woensdag 24 december 2003
In bad
Wie in Boedapest is, moet naar de badhuizen, dat is nu eenmaal zo. Dus ik ging maandagmiddag meteen naar Gellert, die het meest luxe schijnt te zijn.
Als er zoiets in Nederland bestond, ging ik elke dag.
Het is alsof ze een zwembad en badhuis in een jugendstilpaleis hebben ondergebracht, met zuilen en beelden en waterspuwers en mozaieken. Ik hou helemaal niet van zwembaden, maar dat komt door de vieze galmende gebouwen die ze in Nederland neerzetten en de fascisten die daar sporten en op fluitjes blazen.
Ik had niks bij me, maar je kunt alles ter plekke huren, tot en met een zwembroek toe. Die heb je nodig voor het zwembad. Het stoombad en de wisselbaden die daarbij horen, daar mag je ook in met een soort schortje voor, wat een koddig gezicht is, al die blote mannenkonten. Want dat gaat hier gescheiden. Ik moest aan Jantien denken, die een tijdlang columns schreef vol slappe mannenbillen. Als ze in de sauna gaan, draaien ze het schortje een halve slag om, om erop te zitten.
Het stoombad is zo heet, dat je het alleen uithoudt als je roerloos blijft zitten. Zelfs de adem die je uitblaast door je neus doet een beetje pijn aan je bovenlip, zo warm is die nog. Het ruikt er naar kamille, net als de stoombaden die je vroeger moest nemen met een handdoek over je hoofd, als je neus verstopt zat.
Vooral de afwisseling tussen dat stoombad en het koude bad ernaast (van 18 graden) was fantastisch, ik kreeg daar maar niet genoeg van. Je moet jezelf de hele tijd dwingen, daar komt het op neer, want het is de ene schok voor het lichaam na het andere. Ik heb me nog nooit zo schoon gevoeld.
,,Je moest niet naar Gellert'', zei iemand in het Nederlandse cafe. ,,Dat is voor toeristen, en ook nog eens te duur. Je moet naar de Rudas baden, veel goedkoper en daar komen de Hongaren zelf.''
Rudas had ik voor vandaag bewaard. Het was heel andere koek. Een onopvallende klapdeur gaf toegang tot hal vol mannen aan de borrel, met overal alleen maar Hongaarse bordjes: sliertlange woorden met veel accenten.
Op een lange bank zaten drie Amerikanen, met de haren nog nat.
,,Hoe werkt het hier?'', vroeg ik. ,,Ik ken alleen Gellert.''
,,Oh, het is hier veel leuker'', zei de middelste van de drie, op een wat verwijfde toon. ,,In Gellert moet je een zwembroek aan, en hier hoeft dat niet. Er komen allemaal Hongaren, en wel 95 procent is gay. Maar je treft het niet, want ze zijn al gesloten, wegens kerst.''
Heel erg vond ik dat nu ook weer niet, na deze informatie.
dinsdag 23 december 2003
Notenkraker
Op het ogenblik ben ik in Boedapest, want ik scharrel met de trein terug naar Nederland. Boedapest is een mooie stad, met zelfs een Nederlands cafe waar een hele stapel Telegraafs lag, zodat ik nu weet dat Amelie een wolk van een baby is.
Ik liep langs de Opera, en daar was vanavond een uitvoering van De Notekraker, het ballet van Tsjaikovski. Dat leek me leuk voor de kerst, ballet met Classic-FM muziek.
,,Zijn er nog kaartjes'', vroeg ik de mevrouw achter het loket.
,,Nee'', zei ze bars. ,,Alles is verkocht.''
Dat geloofde ik best, want er stroomden gezinnen binnen in hun zondagse kleren, met zelfs kinderen van vier met een stropdas voor.
,,En als ik nu even wacht?''
Ze mompelde iets en nam de telefoon op.
,,Het kan nooit kwaad om te wachten'', zei een Britse meneer, die daar met zijn vriendin stond. ,,Ik heb hier jaren gewoond, en ze doen altijd zo, maar meestal zijn er vlak voor de voorstelling toch nog wel kaarten.''
