zondag 18 augustus 2013

LC-column: De bodem

Voor de niet-LC-lezers: mijn column uit de krant van 5 augustus. Ik was naar Burdaard geweest om te leren watertrappelen, zodat ik voortaan ook in het diepe kan zwemmen. Want door de stadsgracht langs de Prinsentuin varen best grote boten.

Er zijn momenten, dat je de bodem letterlijk onder je voeten voelt wegzakken. Ik had er woensdag een.

Het ging hydraulisch, in het zwembad van Burdaard. Ze drukken op een knop en daar zakt de tegelvloer van het bad omlaag, zodat je opeens niet meer kunt staan met je hoofd boven water. Je hoort niks, alleen een piep die aan achteruitrijdende vrachtwagens herinnert.

Ik was daar omdat ik moet leren watertrappelen. Ik ben weliswaar eindelijk begonnen zwemmen te leren (over een maand wil ik 1000 meter zwemmen bij het Leeuwarder Inktpotevenement), en dat gaat ook wel, maar alleen als ik de zekerheid heb van een bodem op 1.60 diepte. Meer dan dat is eng.

Daarvoor moet je dus kunnen watertrappelen. Op YouTube zijn filmpjes waarop dat wordt voorgedaan en het ziet er simpel uit. Maar zulke filmpjes vergeet je als je proestend en spartelend naar de diepte glijdt.

Een Antwerpse mevrouw, in Friesland op vakantie, schreef na een van mijn vorige columns over zwemmen dat zij op haar vijftigste de hoop op zwemmen in het diepe heeft opgegeven. Ze wilde me niet afschrikken: ,,Laat weten of het gelukt is, dan is er voor mij misschien ook nog hoop.”

Nou die is er en ze heet Anita. Anita beheert het Burdaarder zwembad. Dat overigens op de eerste verdieping is van het multifunctioneel gebouw, pal boven de bibliotheek. Gek idee: leren zwemmen boven de boeken. Maar wel een teken van vertrouwen op techniek, want er hoeft maar iets mis te gaan en de bibliotheek is naar de maan.

Anita nam de tijd voor het watertrappelen. Eerst in ondiep water, toen, met een druk op de knop, in het diepe. En ja, mevrouw uit Antwerpen, het is te doen. Al blijft het onwennig dat je niet even op de bodem kunt gaan staan.

,,Goed oefenen”, was de raad van Anita. ,,En over twee weken terugkomen, dan springen we in de Dockumer Ee.”

Oef, dacht ik. Maar ik laat me niet kennen.
(De foto is van de opening van het zwembad, een jaar geleden.)

vrijdag 9 augustus 2013

De tweede rijkstaal

Bij het al te geestdriftig snijden van een ui had ik het mes ook stevig in mijn wijsvinger gezet.

Dat doet niet eens veel pijn, maar het bloedt wel enorm, vandaar dat ik er een pleister op had geplakt.

In het zwembad in Stiens, vandaag, had ik die eraf gehaald. Het bloedde al lang niet meer. Maar bij het afdrogen achteraf begon het weer.

In dat zwembad hoor je voornamelijk Fries, dus ik vroeg ik een van de badmeesters, een oudere man, in voorbeeldig Fries of ik een pleister kon krijgen. Hij ging me voor naar een EHBO-kamertje achterin.

,,Ik wie juster wat al te rûch oan 'e gang by it snijen fan 'e uien", legde ik uit, terwijl hij een pleister afknipte.

,,Siepels", verbeterde hij.


,,It snijen van de siepels", herhaalde ik, schuldbewust.

Toen de pleister geplakt was en we het kamertje weer uit gingen, wees hij naar de tafel.

,,Jo moatte de autosleutel net ferjitte", zei hij.

,,De kaai", verbeterde ik. Dat voelde als gelijkspel.


woensdag 7 augustus 2013

Stationsweg 2


,,We hebben hier nog heel wat mee te doen voor er iemand weer iets mee kan", zegt dinsdag  Jur Raatjes in de Leeuwarder Courant.

Hij is de eigenaar van het pand naast Cafe Wouters aan Stationsweg 2 in Leeuwarden, waar twee krakers er een enorme bende van hebben gemaakt. Dat is, voor de Cinema Ascona-volgers onder de lezers, het pand waar Cinema Ascona twee keer voortreffelijke filmmiddagen heeft georganiseerd.

Huisbewaarder Carex had het aan de Kesanova verhuurd, die er iets knus en gutbürgerliches van had gemaakt met hertengeweien, koekoeksklokken en zijn kunstwerken.

Eerst was er deze op zich al gedenkwaardige filmmiddag.
En toen de beruchte, waar we na afloop, dankzij een kolendampende generator tijdens het opruimen, in het ziekenhuis belandden. Daar is ons een nachtlang zuurstof in het lijf gepompt.

