maandag 8 augustus 2016

Het zwarte gat en de kerstboom



,,We kunnen zien welke songs jullie leuk vinden'', zei Paul McCartney gisteravond in het tot de nok gevulde MetLife Stadium in New Jersey (waar 82.566 mensen in passen, maar achter het podium bleef het natuurlijk leeg, dus het waren er misschien 60.000). ,,Als we een van de songs van de Beatles spelen, gaan de lichtjes van alle iPhones aan. En als we een nieuwe song spelen, is het net een zwart gat.''

Beetje beschaamd gelach vanuit het stadium. Want het klopte natuurlijk.

,,But we don't care'', ging McCartney door. ,,Here's another black hole.'' Dat klonk kritisch, maar Paul McCartney is veel te aardig om dat kritisch te bedoelen.



Het was een magistraal concert, hij speelde bijna drie uur, waaronder een werkelijk ontroerende versie van Here Today, over de dingen die hij tegen John Lennon had moeten zeggen toen die er nog was, Let It Be waarbij alle telefoons in het stadion aangingen, het was een grote, golvende kerstboom (ik maakte bovenstaand panoramafotootje met mijn telefoon), en Live and Let Die met vlammen op het podium en twee keer een enorm vuurwerk in de lucht.

Mijn buurman in de bus terug naar Manhattan, nog steeds onder de indruk, zei: ,,Die songs die er mijn hele leven zijn geweest, daar is hij een van de makers van. En die heb ik nu zien optreden.''

Zoiets had ik ook. Ga maar na: een halve eeuw geleden kwam het album Revolver uit, McCartney was toen 24. In De Zwaan heeft Abbey Road vaak opgestaan. En hier is McCartney, 74, energiek, goed bij stem, hij trad op en ik was erbij. (Een dame uit Harlem maakte deze foto).

Dit is de setlist:
A Hard Day’s Night
Save Us
Can’t Buy Me Love
Letting Go
Temporary Secretary (een vreemde eend in de bijt, enigszins Kraftwerk-achtig)
Let Me Roll It
Foxy Lady (van Jimi Hendrix, alleen een instrumentaal stukje. McCartney vertelde hoe Sergeant Pepper's Lonely Hearts Club Band op een vrijdag uitkwam, en Hendrix, die in Londen was, het zondag al na kon spelen. En hoe hij bij een optreden zo op zijn gitaar tekeer was gegaan, dat hij vroeg of Eric Clapton ook in de zaal was (was hij, maar die wilde dat niet weten) en of die zijn gitaar wilde stemmen (wilde hij niet))
I’ve Got a Feeling
My Valentine (Opgedragen aan zijn vrouw, die bij het concert was, ,,she's a Jersey girl'' zei McCartney, en de zaal juichte)
Nineteen Hundred and Eighty-Five
Here, There and Everywhere 
Maybe I’m Amazed (opgedragen aan Linda McCartney)
We Can Work It Out 
In Spite of All the Danger (een nummer dat hij ooit als demo had opgenomen met The Quarrymen, nog voor de Beatles)
You Won’t See Me
Love Me Do 
And I Love Her 
Blackbird 
Here Today
Queenie Eye
New 
The Fool on the Hill
Lady Madonna 
FourFiveSeconds 
Eleanor Rigby 
Being for the Benefit of Mr. Kite
Something (Opgedragen aan George Harrison)
Ob-La-Di, Ob-La-Da 
Band on the Run 
Back in the U.S.S.R. 
Let It Be 
Live and Let Die 
Hey Jude (ja, ik heb ook uit volle borst mee ge-na-na-na't)
En als toegift
Yesterday
Hi, Hi, Hi
Birthday
Golden Slumbers / Carry That Weight / The End (zeg maar zowat de B-kant van Abbey Road)

(De foto bovenaan is van Bruce Gilbert. Ik heb verder geen foto's of filmpjes gemaakt, enkel geluisterd en meegezongen. Maar er moeten er enkele duizenden zijn.)








zondag 7 augustus 2016

The Old Building


In de parkeergarage onder het Lincoln Center is het zoeken naar de artiesteningang van de Metropolitan Opera, al hangt er een bordje bij. Een vriendelijke, maar onverbiddelijke bewaker geeft je een sticker met je naam, als je tenminste een afspraak met iemand hebt.