Dus we wachtten met zijn drieen. Hij gaf Engelse les in Istanboel, en had dat voorheen in Boedapest gedaan.
,,Er is een kaartje'', zei de mevrouw toen we een paar minuten voor de voorstelling weer vroegen.
,,Ik vind het wel een beetje lullig'', zei ik tegen het stel.
,,Tuurlijk niet'', zei de Brit. ,,Koop het nou maar. En merry christmas.''
Het was nog een eersteklaskaartje ook: ik zat vooraan op het eenhoogbalkon, in zo'n goudversierde loge die ik alleen uit films ken. Er zat ook een moeder met twee meisjes, van vijf en drie, schat ik. Na de lekker ouderwetse balletvoorstelling met bonte kleurtjes, veel decorwissels en een hele grote toneelkerstboom vroeg ze of ik Engels sprak en waar ik vandaan kwam.
,,Wat vond U ervan?'', wilde ze weten.
,,Ik heb genoten'', zei ik. ,,Ik ben helemaal in kerststemming gekomen.''
,,Maar...'', zei ze met een meewarige klank in haar stem, ,,U bent hier helemaal alleen!''
,,Dat valt wel mee hoor'', zei ik. ,,Ik ga straks weer naar huis.''
Ze was zichtbaar opgelucht.
,,Merry christmas'', zei ik.
,,Hetzelfde voor u en iedereen die u kent'', zei ze terug.
Hierbij dan. Ik heb er nog steeds een lekker gevoel van.
Sirtaki
Echt uitgenodigd was ik niet, maar ik ging wel mee naar de bruiloft van Anda, een Roemeense vrouw die op de ambassade werkt, en Alin, een wat oudere heer met een snor. Eerst 's morgens in het stadhuis - of een ervan, want Boekarest is ingedeeld in wijken - waar de burgemeester zelf een kort verhaaltje van papier oplas, beide partners Da zeiden en vervolgens onder een poort van door ons omhoog gehouden bloemen en een regen van rijst de trap af liepen.
Ik zag 's avonds dat ik prominent op de foto's sta, die 's morgens genomen waren en nu al in een mapje het restaurant doorgingen. Nog jaren later zal iedereen aan Anda en Alin vragen, die man met dat leren jasje, wie is dat eigenlijk? En dan weten ze het niet, want ze kennen mijn naam niet eens. Op ieders bord lag een naamkaartje met een gouden strikje. Dat van mij meldde enkel Santa.
Roemeense bruiloftsfeesten mogen er wezen. Tot diep in de nacht wordt het eten hoog voor je opgestapeld, de drank vloeit best en er wordt zoveel gedanst, dat de colberts al snel her en der aan stoelen hangen. De Roemenen leken qua dansen wat terughoudender, de Nederlandse collega's van de ambassade waren niet van de vloer te branden.
Al bij de eerste wat luidere muziek stormde landbouw-attache Lotte Timmer op me af, er was geen weigeren aan. Ik herkende dat dit een quickstep was, ik zag anderen een beetje onbenullig rondjes draaien, maar ik wist - ondanks jaren dansles - het niet meer precies. Dat komt, ik danste altijd met Grietje, en die had de gewoonte voor het begin van elk nummer tegen de voet te schoppen waar ik mee moest beginnen. Op den duur is dat je houvast.
Nou ja, het ging best, en later werden de dansjes ongedwongener. Tot op het moment dat de dj de Sirtaki opzette, van Mikis Theodorakis. Het muziekje uit Zorba de Griek. Daar had Nienke Trooster, de tweede man (nou ja, vrouw) van de ambassade op gewacht, want ze pakte me om de schouders en voor ik het goed en wel besefte, stonden we samen voetje over heen en weer te dansen. Steeds sneller, en het lukte nog behoorlijk ook. Vol vertrouwen spreidde ik mijn armen, net zoals Anthony Quinn in Zorba de Griek.
De fotograaf kiekte maar raak - dat is misschien nog wel het aardigste.
,,Mama, wie is toch die man die de hele tijd op jullie trouwfoto's staat?''
