woensdag 31 december 2008

Als Gorbatsjov zin heeft in een borrel



Rum van Santa Theresa (sinds 1796) heb ik in Nederland nog nooit gezien, maar volgens het filmpje dat ze op de gelijknamige haciënda vertonen is het in Spanje, Italië en Frankrijk wel te krijgen.

Je kunt de stokerij bezichtigen vanuit een toeristentreintje dat over het terrein rijdt, terwijl je cubalibre drinkt uit een forse beker die je als souvenir mag houden. Op een bepaalde kruising moet je een hand op je hoofd leggen en een wens doen, die dan uitkomt, zeggen ze.

In een schuur liggen speciale vaten rum, 20.000 dollar per stuk, die van bedrijven en rijkaards zijn. Er is er bijvoorbeeld een van Shell Venezuela, verschillende zijn van banken (niet van Fortis), een is van Ruben Blades en er is zelfs een van Mikhail Gorbatsjov, die ik stiekem op de foto heb gezet. Hoe komt zo’n man daaraan, vraag je je af. En: als hij zin heeft in een rummetje uit zijn eigen vat, hoe krijgt hij dat in Moskou?

Hoe dan ook: neem er allemaal maar een op het nieuwe jaar, dan doen wij dat hier ook! Buen nuevo año!

Zwavel en modder




,,U moet het beter opsmeren’’, zei een mevrouw in bikini, die zich later als Martha voorstelde. Zelf zat ze van top tot teen onder de modder, egaal uitgesmeerd; het droogde grijs op in de zon. Mij lukte dat zo mooi niet: het klonterde en je zag overal blanke huid doorheen.

Misschien had ik niet de goede modder opgevist in Las Trincheras, het een-na-heetste bronnenbad ter wereld. (Het heetste is in Japan). Als het water net uit de berg komt kun je er in vier minuten een ei in koken. Dat is tweehonderd jaar geleden al ontdekt door Alexander von Humboldt, de naamgever van de universiteit van Berlijn, die hier drie jaar heeft rondgereisd.

Zo heet is het water niet meer als het in zwembaden bij het Centro Thermal loopt, maar het is nog steeds warm, als een te heet bad. Er hangen allerlei mensen in die baden, als leguanen op een rotsblok, in afwachting van het heilzaam effect. Ouderen die slecht ter been zijn en zich heel langzaam insmeren, ouders met een kind in een rolstoel, jonge meisjes met navelpiercings, jonge kinderen.

In een van die zwembaden moet je modder van de bodem rapen, die je in een bekertje doet en dan op je lijf smeert. Het ruikt een beetje naar zwavel. Sommige bezoekers hebben een zeef bij zich en soeplepels aan een lange steel. Je moet om je bekertje denken, want er scharrelen capucijneraapjes rond die die plastic bekers kennelijk erg leuk vinden.

Hadden anderen, zoals Martha, hun bekertjes vol mooi, zachte, grijze modder, als dikke verf, wat ik opviste was alleen maar grofkorrelig, een soort scrub. Martha zag hoe ik me daarmee insmeerde en bood het laatste restje uit haar beker aan voor mijn gezicht. Daarna stuurde ze me de zon in, om op te drogen.




,,Dan eerst met heet water afwassen en dan onder de koude douche’’, instrueerde ze. ,,Dat is therapeutisch.’’



Je kunt verderop bij een buis gaan zitten waar hete lucht uitkomt, die ook naar zwavel ruikt. Die adem je, liefst van onder een handdoek, krachtig in.

Of het ergens voor helpt weet ik niet, maar je voelt je na afloop grondig schoon en je gaat ervan gloeien. En nu ik dit schrijf ruik ik nog steeds naar zwavel.

zondag 28 december 2008

Jungle Bells



Dit is de Cerro Autana. Het lijkt een berg maar eigenlijk, dat weten de Piaroa-indianen, is het de stronk van de boom waaruit alle leven is voortgekomen. Hij staat in de staat Amazonas, het zuidelijkste stuk van Venezuela dat vooral uit jungle en rivier bestaat.







Je kunt er enkel over het water komen, over de brede, gele Orinoco en een paar kleinere stromen. Dat heb ik de afgelopen week gedaan, als enige Nederlander bij elf Venezolanen en een Argentijnse. Mijn Spaans gaat er met sprongen op vooruit.



Met hen heb ik kerst gevierd, op de oever in de jungle bij de berg, in het licht van zaklantaarns, terwijl we met door de reisleider meegebrachte rum de ene heilsdronk na de andere uitbrachten, op het geluk, op de gezondheid, op elkaars familie, op oude en nieuwe vrienden, op harmonie, op de wereldvrede – zoveel wensen, daar moet altijd een van uitkomen.

De Cerra Autana zie je vanaf de eerste dag opdoemen. Hij steekt hoog boven de bomen uit, maar omdat de rivieren zo kronkelen verdwijnt hij dan een hele tijd, om enorm veel groter weer op te doemen. Je kunt er niet op, want de berg is off-limits. Beschermd gebied, heilige plaats, veel te steil.