Maar dan sta je ook in de gewelven van de Met, die het komende theaterseizoen viert dat ze hier al vijftig jaar zitten. Dat seizoen begint pas in september, maar het is hier nu al druk, voortdurend lopen mensen naar buiten om een luchtje te scheppen of een sigaret te roken. ,,Er zijn hier onderin nergens ramen'', vertelt de bewaker, die voor iedereen op een knopje moet drukken.

Ik had een afspraak met John Pennino, archivaris. Pennino had Nico de Villiers en mij dingen opgestuurd over Richard Hageman, die van 1908 tot 1922 bij de Metropolitan Opera heeft gewerkt, het grootste deel van de tijd als dirigent. Dus ik kwam Pennino ons boekje brengen.

Pennino is een vrij kleine man met een ronde, montuurloze bril en iets van een bochel - precies zoals je je iemand voorstelt die onderin een beroemd operagebouw archieven bijhoudt in gekoelde ruimtes zonder ramen.

Hij werkt hier nu een jaar of dertig, vertelt hij. Daarvoor was hij librarian, maar hij ging altijd al naar de opera. Hij heeft het old building van de Metropolitan nog meegemaakt, dat een heel blok op Broadway in beslag had genomen, tussen West 36th Street en West 40th Street. Daar was de indeling zo, vertelt hij, dat de mensen die de goedkope kaartjes van het schellinkje kochten een aparte ingang hadden en op geen enkele manier in de loges konden komen.

Hij sleurde me in sneltreinvaart door het gebouw, een doolhof van donkerrode gangen, wees her en der op de portretten van beroemdheden (Callas, Carreras, Caruso) en kleine, wisselende tentoonstellingstjes in vitrines.

Bij de trap staan ingelijste portretten van medewerkers van de laatste vijftig jaar, die het aanstaande seizoen een hele wand zullen vullen. Dat spul komt allemaal uit het archief, zijn archief.

De zaal is in verbouwing, dat schijnt elke zomer zo te zijn, dus er stonden steigers dwars over de stoelen heen.

,,Ze hadden hier destijds iets nieuws van moeten maken'', vond Pennino. ,,Niet een imitatie van de zaal uit het Old Building. Want de rest van het gebouw is heel modern.''

De archieven zijn bepaald indrukwekkend - ik wist eigenlijk niet dat theaters zulke uitgebreide archieven bijhielden, zei ik tegen hem. Hier zijn ze er ook eind jaren twintig pas mee begonnen, vertelde hij.

Veel wordt geschonken, zoals kostuums of ontwerptekeningen voor decors, en er wordt nu en dan ook wel wat gejat. Soms duiken contracten (die hebben ze allemaal nog, in principe) met beroemde sterren op eBay op. Het is wel voorgekomen dat de Met er zelf een bod op deed.

Dat van Enrico Caruso zelfs, misschien wel de beroemdste operaster ooit - maar dat was niet te betalen, daar hebben ze nu een kopie van, gekregen van de huidige eigenaar.

In een ruimte zijn van die kasten (is daar een naam voor?) die je heen en weer kunt rollen, tot de nok toe gevuld met hangmappen. ,,Daar hangt Hageman'', wees Pennino. ,,Maar daar heb ik een trapje bij nodig, pak het zelf maar even.'' Hageman hangt maar een mapje verwijderd van Haitink, zag ik. Gezellig, Nederlanders onder elkaar.

In een andere gekoelde ruimte lagen kostuums in dozen met stickers erop. ,,Sommige zijn best vergaan'', vertelde hij. ,,Vooral zijde is niet lang houdbaar.''

Ik moest hem volgen naar helemaal in de hoek, waar een stuk hout stond ter grootte van een kelderluik. ,,Dit komt uit the Old Building'', zei hij plechtig. ,,Het is een stuk uit het podium, voor in het midden. De kans is groot dat Hageman hier ook op gestaan heeft.''

Ik knikte ernstig, dit was niet zomaar wat, dat voelde ik wel. Omdat ik verder niks deed, spoorde hij aan: ,,Vaak willen mensen het even aanraken.'' Er was weinig keus.

