Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht bloedneus. Sorteren op datum Alle posts tonen
Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht bloedneus. Sorteren op datum Alle posts tonen

donderdag 25 april 2024

Sayamanda Sayamanda Sayamanda, ring the bell


Af en toe heb ik een bloedneus, meestal op momenten dat het heel slecht uitkomt. 

Onlangs in Wenen bijvoorbeeld, toen ik 's avonds bij het concert van Alexandre Desplat vandaan kwam en naar de tram liep. Een vrouw die op de tram stond te wachten vroeg ik of ze papieren zakdoekjes had. Ze schrok, ik zal er raar uit hebben gezien, maar ik kreeg ze wel.

Een paar andere staaltjes staan hier op dit weblog. Je gaat er niet dood aan, vervelend is het wel. De huisartsassistente tipte een keer dat je vaseline in je neusgaat moet smeren, voor een afsluitend laagje.  ,,Waarom laat je het niet gewoon dichtbranden?'', zei Jeroen laatst, een tip die ik vaker krijg. 

Woensdagavond trad de weergaloze zangeres Jeanine de Bique op in de Grote Kerk, met Holland Baroque. Ik had griep, maar wilde er toch heen. Jeanine de Bique gaf eerder een verpletterend optreden in de Harmonie, ik heb er een gesigneerde cd aan overgehouden. ,,Nice hat!'', zei ze toen. ,,Thank you'', zei ik. Dat was ons hele gesprek. 

Hier bestond het programma uit barok- en Caraïbische muziek; het was geweldig en vrolijk; maar door de lange nagalm in de kerk kwam het niet altijd tot zijn recht als je vrij ver achterin zat, zoals ik. Toch had ik het niet willen missen, aan het eind liet ze de zaal meezingen met een lied dat Sayamanda heet. ,,You can also dance'', nodigde ze uit, maar dat was voor het publiek in de Grote Kerk een stap te ver.

Vlak voor de pauze voelde ik het ineens: een bloedneus. En niet gering ook. 

Ik snelde in de pauze naar het toilet, rood-doorweekte zakdoekjes tegen mijn neus, waar ik de wasbak zo goed en kwaad als het ging probeerde vrij te houden van bloedspetters. Wat niet simpel is. Links en rechts boden mensen me papieren zakdoekjes aan, hele pakjes vol. 

,,Gaat het allemaal goed?'', vroeg organisator Stephan Brekelmans. Hij  riep de koster erbij. 

Intussen ging ik op een stoel zitten en deed wat ik vroeger had geleerd, hoofd achterover, neus dichtknijpen. ,,Niet achterover zitten!'', zei de koster meteen.  ,,Voorover juist.'' Hij had een EHBO-doos bij zich. We maakten een prop van verband om daarmee het neusgat te dichten. 

Met die prop en nog wat zakdoekjes om die op zijn plek te houden ging ik alvast weer in de kerk zitten.

,,Het is minder erg dan het lijkt hoor'', zei ik tegen de mensen die me aankeken. Zoals de man die voor me zat, met grijs haar en een bril. ,,Ja, ik zie het, het is een bloedneus'', stelde die op rustige toon vast. ,,Je moet hem een kwartier dichtknijpen, maar niet zo hoog als je nu doet. Dan zou het op moeten houden. Maar het beste is als je een keer bij me langskomt, dan maken we er voor eens en altijd een eind aan.''

Ik keek verbaasd. ,,Ik ben KNO-arts in het MCL'', legde hij uit. ,,Van den Berghe. Kom je maar een keer melden, dan gaan we ermee aan de gang. Maar dan moet je wel je hoed ophouden, anders weet ik niet meer wie je bent.''

,,Dit kan toch geen toeval zijn'', zei een andere bezoeker die mee had geluisterd.

Dus: binnenkort gaat het gebeuren, er is geen ontkomen meer aan.

(De foto is van Stephan Brekelmans)


maandag 13 maart 2006

Let it bleed



Het is nog niks niet eenvoudig om in New York terecht te komen.

