donderdag 19 februari 2004

The people



Zonder dat ik er ook maar iets van heb gevoeld, heeft iemand gisteren de band van mijn fototoestel doorgesneden of -geknipt, en is er er met het apparaat vandoor gegaan. De laatste fotos die ik heb genomen waren van het beroemde waterleidinggebouw, gebouwd in wat Peter Karstkarel vermoedelijk een eclectische neostijl zou noemen.

Een wandeling later wilde ik een raar beeld van Eva Peron kieken. Zomaar ineens kon ik het fototoestel niet vinden. Ik zal het toch niet ergens zomaar hebben laten liggen, was het eerste wat ik dacht. Het tweede wat ik dacht was een lelijk woord. Het derde: gelukkig heb ik net het filmpje verwisseld, dus ik heb de kiekjes nog van de witte tijger en van Marta Ramos, een kennis van Rita met wie ik ben wezen eten.

,,Is hier ergens een politiebureau?'', vroeg ik aan een agent. Die staan hier overal op straat. Ik sprak mijn langzaamste Engels/Frans/Italiaans-combinatie, hij legde met opgehouden vingers uit, hoeveel blokken naar rechts en links, en schreef het adres op een papiertje.

Ach, zo kom je nog eens ergens: anders had ik nooit een Argentijns politiebureau van binnen gezien, met bewapende agenten met kogelvrije vesten, die elkaar zoenen als ze afscheid van elkaar nemen. Want dat doet iedereen hier, zoenen. Iemand een hand geven is een beetje raar, zelfs als je elkaar voor het eerst ziet. (Ik heb bv. niet alleen Marta al verschillende malen gezoend, maar ook haar huisbazin. En freelance journalist Marco Sedda, een kennis van Dick. En iemand die bij hem in de flat woont en we bij de lift tegenkwamen.)

Het maken van een procesverbaal duurde twee uur, want de vrouw die me ondervroeg was niet erg op de computer thuis en vroeg haar buurvrouw achter de balie steeds hoe het moest. Die buurvrouw was een agente die zo zwanger was dat ze geeneens een uniform meer droeg, maar een hemdje dat bol gespannen stond. Ik kreeg een mooie verklaring met een stempel en een handtekening.

,,Ik had je gezegd, je moet oppassen'', zei Marta. De huisbazin deed voor, hoe je altijd goed om je heen moet kijken in deze stad. Marco schudde zijn hoofd, en zei dat het met de criminaliteit in Buenos Aires in het algemeen meevalt, vergeleken bij Europese steden. In elk geval, weg is weg, ik ga een nieuwe kopen want vanmiddag vlieg ik naar Vuurland, in het uiterste Zuiden dat ze hier ook Patagonie noemen.

woensdag 18 februari 2004

Gurbe



De dierentuin van Buenos Aires is erg de moeite waard, al zijn sommige kooien nogal aan de nauwe kant. Maar beesten in een dierentuin hebben het beter voor elkaar dan beesten in het wild, ze hoeven niet de hele tijd te rennen voor hun voedsel en ze lopen zelf geen kans om te worden opgegeten. Ze kunnen de hele dag ongestoord slapen of heen en weer lopen langs de tralies. Bovendien kun je hier zakjes voer kopen, wat iedereen doet. Vooral de apen, die heel handig kunnen vangen, profiteren daarvan.

Het prachtigste van de dierentuin is de albino Siberische tijger, spierwit, met zwarte streepjes, die elegant op een rotsblok ligt te slapen en af en toe om zich heen kijkt met een blik van 'Ik weet best dat ik het mooiste dier hier ben maar doe of dat me niks kan schelen'.

Anderhalve maand geleden kreeg de tijger zes jongen en die zijn ook allemaal wit. Als groot formaat poezen rollen die over elkaar heen, steeds als eentje ligt te slapen komt er een ander om hem in de nek te bijten. Ze hebben mooie witte kopjes en lekkere mollige pootjes, ze zien er heel aaibaar uit kortom. Iedereen zet ze op de foto en staat verrukt te gillen.

Bij het toegangskaartje krijg je ook een formuliertje, waarop je een naam kunt opgeven voor deze bebes de zoo. Vooral kinderen, en vooral meisjes, vullen dat in: ik loer op het papiertje dat een meisje ingespannen, het puntje van haar tong tussen de lippen, invult, haar lijkt dizzy een mooie naam toe.

