 januari 2024

Penny Lane, very strange


Zojuist gooide ik de tekst van Penny Lane van de Beatles couplet voor couplet door het kunstmatig intelligente Dall-E 3 (in microsoft designer), zonder er iets aan toe te voegen. Meestal vraag je het programma om iets in een bepaalde stijl te maken, maar ik gaf nu alle vrijheid. 

Hij koos voor de stijl van een krankzinnig kinderboek en het resultaat is alleraardigst. Ik vind vooral de bankier met al die schaterende kindertjes in de regen goed geslaagd. 

Bij het plaatje van de brandweerman veogde het programma hij rare mensfiguurtjes op straat toe, waardoor het wat macaber wordt. Zeker als je die brandweerauto ververop, in het op een na laatste plaatje, in volle vaart op de herenkapper af ziet stormen. En wat doen de brandweermensen daar in die kapsalon?



'In Penny Lane, there is a barber showing photographs of every head he's had the pleasure to know'



On the corner is a banker with a motorcar and little children laugh at him behind his back. And the banker never wears a mac in the pouring rain. Very strange.




Penny Lane, there is a fireman with an hourglass and in his pocket is a portrait of the Queen. He likes to keep his fire engine clean. It's a clean machine.



Behind the shelter in the middle of a roundabout a pretty nurse is selling poppies from a tray, and though she feels as if she's in a play, she is anyway.




Penny Lane, the barber shaves another customer. We see the banker sitting waiting for a trim. And then, the fireman rushes in from the pouring rain. Very strange.



Penny Lane is in my ears and in my eyes. There beneath the blue suburban skies I sit and meanwhile back.

dinsdag 30 januari 2024

Vier pijlers en duizenden vliegjes



De kosteres van de doopsgezinde kerk in De Knipe ('Bovenknijpe' staat er als plaatsnaam op een bordje op de kerk) vond het best als ik de trap opging om het balkon te bekijken, waar het orgel is. 

Aan het orgel zit een achteruitkijkspiegel, waarmee de organist de predikant in de gaten kon houden. Er omheen stonden trommels en blaasinstrumenten van fanfare Crescendo, die deze kerk als oefenruimte gebruikt. Er lag ook een bordje, waar in sierlijk handschrift Leningrad op was geschreven.

De kosteres wist niet wat dat voor bordje was, zei ze toen ik het omhoog hield. ,,Jo kinne noch in stikje heger hear!'', zei ze. Dat had ik al gezien: er was een kleine houten trap naar een luik, dat toegang gaf tot een smalle ruimte met dozen, de verwarmingsketel en het ronde raam boven de toegangsdeur.

Dat raam was bespikkeld van binnen, en alle spikkels, zag ik na een tijdje pas, bewogen. Het waren duizenden kleine vliegjes, die daar in het zonlicht krioelden. 

,,Ik sil straks wol wer efkes spuitsje'', zei de kosteres toen ik haar erover vertelde. Haar toon maakte duidelijk dat ze dit gewend was.


In de kerk was een bijeenkomst van de Stichting Sjoerd de Vries, Han Steenbruggen van Museum Belvédère zou er een lezing houden. Ik was er nogal vroeg, want ik was meegereden met bestuurslid Geart de Vries, die er de kaartjes moest controleren. 

Han was er zelf ook vroeg, ik kon vanaf het balkon zien hoe hij vier werken van Sjoerd de Vries neerzette, die hij uit zijn museum had meegenomen. ,,Dat leek me leuker dan een powerpoint'', zei hij. De bezoekers - wel zo'n man of zestig, de kerk zat vol - liepen er na afloop in processie langs.



Toen hij ze had neergezet deed hij een rekoefening, die in zo'n kerk-omgeving associaties oproept. Daarna vertelde hij over De Vries, ,,een van de belangrijkste kunstenaars die Friesland heeft voortgebracht''. 

Zo weten we nu dat de collectie van Museum Belvédère vier pijlers heeft, van wie De Vries er een is. De anderen zijn Jan Mankes (,,leunt aan tegen het realisme, op een eigen manier''), Thijs Rinsema (,,geometrische abstractie'') en Gerrit Benner (,,lyrische abstractie uit de jaren vijftig'').  De werken van De Vries, waar het museum er 31 van heeft, zijn ,,een poëtische vorm van expressionisme, waar melancholie in is verbeeld''. 

De foto bovenin is van Marita de Jong. Uit de onderste foto heb ik door AI een paar mensen laten weghalen, wat best goed gelukt is. Hieronder het origineel, zoek de drie verschillen