Dat is overigens niet erg, want na het beklimmen van een naburige, niet-heilige berg van zeshonderd meter, door drassig, vochtig, heet regenwoud, geloofde iedereen het wel. Behalve Guilder, een zwijgzame Piaroa met een machete, die op badslippers voor ons uitliep en er zo nog een berg achteraan had kunnen doen.



Af en toe griste hij een bonte kikker uit de dode bladeren op de grond, zodat we die op de foto konden zetten. Ergens halverwege wees hij op een tarantula, die doodkalm op het pad zat, als een bruine marmot met 10 lange poten.



Meer dieren: van passerende indianen kochten we una lapa, een groot knaagdier. Geen idee hoe het in het Nederlands heet. ,,Mickey Mouse, maar dan groter’’, legde een medereiziger me uit. Wat het ook is, je kunt het eten, en dat deden we die avond als kerstmaal. Het vlees is wit, smakelijk, maar een beetje droog.

Overigens schijn je tarantula ook te kunnen eten, maar daar hoorde ik niemand over.



Ook lekker




Iedereen is onderdeel van een voedselketen, maar de een soms wat meer dan de ander. Van alle reizigers was ik het lekkerst voor muskieten. De hele dag de lange broek aanhouden en van dat stinkspul op je benen en polsen smeren is geen garantie.

zondag 21 december 2008

Phachtiq



Opschrift op de wand van een budgetrestaurant annex minimuseum in Mérida. Of het er echt zo phachtiq was kan ik niet zeggen, want het was dicht.
Records in de Andes



Als er een eretitel Drukste Toeristenstadje Ter Wereld bestond, was Mérida, de stad in de Andes waar ik de afgelopen dagen was, een kanshebber. Het centrum is een toeristische koortsdroom, hoge, smalle stoepen met overal straatverkopers (oorbellen, wollen wanten en sjaals, poppen, marionetten, polsbandjes met Mérida erop, dingen met ledjes, van ijzerdraad gebogen mannetjes, beeldjes voor in de kerststal, handdoeken, sapjes, hapjes).

Achter hen, bij de gewone winkels, staat meestal iemand bij de ingang te schreeuwen om de mooie plasmaschermen of schoenen aan te bevelen.

Daartussendoor zijn straatartiesten die met kegels jongleren, of met brandende fakkels, en er zijn meisjes die je kind vrolijk opschminken. Zodra iemand ergens blijft staan, staat de hele stoep stil.

En als het nou nog een voetgangerszone was, maar dat concept is in Venezuela niet doorgedrongen. Dus er rijdt een constante stroom auto’s, taxi’s, brommers, motoren en bussen. Daarom zijn de stoepen denk ik zo hoog, anders gingen ze daar ook op rijden. Toeteren is erg populair, het klinkt of iedereen zich constant ergert aan de andere verkeersdeelnemers.

Drukste Toeristenstadje Ter Wereld, daar zou Mérida trots op zijn. Want ze hebben hier al een paar records. Zo staat er het eerste monument voor Bolívar van Venezuela (een te kleine buste op een te hoge pilaar), er is een cafe dat claimt het goedkoopste bier van het land te verkopen (niet geweest, je kon tegen de herrie leunen die eruit kwam) en je kunt normaal gesproken de bergen in met de langste kabelbaan ter wereld. Die is helaas voor onbepaalde tijd buiten gebruik, waarom vertellen ze niet, maar er is wel eens een ongeluk mee gebeurd.

En er is Heladeria Coromoto, de ijswinkel die in het Guinness Book of World Records staat. Ze hebben er meer dan achthonderd smaken, althans op een bord op de wand, met als laatste toevoeging ijs met Viagra. In de bakken waar je uit kunt kiezen liggen een stuk of zestig smaken klaar, wat ook niet gek is. Hoewel ze ook tomaat, roos, knoflook en peper bieden, kies ik veilig voor fresas en coco.



Als ik het grote wandbord met smaken probeer te kieken, komt de meester van een schoolklas naar me toe.

,,Wilt u van ons een foto maken?’’, vraagt de leraar. Dat wil ik best, maar ik vertel erbij dat ik weinig Spaans spreek.

Omdat ik door mijn Spaans steeds Italiaanse woorden gooi, vraagt de meester of ik dat dan soms spreek. ,,Beter dan Spaans’’, zeg ik. Zodat hij in het Italiaans verder gaat.

,,El professor is zo knap’’, hoor ik twee van zijn leerlingen tegen elkaar zetten. ,,Hij kan Spaans, Portugees, Braziliaans (!), Italiaans en Engels!’’

De knapste meester van het land, die hadden we ook nog niet. (Hij staat, met bril en kaal hoofd, achter de jongen met het groene shirt).
Diesel! Si, diesel!




Niet alle benzinepompen willen Sjoerd diesel verkopen. Ze denken dat zijn Jetta op benzine gaat. Dus het is elke keer even onderhandelen en dan gaat het tanken ook nog niet makkelijk, want er staat enorm veel druk op, wat handig is voor vrachtauto’s maar hier de halve tank vol schuim zet.

Maar daar staat tegenover dat Sjoerd me vorige week elke keer met een glimlach van oor tot oor komt melden, dat hij zojuist voor 30 liter diesel iets minder dan een euro betaalde. Een biertje in de cafés hier is duurder dan een volle tank.