woensdag 16 juli 2014

Oude kaarten

Bij het opruimen van oude kaarten kom je nog eens iets bijzonders tegen. Ik blijk er best wel veel te hebben met dieren erop.

Vooral poezen; die kaarten kreeg ik begin jaren zeventig veel. Zo een met aangeklede poezen (middenonder), heeft wel wat, iets lekker onechts. Bestaat dat fenomeen eigenlijk nog?

De bovenste is ook lekker onecht. Die heb ik niet, ik heb hem gefotoshopt. Maar hij zou eigenlijk wel moeten bestaan.


zaterdag 12 juli 2014

Hoe sterk is de eenzame fietser



Deze week maakte ik met fotograaf Laurens Aaij een fietstochtje door de stad, om in de krant een idee te kunnen geven van alle omleidingsborden die er op het ogenblik in Leeuwarden staan. Zie de kleine foto.

Laurens zette ze weliswaar op de kiek, maar we letten verder niet echt op de teksten op die borden. Het zijn er gewoon te veel. Zodat ik bij een viaduct de fiets over een afscheiding moest tillen om verder te kunnen.

Ook dat legde Laurens vast, die zelf zijn fiets door een uitsparing in dat houten hek links prutste.

vrijdag 11 juli 2014

Dode schrijvers en la Mattchiche



En terwijl de kring om ons steeds aangroeide, tot het een gansche volksverzameling geworden was, waarin zich al heel spoedig de strenge figuur van een Oosterbeekschen veldwachter vertoonde, zong Naphta in vervoering een onzer schoonste Napolitaansche liederen, het melancholieke Senza Core.
Dat trok!

,,'t Is geen Fransch, wat ze zingen", merkt een juffrouw op, die in diepe aandacht achter ons te luisteren stond.
,,'t Is Italiaansch", verklaarde een deftig heer, die een beter plaatsje zocht, blijkbaar om onze Italiaansche typen te bestudeeren.
,,'t Zijn Italiane", ging het bliksemsnel de kring door en de belangstelling was plotseling verdubbeld. We begrepen, dat het zaak was om toen in ons Italiaansch repertoire te blijven.


Dat stukje komt uit Avonturen als Straatmuzikant, dat ik vorige week vond in die container vol boeken. Niet een boek waar ik naar op zoek was, maar wel een waar ik benieuwd naar was.

Max Blokzijl, die later zou worden doodgeschoten vanwege zijn propaganda-radiopraatjes tijdens de bezetting, en Jean-Louis Pisuisse, die later zou worden doodgeschoten door de minnaar van zijn vrouw, schreven het. Ze waren toen nog jonge journalisten bij het Algemeen Handelsblad (nu NRC Handelsblad) en deden zich een week voor als straatmuzikanten.
We waren beiden jong, beiden Amsterdamsch journalist, beiden beu van uitslaande branden die met koolzuurspuiten en Vechtslangen worden gebluscht, beu van vergaderingen die met gebruikelijke plichtplegingen worden geopend en gesloten, beiden 't snorren naar berichtjes van meer of minder belangwekkend moe, beiden zeer hard verlangend naar iets wat buiten de lijn van ons dadelijksch werk lag, maar toch ook weer niet geheel onvereenigbaar was met den aard van ons beroep en onze natuurlijken aanleg.
Mijn LC-column van vandaag gaat over het boek, dat na dik een eeuw verrassend lekker weg leest.

Het is ook interessant, welke nummers ze vooral moeten spelen. Wat klassiek (het Largo van Haendel), iets dat Schaukellied heet, een walsje, marsen van Sousa, Italiaanse liedjes, soms een ondeugend lied als ze denken dat de luisteraars dat aankunnen en heel vaak La Mattchiche.

