zondag 28 januari 2007



L´Ingorgo

Al een tijd voor het filmfestival van Rotterdam had ik het aangekondigd: de komende keer ga ik er echt weer heen. Want de afgelopen jaren kwam daar steeds iets tussen.

Nu dus ook weer. Vergaderingen, drukte op de krant, lastige museumdirecteuren, boze hoofdredacteuren, speeddatezaken, wat al niet.

Aan de andere kant, wat ben je voor filmliefhebber als je niet tenminste even in Rotterdam hebt gekeken?

Dus ik nam me voor, ik ga alleen zaterdag en dan rij ik 's nachts weer naar huis. Met de auto. Die is herrezen, dankzij een nieuwe oude motor.

Ergens voorbij Amsterdam begon een file, en verderop was, volgens de radioberichten, de A4 naar Den Haag wegens een ongeluk helemaal afgesloten. Daar ging de Hamletverfilming met Roma (vroeger heetten die zigeuners) in alle rollen. En vervolgens ook de lowbudgetfilm over soldaten in Irak. Maar ja - ik moest en zou naar Rotterdam.

Cliches en crackberries

De bezoekers zijn op zichzelf al een visite waard. Het is net of het festival buiten de filmdoeken gewoon doorgaat.

1. Terwijl ik koffiedronk en las welke films ik nog wel kon zien, liep er een Amerikaanse dame strijdbaar op me af, zonnebril op (al was het binnen), geblondeerd haar, ze kon veertig zijn maar ook achter in de vijftig. Beker koffie in de hand.

,,Do you think I am a walking cliche?'' vroeg ze.

,,I'm sorry?'', zei ik verbaasd. ,,I am not used to unknown women asking me stuff like that.''

De man die achter haar tevoorschijn kwam schoot in de lach. ,,I think she was talking to me, I'm sorry'', zei hij.

2. Op het plein voor de Stadsschouwburg, dat van metaal is, stond een modieuze Aziatische dame.

,,Fuck it!'', riep ze luid terwijl ik haar passeerde. Automatisch keek ik om.

..Fuck it!'', herhaalde ze terwijl ze me recht aankeek. Ze hield een telefoon tegen haar oor. ,,Fuck it! I am not going to another movie!''


3. Voor de vertoning van de Vietnamese film Song trong so hai zag ik mijn eerste crackberry. Daar had ik tot nu toe alleen maar over gelezen, omdat het een bekroond nieuw woord in het Engels is.

Een crackberry is iemand die verslaafd is aan zijn BlackBerry, zo'n elektronische agenda met een pennetje, waarmee je ook kunt bellen en email versturen. Het is het hebbedingetje van belangrijke mensen.

Ze bestaan dus echt, crackberries. Je kunt rustig een foto van ze maken want ze zitten in opperste concentratie met het pennetje op het schermpje te tikken. Later op de dag zag ik er ook een paar in geparkeerde auto's.

woensdag 24 januari 2007


Kunstgenot

De nieuwe gedichtenbundel van Albertina Soepboer kwam vandaag binnen op de redactie. Daarin ondermeer het vers 'Allegro', waar ik zo om in de lach schoot dat ik het heb gescand. Je kunt zien dat ze uit een familie van wadloopgidsen komt.

zondag 21 januari 2007


Schoenen poetsen

Pas toen ik in De Bres was, zag ik dat ik mijn schoenen niet had gepoetst.

Ik zou er een gesprek voor publiek hebben met Philippe Remarque van de Volkskrant, die (anderhalf jaar terug alweer) een boek heeft geschreven over Berlijn, waar hij als correspondent heeft gezeten. Dan moet je een beetje netjes voor de dag komen, anders keert zo'n journalist terug met verhalen over dat ruige Noorden waar ze nog met bemodderde schoenen rondlopen.

En mijn rechterschoen was inderdaad wat bemodderd, er zaten vegen op, je kon het steeds beter zien als je er eenmaal op lette. Maar ja, ik was al in De Bres.

Een blik op Remarque stelde me gerust. Op zijn schoenen zaten ook vegen modder. En als hij zich er al van bewust was, dan trok hij zich er niets van aan. Het stond een ,,opgewekt gesprek'' (zo noemde hij het) niet in de weg, in elk geval.


(Op de foto's zit hij in het midden, naast hem zit Kees, die tussendoor Duitse plaatjes draaide. Die schoenen vallen niet op, vind ik.).

Na het gesprek wilde hij de stad nog wel even in. Hij was nog nooit in Leeuwarden geweest en riep overmoedig: ,,Laat me de gezelligste kroegen maar zien!''