,,Ik weet het niet liefje, het was Santa Claus, uit Nederland. Die kwam zomaar even langs.''
vrijdag 19 december 2003
CD
,,Moet je opletten'', zei Sjoerd voor we naar Sofia, de hoofdstad van Bulgarije, reden. ,,Er zijn een heleboel snelheidscontroles.''
En dat was ook zo. Werd Sjoerd op de heenweg maar een keer van de weg gezwaaid door een politieman, op de terugweg wel drie keer, en het had vier keer kunnen zijn als dat ene politieduo niet net een sigaretje had staan roken.
Maar Sjoerd heeft een nummerbord waar CD opstaat, corps diplomatique dus. Dan ben je diplomatiek onschendbaar, wat in de praktijk betekent dat je geen bekeuring krijgt. Een keer zwaaide een agent hem al verder terwijl hij net een stopbord had opgestoken: die had aan het nummerbord al gezien dat hier geen eer aan te behalen is.
De verkeersagenten van Bulgarije werken grondiger. Die laten hem uiteindelijk ook doorrijden, maar eerst moet hij stoppen, onze beide paspoorten geven en als Sjoerd en de agent een taal gemeenschappelijk hebben, krijgt hij er een vermanend woordje bij.
,,This is not Autobahn'', zei eentje bars.
,,Da, da'', zegt Sjoerd dan gedwee.
,,Drive slow, mister'', ried een ander aan, zwaaiend met de wijsvinger. ,,Drive slow!'' Daarna pas gaf hij onze paspoorten terug, met een welgemeend ,,Have a nice.''
Een keer had een agent, die tenslotte ook maar in het holst van de nacht in de vrieskou naast de weg staat met zo'n laserding, het niet door: hij had kennelijk niet op het nummerbord gelet. Sjoerd moest uitstappen, hij kreeg een hele speech in het Bulgaars over maximumsnelheden en dat die er niet voor niks zijn, waarschijnlijk.
,,Wat zei die?'', vroeg ik, toen Sjoerd weer instapte.
,,Ik heb geen idee'', zei hij. Hij had de man op het omslag van zijn paspoort gewezen, waar ook op staat dat bezitter dezes diplomaat is. We konden weer verder. Eventjes op de juiste snelheid, want dat gestopt worden de hele tijd gaat ook vervelen, maar na korte tijd alweer wat harder.
dinsdag 16 december 2003
Whacko Nicolae
Het paleis van Ceaucescu, het huis van het volk, het parlementsgebouw van Roemenie - hoe je het ook noemt, het is de bezienswaardigheid van Boekarest. Vorige week was het gebouw steeds gesloten, maar nu kon het: voor de luttele som van 100.000 lei (2,5 Euro) mocht ik het pand bekijken dat dit land een veelvoud van dat bedrag heeft gekost.
Je hoort het geloof ik heel erg lelijk te vinden, maar het is best een aardig gebouw. Je ziet het al van grote afstand, want er loopt een boulevard recht op af die net 1 meter langer is dan de Champs Elysees in Parijs. Het gebouw zelf is qua inhoud ook net iets groter dan de piramide van Cheops. Alle materiaal komt uit Roemenie zelf, kleden ter grote van driemasterzeilen zijn in een stuk geweven, op speciaal ervoor ontworpen weefgetouwen. 20.000 arbeiders waren er aan het werk, 700 ontwerpers hielden zich met de details bezig, Nicolae en Elena beoordeelden het resultaat. Het is, kortom, 'lekker-puh-architectuur' die je in dictaturen vaker tegenkomt.
Groot is het in elk geval, dat zie je het best op een afstand. De auto's die erheen rijden worden maar kleiner en kleiner en dan zijn ze er nog steeds niet. Daarnaast sneeuwde het vandaag, wat het toch wat kille overheidsgebouw een extra charme geeft.
Het nadeel van lekker-puh-architectuur is, dat het je als dictator vermoedelijk nooit helemaal naar de zin is. De trappen in een centrale hal bijvoorbeeld, die liet Ceaucescu drie keer anders aanleggen. Of hij tevreden is met wat er nu is, is onbekend want hij was dood voor hij dat kon vertellen. En eerst op maquette laten maken, daar deed hij niet aan.