Even later gaf ik hem het boekje. ,,We weten nog lang niet alles van Hageman'', zei ik maar vast. ,,Dit boekje bestaat uit wat we zo bij elkaar konden scharrelen.''

,,Geeft niks'', zei Pennino. ,,Het is het eerste boek over hem, ik ga het zeker lezen.''

Hij sloeg het open op een pagina waar een foto van het vorige gebouw op staat. ,,It's the old building'', zei hij waarderend. Volgens mij vond hij het nu al een geslaagd boek.


vrijdag 5 augustus 2016

Heaven's Hot Bagel



Vrijdagochtend toen het regende en ik om acht uur over East Houston (uitspraak hausten, niet joesten) liep, viel Heaven’s Hot Bagel op. Een smal, zaakje waar de meerderheid van de klanten uit politiemensen bestond. Het was er vol.

Aan de ene kant een lange balie met zes man erachter, vitrine vol bagels, schoolborden vol dingen die je kunt bestellen, keukentje, kassa. Aan de andere kant wat tafeltjes, een staande koelkast met flesjes frisdrank en water, en veel politie, met badges op de schouder, die op bagels of omelettes wachten. Ze parkeren gewoon op East Houston, pal voor Heaven’s Hot Bagel.

Vrij dikke, appelvormige mensen, allemaal, met zoveel dingen aan hun riem - handboeien, zaklamp, portofoon, een pistool - dat ze er vaak met één hand op leunen, contrapposto for cops. Op hun badges staan achternamen: Cain, Holle, Wesh, Martinez, Lacerenza.

,,I’ll have a Sesame Bagel, grilled, with cream cheese’’, zegt een vrouwelijke cop, haar ogen opgemaakt als Elizabeth Taylor in Cleopatra. Ze betalen alles zelf, cash.

Ik neem een Breakfast Wrap, een warme vette bom met ei en hash browns met een kleine koffie en zit  aan aan tafeltje met de rug tegen de kast met gekoelde flesjes fris.

Alles maakt hier geluid, de steeds harder vallende regen buiten, het dreunend verkeer, de keuken, de portofoons van de politie, de meisjes die roepen welke bestelling klaar is of wat voor soort koffie mensen willen. De radio met Holiday van Madonna of Billy Jean van Michael Jackson, een politieman zingt met een falsetstem stukjes mee: People always told me be careful of what you do / and don’t go around breaking young girls hearts.

Een delivery man, die net een steekwagen vol dozen bracht, pakt een flesje OJ uit de koelkast. Er is ook een man, kaal, met ketting aan zijn beurs, ketting aan zijn sleutelbos, andere sleutelbossen aan muskatonhaken, muskatonhaken aan muskatonhaken, alles rammelt op zijn linkerheup. Een man met een bandanna aan een tafeltje haalt een briefje van twintig uit zijn zak en vouwt het recht. Er is iemand met een bouwhelm en handschoenen in zijn kontzak. Een mamil met dunne oudemannenbenen uit een wielerbroek.

All the cops have gone, zegt een donkere man die even later als enige politieman is overgebleven. Hij heeft een vriendelijk, haast kinderlijk gezicht. Hij zegt het tegen een serveerster, een kop kleiner dan hij, met een petje en een Italiaans gezicht.

Zijn vrijdagavond is verknoeid, vertelt hij, want vanavond begint zijn shift weer om zeven uur. Maar de hele nacht op stap, net als vroeger, dat doe je toch niet meer at my age. Hij is al dertig, vertelt hij. Als  ik jouw leeftijd had kon ik dat nog wel, hoe oud ben je? Zij is 21. Ja op mijn eenentwintigste was ik een wilde jongen.

Ik zit in mijn hoekje en maak aantekeningen op een servet. Wat dit is weet ik niet, maar het is waar ik naar zocht.

(De foto vond ik op een website van Colleen uit Kansas)

maandag 1 augustus 2016

Books books books

Vlakbij is McNally Johnson, een fraaie boekwinkel waar ze zelfs een kastje hebben met twee planken Belgische, Nederlandse en Zwitserse literatuur, een heel logische indeling. Duits en Oostenrijks hebben weer een andere kast, een eindje verderop.