Dat was blijkbaar een hit in 1907, en verdomd, de melodie is nog bekend ook, want in de jaren zestig is het nog een carnavalshitje van Leo Kuijsters geweest, De dochter van de slager. Luister maar naar het refrein:




(De laatste foto van Pisuisses gezelschap staat hierboven; hij werd op 6 september 1927 in Leeuwarden gemaakt door de kleurrijke journalist Jean Lenglet.)


maandag 7 juli 2014

Gepavoiseerd en wel




De trein naar Harlingen Haven zat vol, maar niet propvol. Dat viel al mee, en de drukte op de kade was ook goed te doen.

Het merendeel van de bezoekers bestond uit jonge Friese gezinnen, als je afgaat op het grote aantal vaders met kinderen op de schouders, die terwijl hun vrouw zegt: ,,Se swaaie allegear mei de petten, sjochst wol?" verlangend naar die wegvarende reuzen kijken. Seemann, laß das Träumen.

Ik schreef er een column over, en besefte vandaag bij het teruglezen dat ik de kans gemist heb om eindelijk het prachtwoord gepavoiseerd te gebruiken. Want dat waren ze allemaal, al had het uitbundiger gekund.

Rechts ligt de Christian Radich, die ik graag had willen bekijken maar dan had ik eerder moeten komen. Links de Stad Amsterdam.

(De plaatjes maakte ik met de telefoon. Bij de verbouwing heb ik de lader van het fototoestel zo goed opgeborgen dat ik hem niet meer kan vinden.)


zondag 6 juli 2014

Bijna 15.000 boeken




Na een telefoontje aan de redactie, dat er een container vol boeken op de Harlingerstraatweg zou staan, fietste ik daar donderdagmiddag even heen.

Het klopte. Allerlei mensen stonden in een laadbak vol oude boeken te graaien; de een zocht maar boeken met afbeeldingen, de ander naar kunstboeken, een jongen wilde werken over alchemie, een studente viste er allerlei naslagwerken over Nederlandse literatuur uit - Knuvelder ondermeer - maar toen ik een overzicht van Vlaamse literatuur opdiepte, hoefde ze dat dan weer niet.

Het was gewoon een gezellige boel, en ik schreef er een column over. Dit is de tekst:

Grabbelton

Op de Harlingerstraatweg in Leeuwarden stond gistermiddag een laadbak vol boeken. Blijkbaar weggedaan. Mij lukt het slecht om boeken weg te doen, ik vind een stapeltje van vijf al een hele prestatie. Hier had iemand met lef er honderden als puin in een bak gelazerd.

Auto’s remden, fietsers stopten, iedereen ging grabbelen. Aan zo’n boekenberg kun je geen weerstand bieden. Er zaten veel reisgidsen tussen, plaatwerken over Rome of de Vesuvius, boeken over literatuur, politiek, geloof, naslagwerken, woordenboeken. Veel schrijvers van begin vorige eeuw: Aart van der Leeuw, Anton Coolen, Heijermans, Bosboom Toussaint.

,,Is dit van jullie?”, vroeg een dame. Nee, uit dat huis komen ze, wees iemand. Daar woonde meneer Bosch, leraar Nederlands aan het gymnasium. Ze zullen wel aan het opruimen zijn.
Een vrouw hield haar man Democratie in Nederland voor. ,,Dat hoef ik niet”, zei hij. ,,Dat bestaat niet meer.” Zelf had ze een boek gevonden met schetsen uit Auschwitz. ,,Als de jongeren niet in opstand komen, komt dit zomaar weerom”, zei ze.

Ik grabbelde mee, maar had mezelf daadkrachtig verboden iets mee te nemen. Wel hield ik boeken omhoog die misschien wat voor een ander waren. Hollands Glorie, Jan de Hartog. Fantastische vertellingen, Bordewijk. De Bijbel. ,,Ik heb thuis heel veel bijbels, ook in het Russisch”, zei een jongen. ,,Maar ik heb hem nog nooit gelezen.”