Het andere nadeel is, dat je als dictator allemaal lekker grote zalen maakt, maar eigenlijk niet weet wat je daar allemaal moet doen. Dus is er een zaal om Belangrijke Internationale Verdragen te ondertekenen, met ruimte voor 1200 toeschouwers, er is een zaal voor rondetafelconferenties, de ronde tafel staat er al, een zaal voor ontvangsten, een soort balzaal die aan Versailles moet doen denken en zo nog wat. Die kun je voor je bruiloft huren, maar het schijnt heel duur te zijn.
De meeste staan gewoon leeg te zijn onder kroonluchters die twee ton wegen. Door alle zuilen en luchters en lopers en marmer doet het aan Franse overheidsgebouwen denken, maar dan zonder meubilair of schilderijen. Hoewel, hier en daar zijn religieuze voorstellingen op de wanden geschilderd. ,,Namaak'', legt de gids uit. ,,Dat is daarop geplakt voor de film 'Amen' van Costa-Gavras, die dit gebouw gebruikte als het Vaticaan.''
,,Op dit balkon'', wijst ze vervolgens, ,,heeft Ceaucescu nooit gestaan, want het is pas na zijn dood voltooid.'' Ze vertelt dat Michael Jackson hier wel heeft gestaan, tijdens een van zijn toers. ,,Hallo Boedapest!'', heeft hij van het balkon geroepen, hij was de draad even kwijt met al die Europese steden. Nou ja, beter een halve gare popster op dat balkon dan een halve gare dictator.
Nichita
,,Santa Claus is vriendelijker dan Sint Nicolaas'', had Anca me van te voren verteld. ,,Je moet die kinderen lief behandelen.''
Het was Anca en de andere Roemenen vorige week opgevallen, dat Sint Nicolaas mensen onverbloemd de waarheid zegt - volwassenen in elk geval, die worden direct, op zijn Hollands aangepakt. Ze drukte me op het hart, om dat bij de kinderen van de militaire attaches van allerlei ambassades niet te doen. ,,Je kunt ze wel vragen of ze een liedje kennen, of een gedicht.''
Het zaaltje - een officiersclub in een park, alle kellners hier zijn dienstplichtigen - was met ballonnen aangekleed, een groot koud buffet op een lange tafel, een kerstboom in de hoek. Eerst werd de vertrekkende Chinese attache gehuldigd, toen dook het mannenkoor op, dat bestond uit jonge infanteristen in uniform. Dat hebben ze hier nog, van die militaire afdelingen die zich alleen op muziek toeleggen. De dirigente was een tengere vrouw met enthousiaste kleuterjufogen, en een gedrongen, boos kijkend mannetje zag erop toe dat de jongens geen rotzooi trapten.
Maar de bezoekers - zo'n 120 - waren meer geinteresseerd in het koud buffet, de bar en het bijkletsen dan in het koor. En zo ging het ook bij Santa Claus: 33 kindertjes stonden aandachtig om me heen op hun cadeautje te wachten, enkele volwassenen (ouders denk ik) keken, en de rest hield zich met andere zaken bezig.
Sjoerd ergerde zich er een beetje aan, mij kon het niet zoveel schelen, ik heb wel eens een persbal meegemaakt. Bovendien waren de kinderen een en al aandacht, want die hadden er een cadeautje bij te winnen.
Een klein knaapje in een oranje trui vloog al op me toe toen ik de zaal betrad, om mijn hand te schudden. Hij heette Nichita. Even later stond hij met zijn jongere broertje Teodor voor me, al vrij aan het begin. Op die vraag of hij wellicht een liedje kende begon Teodors onderlip te trillen van pure plankenkoorts. Om een huilbui in de kiem te smoren propte ik razendsnel zijn handjes vol snoep en duwde hem zijn cadeau in de armen. Nichita keek toe, boog zich naar me voorover en zoende Santa Claus op de baard.
Wat een leuk kereltje! Ik vond het gewoon jammer dat we juist voor deze Nichita een wanstaltige Spiderman-pop hadden ingepakt. ,,Daar hoef je je niet schuldig over te voelen'', zei Anca later. ,,Hij was er de rest van de avond mee aan het spelen.''
Abonneren op:
Posts (Atom)