Ik heb er een foto van gemaakt. Kijk, daar staan vertaalde versies van Mulisch. Nooteboom, Grunberg, Koch. In een andere hoek van de boekenzaak vond ik nog een vertaald gedicht van Simon Vinkenoog, in een door Lawrence Ferlinghetti samengestelde gedichtenbloemlezing. Dit even voor de liefhebbers. Wie alle titels goed wil lezen, moet even op de foto klikken.

zondag 31 juli 2016

Straatkunst en prachtige zielen


Deze muurschildering is schuin hiertegenover, maar het zit er nog niet zo lang, zei Julie. Je ziet hier niet veel graffiti, gek genoeg, tenminste niet van dat geknoei met tags over tags dat je vanaf de late jaren zeventig in films over New York ziet.

Dat komt, leerde ik in de ijzerwarenwinkel verderop, omdat je geen spuitbussen verf kunt kopen als je jonger bent dan 21. Op die leeftijd zijn de mensen er kennelijk overheen.

Op de hoek van Crosby en Spring Street werd ik gekiekt door een gezette donkere man met een brede glimlach. Het was straatfotograaf Luc Angello Menard, een vriendelijke man die meteen mijn hand schudde toen hij zag dat ik hem had gezien en me beloofde de foto op te sturen. Wat hij dus ook heeft gedaan.

Hij publiceert op Instagram als Beautifulsoulsinnyc en al staat mijn foto er nog niet op, daar ben ik dus nu eentje van, van die prachtige zielen in New York. Het is zijn project, legde hij uit, hij is er nog niet lang mee bezig maar hoopt dat het in de toekomst groot wordt.

Straatfotograaf is een raadselachtig beroep, de beroemdste is Brandon Stanton, die al zes jaar portretten maakt op straat in New York (en soms elders), en er een verhaaltje bij zet over de persoon, soms van maar een regel, soms langer. Heel veel lezers (ik ook) volgen zijn website Humans of New York.

Hem ben ik nog niet tegengekomen, Luc Angello nu wel. Hoe werkt dat, straatfotograaf, vroeg ik, en hoe verdien je daar je geld mee als je mensen die foto zo opstuurt? Hij verdient aan foto-opdrachten her en der, vertelde hij. En hoopt genoeg bij elkaar te krijgen voor een D5 Nikon met zoomlens van 70 to 300mm of een Canon Eos Mark III, zodat zijn straatfotografieproject nog mooier wordt.

(Kreeg een reactie van Roy Schreuder, die de maker herkent van de muurschildering: D*face. Klopt, zie ik op de pagina van D*face, een Brit die daar op 12 mei meldt dat hij trots is op zijn eerste mural in Manhattan en meldt dat er links onderin een brakend clowntje staat.)

dinsdag 26 juli 2016

Als het regent word je nat


New York zat de afgelopen dagen onder een heat dome, een koepel van hitte die door hogere luchtlagen tegen de stad werd aangedrukt. Ik had er nog nooit van gehoord, maar de New York Times had er een artikel over en het is best warm.

Vanmiddag barstte er een enorme regenbui los, die vanuit de bus waar ik in zat wel een mooi gezicht was, maar waar je na een paar minuten al kletsnat van was. Het water stroomde langs de stoepen.

Veel New Yorkers hebben dan ineens een paraplu, er verschijnen zomaar karretjes op straat waar ze paraplus verkopen. Maar er zijn er ook die doorweekt door de regen lopen, je hoort de schoenen soppen als ze langslopen en ziet de lichamen dwars door de T-shirts en overhemden, ik zag ze zelfs in stropdas en pak, allemaal met een gezicht van zo is het nu eenmaal.

Na het uitstappen bleef ik onder een luifel wachten, maar het werd niet beter. Uit de woning waar de luifel bij hoorde kwam een man die een vuilniszak had aangetrokken. Hij ging zijn auto halen, zei hij, die verderop geparkeerd stond en dan mocht ik die zak wel hebben.




Zo'n enorme plensbui zorgt wel voor mooie zonsondergangen. Dit is Broome Street, gezien vanaf de stoep bij 'mijn' huis. Het is nog steeds warm.