Ik vul mijn papiertje ook in, met adres en al. Dus als een witte tijger in Buenos Aires straks Gurbe heet, een uitstekende dierennaam, weet je wie je moet bedanken.

dinsdag 17 februari 2004

Leven op zee



Helemaal boven op de Zim Argentina III, op het dak van de brug, was in de harde zon Krzysztof aan het werk, de elektrician. Hij is zo iemand, die overal wel een karweitje vindt, en als hij klaar met een brede glimlach bij je aan tafel komt zitten om te horen of je nog wat leuks te melden hebt, of zelf iets te vertellen. Want Krzysztof (geboren in Polen, opgevoed in een kibboets in Israel, een jaar in Brazilie gewoond, zijn zoon is hoogleraar filosofie in Poznan en Athene, zijn vrouw verkoopt real estate) is werkelijk overal geweest. Tot in Bangla Desh toe, waar het stinkt.

,,Ken je Joseph Conrad Korneziowski?'', vraagt hij op het dek boven de brug. ,,Die heeft geschreven dat er drie soorten mensen zijn, levende, dode en zeelui.''

Hij illustreert dat met de Filippijnen aan boord (de bemanning is achttien man, veertien ervan zijn Filippino). Die hebben contracten voor tien maanden, en vragen dan meestal een verlenging. Dat had ik van een van hen ook al gehoord, die wilde veel geld verdienen om te kunnen trouwen. ,,Het komt omdat ze een plan hebben'', zeg ik.

Dat hebben ze allemaal, zegt Krzysztof, ze hebben een plan als ze 26 zijn en nog steeds als ze 60 zijn. ,,Het zijn dromers. Niks op tegen, als je niet droomt kun je net zo goed dood zijn.''

Maar Filippino's, legt hij uit, kunnen na een tijd op zee het leven op het land helemaal niet meer aan. Op zee is alles geregeld, je werkt, je ontbijt om acht uur, luncht om 12, dinert (is dat een werkwoord?) om zes, 's avonds kijk je video met zijn allen of je doet karaoke als er wat te vieren is. Het leven op het land is dan na verloop van tijd erg ingewikkeld en onvoorspelbaar geworden, ,,omgaan met de vrouw, zelfs winkelen of de elektriciteitsrekening betalen zijn dan heel moeilijk, ze hebben het nooit gedaan, ze zijn er bang voor.''

maandag 16 februari 2004

Sietzen



Duitsers die je niet kent hoor je te sietzen, je spreekt ze aan met Sie. Dat deed ik ook met kapitein Mark Altmann, een aardige man die lange tijd niet wist wat hij wilde, vijf jaar geleden nog televisies en koelkasten verkocht en nu master is.

Hoewel hij heel vriendelijk en informeel is, is het respect voor de kapitein groot. ,,Na God is hij hier de baas'', zei Harold, de Filippijnse third mate. Zelf hoopt Harold ook kapitein te worden, maar dat zal niet in Europa zijn, want Europese reders nemen geen Filippijnen aan in zulke functies. De verzekering gaat dan dwarsliggen, heeft de rederij hem verteld.

Ik had voor alle zekerheid zelfs een stropdas in mijn tas gegooid, want je weet het maar nooit met Duitse kapiteins, maar die is in de tas gebleven. Altmann liep zelf in Adidasshorts en T-shirt. ,,Ik heb wel een uniform'', vertelde hij, ,,maar dat draag ik alleen in Afrikaanse havens, in Zuid-Amerika is het niet notwendig.''

Aan het eind van de reis sietzen we elkaar nog steeds. Na hoeveel tijd houdt men daar in Duitsland mee op, vroeg ik hem vlak voor we Buenos Aires binnenvoeren. Want de Chief Engineer, ook Duits, spreekt hem al lang met de voornaam en jij en jou aan.

Meestal stopt het al na korte tijd, vertelt Altmann. Maar als kapitein houdt hij het in zakelijke betrekkingen liever wat formeel. ,,Zoals men in Duitsland zegt, je kunt makkelijker zeggen Sie Arschloch dan Du Arschloch'', verklaart hij.

De dame



De dame die de overtocht ook als passagier maakte, heeft me haar kaartje gegeven. Ze gaat eerst met haar jongste dochter een paar dagen naar een bungalowtje, daarna verwacht ze me een keer bij haar thuis.

Ik heb er hoge verwachtingen van, want ze kent iedereen. Haar vader was diplomaat en boer, en tenminste een van haar twee echtgenoten was ambassadeur. Schrijver Alfredo Bioy Casares (al overleden) kwam wel bij hen over de vloer, ze heeft zelfs Chagall een keertje gezien al dacht ze dat hij de tuinman was.

En in de officer's recreation room bladerde ze in een van de Duitse bladen die er liggen, Frau, waarin ze foto's zag van Willem Alexander en z´n dochtertje. Ze wees op Maxima. ,,She´s a brunette'', zei ze. Ze kende haar wel, vroeger had dat meisje verkering met een vriend van haar dochter en met feestjes kwam ze bij hen thuis over de vloer. Dat met die vriend is dus niks geworden, maar die was wel bij de royal wedding geweest, vertelde de dame.