Dat was tevens de laatste keer, want door de voortvarende aanpak van de Leeuwarder Courant was Cinema Ascona het pand subiet kwijt. Toen kwamen die krakers erin. Nou, ik weet wel wie ik liever in mijn leegstaande pand zou hebben.


Kijk maar naar de mooie foto's die Marieke van der Veen bij die tweede Ascona-avond maakte. Zeg nou zelf, Cinema Ascona bestaat uit ideale huisbewaarders.

maandag 5 augustus 2013

LC-column: Het Diepe

Deze column stond in de Leeuwarder Courant van 17 juli. Ik was ervoor met collega Kirsten en zoontje Birk naar Groningen geweest, waar ik een op de een of andere manier wat teleurstellende ontdekking deed.


Twee zwemleraressen stonden klaar bij sportschool Ebert in Groningen. Om mij eventueel levenloos van de bodem van het zwembad te vissen, denk ik. Ik kan tenslotte niet zwemmen en ik wil het in twee maand leren, zodat ik in september 1000 meter langs de Prinsentuin kan zwemmen.

Deze sportschool had me uitgenodigd. Een zekere Wouter, die uit Leeuwarden komt, belde. ,,Kom maar langs voor een proefles, dan kunnen we zien of het erin zit.” Hij beloofde me eerlijk te zijn, ook als dat zwemmen van mij kansloze bagger is.

Het zwembad zit verborgen in een gewoon pand bij een winkelcentrum. Vroeger was het een garage, maar de smeerkuil is vervangen door een ruim bad waarin je overal kunt staan. Wouter stond al klaar bij de deur en riep: ,,It sil heve!”

De ontdekking van de week, nee, van mijn leven, is dat het eigenlijke zwemmen niet moeilijk is. Na vijf minuten ging een van de twee leraressen de administratie doen, want ik schoolsloeg me van de ene rand naar de andere. ,,Je hebt een mooie slag”, riep Franka, de andere lerares. ,,Je moet alleen wel je rust nemen.”

Schoolslag, rugslag, borstcrawl. Die is het moeilijkst, vooral als je geen kieuwen hebt. ,,Je moet hem wel oefenen hoor”, zei Franka. ,,Dat staat beter bij de finish.” Intussen informeerde haar collega bij mijn begeleidster of dit misschien een grap was en ik allang kan zwemmen.

,,Je hoeft geen les te nemen”, was het eindoordeel. ,,Je moet veel oefenen.”

Dat is vleiend, maar ook teleurstellend. Want ik had erop gerekend dat ik iets had moeten overwinnen.

Maar toen ik twee dagen later in Stiens in mijn eentje ging oefenen, belandde ik daar zonder het te beseffen in het deel dat dieper is dan ik hoog ben. Dag zelfvertrouwen, hallo paniek!

,,Je hebt een mooie slag”, zei de badmeesteres daar. ,,Maar je kunt niet echt zwemmen he? Je moet wel leren watertrappelen, anders durf je nooit in het diepe.”

Kijk – daar heb je de uitdaging. Het Diepe.

Om te bewijzen dat ik niet maar wat zit op te scheppen: Kirsten had een filmpje van mij in het Ebertbad gemaakt. Dat staat hieronder. Een mooie slag, zeg nou zelf. Maar is de bodem weg, dan blijft er niks van over. Dat gepuf en geblaas hoort erbij, zo klinkt een poging om gestructureerd adem te halen.


woensdag 31 juli 2013

Duivelskind op de preekstoel


Al in het begin van 'Kinderen van het ruige land' vergelijkt hoofdpersoon Kai zich met Damien Thorn, het duivelskind uit de griezelfilm 'The Omen'. Kai is een alter ego van schrijver Auke Hulst.

Damien Thorn werd destijds gespeeld door een vierjarig jongetje, Harvey Stephens, hiernaast op de foto. En inderdaad, Hulst heeft wel iets van dat jongetje, vond ik, toen ik drie kwartier of zoiets tegenover hem zat in de doopsgezinde kerk van Nes, om hem over het boek en zijn ongewone jeugd te ondervragen.

Het was een bijzondere opstelling: we zaten op gematte stoelen recht tegenover elkaar, het publiek (de kerk zat vol) zat er in een kring omheen. Als je zo lang recht naar iemand kijkt, kan het ineens opvallen dat hij contactlenzen draagt.

De kleine Damien Thorn maakt enorm veel misbaar als zijn ouders hem naar een kerk meenemen. Dat deed Auke Hulst dan weer niet. Hij sprak honderduit over de autobiografische aspecten van het boek, verklapte dat zijn zusters ook in het publiek zaten en vertelde uitgebreid over de vele malen dat hij als kind op Ameland was geweest.