Ten eerste is het dom om tegen de beveiligingsman, die met alle passagiers een praatje houdt en van hen paspoort, hotelboeking en retourticket wil zien, te zeggen dat je journalist bent. Ik wist het, het is altijd een taboe bij douanes. Maar omdat ik deze keer echt voor de krant weg ben dacht ik, voor de dag ermee, niets dan de waarheid vandaag.

,,Journalist?'',herhaalde hij.,,Waar werkt u voor?''

,,De Leeuwarder Courant'', zei ik. Ik vond het zelf ineens ook heel verdacht klinken.

,,En wat gaat u doen in New York?'' Ik legde het helemaal uit, tekenfilm, interview, studio bekijken.

,,Blijft u hier even wachten?'',vroeg de man. Alsof ik een keuze had, want hij ging ervandoor met al mijn papieren.

Naar ergens waar ik hem niet meer zag, om tegen collega's te zeggen: Ik heb nou zoiets eigenaardigs, een journalist van de Leeuwardenerse Krant die zegt dat hij in New York iemand gaat interviewen. Ja, ja, zeggen de anderen natuurlijk, dat is eigenaardig. Het gaat toch slecht met de kranten in Nederland? En ze bogen zich allemaal over mijn paspoort. Walthaus, wat is dat voor naam? En Asing, is dat soms Pakistaans?

Ik zat al hele ingewikkelde scenario's te bedenken, maar de man kwam weer terug, gaf me de papieren en wenste me prettige reis. Zou de geheime dienst de komende tijd de Leeuwarder Courant in de gaten houden om te zien of ik de waarheid heb gesproken?


In het vliegtuig kreeg ik ineens - jaren niet gehad - een bloedneus. We stonden nog gewoon stil. Het was een beste, mijn kin en mijn handen zaten er in een mum van tijd onder en mijn keel zat vol bloed, zo proefde het tenminste.

Ik kreeg een papieren zakdoekje van mijn buurvrouw. Twee meisjes op de stoelen achter me bogen zich bezorgd naar voren. ,,Zal ik de stewardess om doekjes vragen?'' vroeg de ene. Dat was een goed idee. De stewardessen waren verderop nog druk bezig met plaatsen aanwijzen en tassen in vakken zetten.

Daar kwamen ze aan. Bij Delta Airlines hebben ze wat oudere dames in dienst, wat wel een vertrouwd gevoel geeft.,,Are you okay sir?'' vroegen ze om beurten. Ja ik was okay, alleen maar een bloedneus. Ik kreeg een doos Kleenex en een plastic zak vol ijsklontjes.

Toen kwam de bazin van de stewardessen. Wilt u mij volgen, vroeg ze in het Engels. Ze had met de gezagvoerder gesproken en die had verordonneerd dat ik moest 'de-planen', het vliegtuig uit dus. Of ik mijn bagage ook mee wilde nemen.

,,Maar hoe gaat dat dan verder'', zei ik, terwijl ik mijn neus goed dicht probeerde te houden.

,,No problem sir. Just follow me'',zei de opperstewardess, op zo'n toon van ik weet wat ik doe, volg me nou maar, anders breekt er hier paniek uit.

,,Sorry'', zei het meisje achter me. ,,Als ik dat had geweten had ik niet om zakdoekjes gevraagd.''

Ik liep braaf achter de overste stewardess aan, en vroeg me af of ik New York nog zou halen.

Ineens bemoeide zich er een andere stewardess mee, die me wees in de pantry (die kleine keukentjes) te gaan staan en dan eerst mijn handen en gezicht maar eens te wassen in de wc.

Ik nam er mijn tijd voor. Want het bloed liep nog steeds, het spetterde zelfs op de wc-bril, zodat ik die ook maar schoon heb staan maken. Ze dachten vast dat ik aids heb of zo.

Toen ik fris en met een opgerolde tissue als een tampon in mijn neus weer opdook, was de situatie verbeterd. Ik kreeg een andere zitplaats, zodat de stewardessen me in de gaten konden houden, maar ik hoefde het vliegtuig niet meer uit. Al lang goed.

Het hield na een tijdje op, al kreeg ik onderweg nog een keer een bloedneus. Maar ze tilden er niet zwaar meer aan, de moekes van Delta. ,,You didn't burst any pipes, huh?'',zei eentje knipogend.