Naast me las iemand voor uit de bundel ‘Tegen de storm’ van Garmt Stuiveling, uit 1939.
,,Zwart is de tijd / zwarter dan ooit tevoren / en meer gevaar is dodelijker nabij / wat wij heden doen gaat morgen verloren / wat heeft ons werken hier voor zin als wij / straks in de chaos vergaan.”

,,Ik vind het mooi, boeken”, zei de vrouw van het Auschwitzboek. ,,Want daar word je wijs van. Anders weet je van geen toeten en blazen en dan kunnen ze je zo nekken. Dan ben je onwetend.”

Om me niet te laten nekken, nam ik toch wat boeken mee. Het waren er maar drie. Een hele prestatie.

Een dag nadat die column in de krant had gestaan, kreeg ik mail van de zoon van  docent Bosch, die in Zeist woont.

Een mooi stukje in de LC van gisteren. Wat u hebt gezien, was de eindfase van mijn project om een bibliotheek van bijna 15.000 boeken op te ruimen.

Met verschillende Nederlandse antiquariaten en tweedehandsboekhandelaren ben ik langs de kasten en dozen gegaan, maar uiteindelijk blijven er duizenden boeken over zonder handelswaarde.

Ik was gisteren in Leeuwarden en heb mogen constateren dat mede dankzij uw column de container zich de hele dag mocht verheugen op een grote belangstelling. Wie zegt dat er niet meer gelezen wordt in Leeuwarden? Wie leest er binnenkort weer Da Costa, Aart van der Leeuw en Garmt Stuiveling?

Al met al een mooie dag voor mij. Binnenkort opent de Nieuw Slegte (of hoe ze de winkel ook gaan noemen) op de Nieuwestad. Een deel van de modernere literatuur staat daar, te wachten op uw bezoek. Maar let op: niet meer dan drie. Ook dat gevoel ken ik.

(De foto boven is van Jacob van Essen, die ook al de container passeerde)

zondag 29 juni 2014

Een mugwump komt een café binnen...




Mugwumps zijn eigenlijk Republikeinen die in 1884 niet de Republikeinse, maar de Democratische presidentskandidaat steunden. Maar het zijn ook de rare wezens die opduiken in Naked Lunch, een film uit 1991 van David Cronenberg, naar het boek van William Burroughs.

Zo een staat er in EYE, het Amsterdamse filmmuseum, waar een aardige tentoonstelling te zien is over Cronenberg. De uitdijende tv van Videodrome (1983), de typemachine-kevers uit Naked Lunch, zo'n transportding uit The Fly (1986), verkiezingsposters uit The Dead Zone (1983), spalken uit Crash (1996).

Het mooist zijn de operatie-instrumenten die de doorgedraaide gynecoloog uit Dead Ringers (1988) laat maken voor operaties op gemuteerde vrouwen. Want die zijn overal, denkt hij.


Als hij die in het ziekenhuis gebruikt, wordt hij bij de tuchtraad geroepen om zich te verantwoorden. ,,Er is niks mis met dat instrument", zegt hij als verdediging. ,,Het zijn de lichamen, die vrouwenlichamen zijn verkeerd."

Verder waren er veel filmfragmenten. Uit Scanners (1981) laten ze natuurlijk het klassieke fragment zien van het exploderende hoofd. Maar in die film is een scene, ergens, waar een grote poster van Herman Brood hangt. Die hadden ze eigenlijk ook moeten hebben.


Je kunt met de Mugwump op de foto, en omdat we er toch op studiereis waren met de helft van het Cinema-Asconabestuur deden we dat. Ik maakte er ook een filmpje van. De muziek eronder komt niet uit een film van Cronenberg.

We waren er eigenlijk voor River of Fundament, een ambitieuze, dik zes uur durende film vol verwijzingen naar Egyptische mythologie, Norman Mailer, Walt Whitman, reincarnatie, auto's, uitwerpselen en nog zo wat zaken, van en met Matthew Barney. ,,Een soort Oerol met betere stoelen", vond Jaap, vooral vanwege het tweede deel dat in Detroit is opgenomen.