Eerst gingen ze met het hele gezin, in huisje Gelderland tussen Nes en Buren (niet met name genoemd in de roman, maar hier natuurlijk wel) en later, toen zijn vader niet meer leefde, in een caravan in Ballum. ,,Een slaperig dorp", schrijft hij. ,,Er was geen amusementshal, geen winkelstraat, geen subtropisch zwemparadijs - alleen een koud buitenbad en trampolines waarop ze elkaar pijn probeerden te doen. Kai haatte dit deel van het eiland."

Zijn vader, A. K. Hulst, heeft in 1963 nog een gidsje voor Ameland geschreven. Ik had het geleend en meegenomen naar het gesprek. Het interessantste dat hij meldt is dat er op Ameland geen hazen voorkomen. Vader Hulst had in de jaren zeventig nog geprobeerd burgemeester van het eiland te worden, maar hij legde het af tegen Hans Lesterhuis.

Na het gesprek zong Hulst drie liederen die met het boek te maken hadden, waaronder een met de zin 'Het eiland ooit geweest was een plek tussen mijn oren.'

Tenslotte klom hij op de preekstoel om een lang stuk uit zijn boek voor te lezen. Het had iets ironisch, iemand die zich als kind met Damien Thorne vergelijkt nu als volwassene op zo'n plek. Hulst vond het zelf ook vermakelijk, vertelde hij na afloop.
Hieronder de fantastische, huiveringwekkende muziek van 'The omen', van Jerry Goldsmith.

maandag 29 juli 2013

LC-column: Endurance

Op 10 juli was mijn column in de Leeuwarder Courant de weerslag van een telefoongesprek dat ik had, een dag voor mijn eerste zwemles. Daar had ik een zwembroek voor nodig. De vraag was alleen: welke? Zo'n vraag leg je voor aan een expert.

‘Mijn moeder had ook geen zwemdiploma’’, zegt Johan Kenkhuis luchtig. ,,Ze is pas gaan zwemmen toen ze 30, 35 was. Nu zwemt ze vier keer in de week.’’

Dat zijn nog eens onthullingen. Kenkhuis lag als kind al in het zwemwater en verzamelde als zwemmer zilveren en gouden medailles. Bij de Olympische Spelen in Athene 2004 won hij met Pieter van den Hoogenband, Mitja Zastrow en Klaas-Erik Zwering zilver op de vier keer 100 meter vrije slag, vorig jaar was hij bij de NOS deskundige bij het olympisch zwemmen in Londen.

De ideale man om te vertellen wat voor zwembroek ik moet kopen, nu ik eindelijk zwemles ga nemen en over 65 dagen 1000 meter wil doen op het Leeuwarder Inktpotevenement.

,,Wanneer is dat?”, vroeg hij. 14 september. ,,Dan is het water nog redelijk warm. Dat is goed, want als het koud is kost dat veel energie. Het is belangrijk dat je niet te veel energie verspeelt op zo’n afstand en je rust bewaart. Dan kun je het lang volhouden.”

Die kilometer moet in een uur te doen zijn, is zijn inschatting. Maar: ,,met één keer in de week zwemmen red je het niet. Er is volharding nodig, enthousiasme en hard werk, het komt niet vanzelf. Je moet zeker drie keer in de week. Maar dan kan het ook snel gaan.”

Ter zake nu. Wat voor zwembroek moet het worden? ,,Een Speedo”, zegt hij. ,,Met korte pijpjes of zo. Geen grote zwemshort, surfbroek of beachbroek. Die zie je veel, maar ze gaan slepen, dat kost je zo 5 tot 10 procent. Je moet een zwembroek kopen die nauw aansluit. En omdat je buiten gaat zwemmen, een Speedo endurance. Die gebruiken wij ook bij de training, daar doen we zeker een half jaar mee.”

Ook een brilletje? ,,Die zijn wel prettig, dan krijg je geen water in je ogen.”

Nu ja, zeg ik. Misschien misluk ik ook wel helemaal bij dat Inktpotevenement. ,,Daar kan ik niet tegen”, reageert Kenkhuis. ,,Als topsporter ga ik niet trainen met het idee dat het ook kan mislukken.”

Bij Perry Sport in Leeuwarden bleken ze de Speedo Endurance te hebben, en brilletjes, van hetzelfde merk, ook. Op internet las ik later dat Speedo in China gemaakt wordt en er een luchtje aanzit van sweatshops, maar toen was het al te laat. Je kunt ook bijna niks meer kopen.

Collega Jaap vond het maar onzin, zeker toen hij het bonnetje zag van de zwembroek. ,,Daar koop ik er wel vier voor", zei hij. Die zullen dan helemaal wel uit ongure sweatshops komen.

(De foto heb ik ergens van internet gejat en bewerkt.)