En een andere: ,,Oh look! You're still alive.''

,,Yep'',zei ik. ,,I sure survived this one.''

dinsdag 2 december 2008

Epistaxis



,,Nu is het mooi geweest'', zei pa zonet. ,,We gaan naar de dokter.'' Al mijn overhemden zitten al in de was, want ik word de hele dag door bloedneuzen overvallen.

Toen het vanmorgen begon zei Linda die eens per week de douche en de bovenverdieping schoonmaakt dat het maar snel weer moet stoppen. ,,Want een Sinterklaas met een bloedneus, dat kan niet.''

Maar als ik een bloedneus heb, heb ik dat goed. Zodat we net naar Nes reden, ik met een prop van opgedraaide keukenrol in mijn neus. Maters trok die prop (zie foto) eruit met een tangetje, en er kwam een stroperige donkerrode sliert van bloed achteraan.

Hij hield een soort ijslolliestokje omhoog, maar dan wit en vertelde dat hij dit in mijn neusgat ging steken. Het is een soort spons, legde hij uit. Hij was nog niet uitgepraat of het ding ging naar binnen. Niet tot bovenin het neusgat, maar veel verder, want een scherp en erg onaangenaam gevoel is. Je voelt het zelfs in je oor, gek genoeg.

,,Het is acht centimeter'', vertelde Maters toen pas. En ik realiseerde me dat hij zonet alleen het bovenste stukje van dat stokje had laten zien, de rest verborg hij in zijn hand. Ik voelde het door mijn schedel schuren, door de holte waar kleine kinderen soms Mens-Erger-Je-Nietpionnen in proppen, tot ergens achter de huig toe.

Heel claustrofobisch allemaal, maar het is voor het goede doel. Sinterklaas mag niet bloeden.

maandag 16 juni 2014

Acht dingen over een rondje



Zo. Het Rondje Ameland hebben we weer gelopen.

Paar dingen van onderweg.

1. Sjouke W. had er vooral in het begin een handje van achter groepjes mensen te lopen en dan te zeggen: ,,Jullie tempo is anders dan dat van ons."

Dan wachtte hij een tijdje en vervolgde: ,,Jullie tempo is ook niet hoger dan dat van ons." Het was de bedoeling dat ze dan opzij zouden gaan, maar deze tactiek werkte voor geen meter.

2. Toen we Peter F. passeerden stelde die vast: ,,Asing heeft een korte broek aan!"

Dat was op zo'n toon dat ik meteen zei dat ik het nooit weer zou doen.

,,Het valt niet echt op hoor", zei Peter. Ik weet nog steeds niet of dat een compliment is of een belediging.

3. Bij de eerste stop, op de pier, voelde ik al dat er blaren onder mijn voeten groeiden. Daar moet ik eens iets op bedenken, want het is elke keer raak. Op blaren kun je best doorlopen, maar prettig is het niet.

4. Liesbeth F.-S. had me van tevoren al laten weten dat als ik weer een bloedneus zou krijgen, net als vorig jaar, ze met alle liefde mijn gezicht zou wassen. Ik had geen bloedneus. Ze leek teleurgesteld.

5. Onderweg zag ik een dode haai in de branding, en hoewel ik liever zo weinig mogelijk stopte, maakte ik er een foto van.

,,Dat is een bruinvis", zei Jan-Theo IJ. later.

Hij zal wel gelijk hebben, maar een haai klinkt beter.




6. Op het terras van De Zwaan, bij de finish dus, ging iemand pardoes onderuit. Hij zat er op het muurtje. Na een minuut of wat was hij alweer op de been. Dat deed denken aan de allereerste Slachtemarathon in 2000, waar ze in Raerd bij de finish ook zomaar tegen de vlakte gingen. Hier bleef het bij die ene.

7. Op mijn T-shirt staat And yes I said yes I will Yes. Vond ik wel passend.

8. Mijn kuiten zijn enorm verbrand. Hoewel de wandeltocht een rondje was en ze dus aan alle kanten zijn belicht, zit het vooral aan de achterkant.