Daar gingen we. Eerst naar het Oranje Bierhuis, waar Anne Feddema luidkeels Adolf Hitler zat na te doen, vervolgens naar Eygelaar, waar het juist weer doodstil was, en tenslotte naar de Ierse Pub, waar het uitpuilde.

Daar smeekte Remarque om bij het volgende rondje alsjeblieft te worden overgeslagen. Het signaal om hem naar zijn hotel te brengen. Die gaat het thuis niet over bemodderde schoenen hebben, dat staat wel vast.

donderdag 18 januari 2007



Grote broer

Ik geloof dat hij Robert heet, de jongen die vanmiddag belde of hij me een paar vragen mocht stellen over de bekendheid van het provinciaal bestuur van Friesland. Het zal wel iets zijn voor de komende provinciale verkiezingen. Ik vond het best.

Daar kwamen de vragen. Wist ik waar het provinciehuis is? Ja. Was ik er de afgelopen twee jaar wel eens geweest? Ook ja. Wie is de commissaris van de koningin? Ed Nijpels. Hoe zit het bestuur verder in elkaar? Gedeputeerden, provinciale staten en heel veel ambtenaren. Ik kreeg er schik in, want ik wist meer van de provincie dan ik me realiseerde.

,,Dat was het dan'', zei Robert. Het was over voor ik het wist. ,,Bent u ook bereid om deel te nemen aan een langere enquete? Die sturen we u thuis en daar krijgt u een geschenk bij.'' Wat voor geschenk wist hij niet.

,,Stuur maar op'', zei ik.

,,Dat komt in orde'', zei Robert en maakte aanstalten om op te hangen.

,,Wacht even, moet u mijn adres niet weten?'', vroeg ik.

,,Dat weet ik al'', zei Robert en hij noemde het op, met postcode en al.

,,Hoe heet ik dan?'', vroeg ik hem.

,,Uw voornaam weet ik niet'', zei Robert. ,,Maar uw voorletter is A en u heet Walthaus.''

,,Hoe weten jullie dat allemaal?'', vroeg ik. Ik begon achterdochtig te worden. ,,Waarom bellen jullie mij eigenlijk?''

,,Dat is het geheim van de chef'', zei Robert.

Ineens vond ik de provincie een beetje eng. Ze weten meer van mij dan ik me realiseerde.

woensdag 17 januari 2007

Honden en daklozen



Kom je net uit cafe Eygelaar waar Kees van Anken, de baas van de daklozenopvang in Leeuwarden, een verhaal over problemen hield, staat even verderop een auto geparkeerd met dit eigenaardige beeldmerk op de zijkant.

Het blijkt om een club te gaan die zich inspant voor honden in buitenlandse dierenasiels, al bieden ze op hun site ook drie cavia's aan en een Friese stabij uit Gelderland. Imca Marina is er beschermvrouwe van. De dieren treffen het maar.

zondag 14 januari 2007



Judeo-christelijke pepermuntjes

Weet u hoeveel belijdende joden er in Groningen en Drenthe zijn? Ik wist het evenmin, maar het zijn er 55.



Dat vertelde de beheerder van de synagoge in Groningen vanmorgen tenminste. Hij had niet veel zin om erover te vertellen, maar ik kon hem nog net ontfutselen dat de synagoge begin jaren tachtig is gerestaureerd en veel gebruikt wordt voor culturele dingen. De eigenlijke sjoel zit achter een stevig hek, daar mag je als goj niet in.

Ik was er voor een concert van Meindert Talma en de Negroes. Die hebben een plaat opgenomen vol Amerikaanse christelijke liedjes, maar dan met Nederlandse teksten, 'Nu geloof ik wat er in de bijbel staat'.



Ze namen de plaat op in een voormalig kerkje ergens achter Drachten, dat Jezus Leeft heet. Meindert had oude evangelisatieboekjes uit die kerk hier op de stoelen gelegd, maar was de beheerder van de synagoge te gek. Joden en Jezus, dat ligt wat moeilijk. Dus hij deelde de boekjes nu gewoon uit, aan wie ze wilde hebben.



Het werd helemaal een mengelmoes van judeo-christelijk erfgoed toen er voor het concert ook nog rollen pepermunt rondgingen. Wat volgens mij meer gereformeerd is dan joods.



De plaat kreeg ik laatst van Kees, alsnog voor mijn verjaardag. maar live is deze muziek nog veel leuker. Want Jan Pier Brands slaat op een grote trom of zijn zieleheil ervan afhangt. Helemaal in vervoering, de vloer van de synagoge bewoog mee.



Het dochtertje van Meindert, Meike, keek niet op van zoveel kabaal. ,,Ze wiebelde wat mee, en ze zei een paar keer pappa'', vertrouwde de moeder me toe. Vervolgens moest ik beamen dat ze op Meindert lijkt, maar daar zag ik helemaal niks van.