Anders dan de ouders van Maxima, die er niet bij mochten zijn, daar had ze over gelezen. ,,Een grote politieke rel was het´´, vertelde ik haar. Ze schudde haar hoofd en zei tsk tsk tsk.

zaterdag 14 februari 2004

Kleinstadt




Toen kapitein Mark Altmann me een van de eerste dagen van de bootreis de Zim Argentina III liet zien, zei hij onderweg ergens dat zo'n vaartuig eigenlijk ,,eine Art Kleinstadt'' is. En zo is het ook, een witgeverfd stalen stadje op een andere planeet, met een veelkleurig, vloeibaar oppervlak en een tijdsverloop, dat op het vasteland zo goed als onbekend is.

Ik geloof niet dat ik ooit zo'n leuke reis heb gemaakt, maar ik moet in mijn dagboeken kijken om duidelijk te maken waarom precies. Want het leven aan boord bestaat uit talloze klusjes, het verlopen van de tijd merk je alleen aan de regelmatige maaltijden en de grootste vorm van vermaak is conversatie.

Alle onderwerpen zijn welkom. Of dat nu het de eigen kinderen zijn, autorovers in Letland of die mytische ene container, die tussen al die miljoenen containers die her en der over de wereld verscheept worden in Genua als enige over moet zijn gebleven. Volgens het verhaal zaten er vier zorgvuldig ingepakte globes in, helemaal van edelstenen en mahoniehout gemaakt. De kapitein had er uiteindelijk zelf een gehouden, een ging naar de agent, twee naar de rederij. Of het waar is, weet ik niet, maar het is wel interessant.

In het algemeen kun je zeggen dat je bij een reis op een containerschip niet te veel moet plannen. Want alles gaat steeds anders. Eerst lijkt het er bijvoorbeeld op, dat we maar heel even de Braziliaanse haven Vitoria aan zullen doen en dan weer verder. Maar als we er vlak bij zijn, blijkt dat de haven (twee ligplaatsen voor containerschepen slechts) vol is. Buiten op de oceaan dobberen al een heleboel schepen, allemaal aan het anker, allemaal dezelfde kant uitwijzend door de wind en de stroming.

Op het laatste moment, als je er al bijna voorbij bent gevaren, kan een haven ineens toegevoegd worden aan de route, zoals Montevideo, toen we er al bijna waren.

De enige andere passagier, een kwieke dame van 71 die in Parijs woont en ook een huis heeft in Buenos Aires, ze reist elk jaar heen en weer met vrachtschepen want ze houdt niet van vliegen, had het op een gegeven moment een beetje gehad met al die verrassingen. Tsk tsk tsk, zei ze dan hoofdschuddend. ,,This is the worst company I have ever sailed with.''

Hoewel ze heel beschaafd is (ze is de eerste die ik de olijfpitten echt helemaal zoals het hoort ongemerkt in de hand zie spuwen) en altijd opgeruimd, zegt ze zelfs een keer ,,I hate this company.'' Maar de kapitein, die ze bij elke maaltijd apart groet, neemt ze niks kwalijk, ze informeert naar de eerste stapjes van het dochtertje van de kapitein thuis, dat net een jaar is geworden.

Elk plan aan boord loopt anders. Gisteravond voeren we Buenos Aires in, het is net Manhattan waar je op afvaart, eerst allemaal lichtjes aan de horizon, die uitgroeien tot wolkenkrabbers, waar je vlak voor aanlegt, stukje vooruit, stukje achteruit, honderd keer erger dan inparkeren. Omdat het al bij middernacht was, hadden we bedacht dat ik deze nacht nog op de boot zou doorbrengen. In het holst van de nacht een kamer zoeken, dat is niks gedaan.

Maar zo ging het niet, dat wilde de douane niet hebben. Ik moest van de boot af, zei de shipping agent. Hij wist wel een hotel voor me.

Dus hij nam me om half twee mee, en zette me af bij het Regente Palace Hotel. Alles glom van de messing, overal muzak, wel duizend soorten creditcard waarmee je kunt betalen, parfumwinkeltjes binnen, er schoot een mannetje in livrei op mijn bagage af, terwijl de agent zei dat ze hier hun gasten altijd onderbrengen.

Kortom, zo'n hotel dat ik zelf nooit zou nemen, al helemaal niet voor de 55 dollar (US) die het kost. Maar midden in de nacht doe ik daar niet moeilijk over. Inmiddels heb ik een slaapplaats in een jeugdherberg die acht keer goedkoper is, The Tango Inn.

Onderweg naar dat hotel zei de agent, toen hij hoorde dat ik voor het eerst hier ben, dat ik wel een beetje op moet passen in Buenos Aires. Wat is hier dan het grootste gevaar, wilde ik weten. ,,The people'', zei hij.

Welkom in Argentinie.