(Alle foto's, behalve die van die haai, zijn van Nanne Nicolai)

woensdag 7 mei 2003

S. A. R. S

Ik ben er goed ziek van, niet van mijn midlifecrisis, als het dat al is, maar van de griep. Ik was eigenlijk al grieperig toen ik zondag naar Toronto vloog, maar ik dacht, dat trekt wel bij in het vliegtuig. Dat was niet zo: op Heathrow kreeg ik een enorme bloedneus tussen het hoesten door, zodat een bezorgde dame van British Airways al met een handvol servetten kwam aanzetten. In het vliegtuig gebeurde dat gelukkig niet nog eens, maar in het Hostel (8 man op een kamer, ik ga voor goedkoop dit jaar) kreeg ik er om kwart over drie lokale tijd 's nachts weer een. Ik werd er gelukkig meteen wakker van, maar er zat al een lelijke smeer op het kussensloop en ook, daardoorheen gelekt, op het kussen zelf. Daar zou ik persoonlijk erg vies van zijn, het kussen met bloed van een ander erop, dus ik kleedde me zo goed en zo kwaad als het ging aan met een hand, en hield met de andere het restant servetten van de stewardess tegen mijn neus.

Beneden bij de balie zat een aziatische Canadees met een mutsje, die me bezorgd aankeek. Met verstokte stem vroeg ik een nieuw kussen en sloop, vanwege een bloedneus. Een man die net bij hem aan de balie stond vroeg "Are you from the Netherlands?'' en toen ik ja zei, vroeg hij in zijn beste Nederlands ''Hoe gaat het met jou?'' Nu, dat kon hij zo wel zien.

,,You may be the first Dutchman with SARS'', grapte hij vervolgens, waarop de aziaat achter de balie boos zei: ,,He just flew in from Holland, he's just got the flu.'' Want SARS is hier geen ding om grapjes over te maken, de kranten schrijven allemaal over de terugval in toerisme en de leegte in de anders zo populaire restaurants van Chinatown. En hier in het hostel hangen allemaal checklijsten met symptomen waar je je zorgen over moet maken. Bloedneuzen staan er niet bij, hoesten wel, maar het hoort dan gepaard te gaan met enorme hoofdpijn. Achter de balie hangt zelfs een lijstje met tijdelijke SARS-klinieken.

Het bloeden hield pas na een uur op, en ik bloedde bijna een wc-rol vol. Steeds als ik wisselde kwamen er dikke druppen uit mijn neusgat, leker dun en met een scherpe bloedgeur. Sterker nog, als ik hoestte kwamen er soms lange, donkerrode bloederige slierten naar buiten. Best interressant op zich, maar niet waarvoor ik naar Toronto ben gekomen.

Ik ben er inmiddels al voor de derde dag. De griep is nog niet helemaal over, maar dat houdt me niet van allerlei lange stadswandelingen en museumbezoek tegen, en een bezoekje aan een zelfmaak anarchist met een filmhuis in zijn woonkamer. Maar het zou prettig zijn als het snel ophield, want 's nachts hou ik soms wel zeven andere slapers wakker met mijn geblaf, ben ik bang. Nu ja, dan kunnen die later zeggen dat het vroeger toch wel een hele ontbering was, zo'n dormbed in een jeugdherberg in Toronto.

zondag 2 juni 2013

Loopneus op wandeltocht

Vraag me niet waarom, maar ik had het met Arjan, die arts is en ongeveer in hetzelfde tempo loopt als ik, zodat we de tweede helft van het Rondje Ameland als duo aflegden, over bloedneuzen. Dat ik die bij vlagen geregeld heb, en meestal op ongelukkige momenten.

Arjan vertelde dat hij als kind, met zijn ouders op kampeervakantie, eens bij een meer in de buurt van Annecy was beland, daar gretig als hij was al zijn kleren had uitgetrokken en zo in het water was gedoken, en zo met zijn gezicht op een ondiep gelegen rotsblok. Knockout, een toevallige voorbijganger trok hem op het droge. Zijn neus staat sindsdien een beetje scheef, maar hij heeft nooit meer een bloedneus gehad.

Ongeveer bij dat verhaal, het was op het Oerd vlak bij die eerste strandovergang, begon eerst mijn ene neusgat te bloeden en toen mijn andere.

Zodat ik met twee gaasjes in mijn neus bij de volgende post aankwam. ,,Toepasselijk", becommentarieerde  Jan Nijenhuis op Facebook. ,,Een loopneus op een wandeltocht."

(De foto's zijn van Jan Spoelstra. Meer foto's staan hier en hier en hier bij Harmke)

woensdag 21 februari 2007


Hand voor de mond

Snipverkouden zijn, daar is niet veel aan. Je bent te duf om een boek te lezen of een film uit te zien, en je vult het ene zakdoekje na het andere met stroperige snotcustard (yellow mellow custard, zingt John Lennon in 'I am the walrus'), met af en toe een bloedneus tussendoor. Hoe al dat vocht in je hoofd komt is me een raadsel.

Het prettige deel van verkoudheid is het niezen zonder remming. Daar kun je lekker aan toegeven als je in je eentje bent, van die eerste kriebel die een nies aankondigt tot het moment dat het er met volle kracht uitkomt. Lekker tegen de vloer, of beter nog, tegen een krant, zodat je het interessante spetterpatroon ziet.

Toen de film net was uitgevonden, nam de cameraman van Edison medewerker Fred Ott op, die een snuifje tabak neemt en flink niest. Een beroemde nies, en je kunt zien dat Ott het ook lekker vindt, zo zonder hand voor de mond. Je kunt hem bijna horen, en het spat nog net niet op de lens.

Naschrift
Collega Fedde schrijft, dat John Lennon niet zingt 'yellow mellow custard', maar 'yellow matter custard'. Ik blijk dat mijn hele leven al verkeerd te hebben. Maar er zit vooruitgang in, want toen ik een jaar of twaalf of zo was, zaten de Engelse teksten die ik meezong vol woorden van eigen makelij, ik sloeg er soms maar een slag naar. Deze is kenneljk blijven hangen.

zaterdag 27 maart 2004

Ziek



Mijn vader vatte het wel aardig samen: ,,Het begon met een bloedneus en eindigde met een nierbekkenonsteking''. Inderdaad: mijn reizerij lijkt ingeklemd tussen kwaaltjes, waarbij ik overigens de voorkeur geef aan bloedneuzen. In Bs. As. was ik al wat ziek, maar zoals altijd dacht ik het gaat wel weer over, beetje rustig aan en af en toe een jus d'orange, en misschien straks in Nederland even bij de dokter langs.

Nou ja, de terugvlucht was een hel, want ik werd maar zieker en zieker, om mij heen snurkten Bolivianen die groepsgewijs naar Madrid reisden om daar werk te zoeken, voor me zat een hele dikke die al dadelijk zijn stoel in de meest luie stand had gezet, zodat ik nog meer ingeklemd zat dan normaal. Het was heel akelig en in Parijs kon ik alleen nog maar rillen en klappertanden. Het idee dat je er bijna bent houdt je gaande, en thuis kon ik mooi in een heet bad en naar bed.

Na twee dagen thuis was het nog slechter geworden. De dokter stuurde me dadelijk door naar het ziekenhuis. Als je aan mijn vel trok, bijvoorbeeld in mijn hals, bleef het gewoon zo staan, ik had koorts en overal zat bloed in waar het niet hoorde. Het was een nierbekkenontsteking, pyelonefritis, zeiden ze en ik moest aan het infuus en veel drinken anders wordt het chronisch.

Ik hou niet van praatjes over ziektes, al is dat in een ziekenhuis een favoriet onderwerp (,,se hewwe alles bij mij futhaald'', of ,,en toen werd ik ineens zo benauwd, ik denk dit komt niet goed'' of ,,ik mag niks hewwe want ik mut morgen onder ut mes''), dus ik hou het hier bij. Het gaat al beter, dank u. En de mensen die me schrijven dat ik er alles aan doe om niet op 1 april te hoeven beginnen zouden beter moeten weten. Evengoed bedankt voor de kaarten.