maandag 2 mei 2005
Acteren
Vrouwen zijn in het algemeen betere acteurs dan mannen, maar als mannen zich er echt voor inzetten, dan zijn zij weer de beste. Of dit echt klopt weet ik niet, maar ik dacht het gisteren wel na het keuren van de eerste vijftig kandidaten voor de Friese televisieserie Dankert & Dankert.
Dat wordt een tv-serie op Omrop Fryslan, waar een 'Idols'-achtige verkiezing bij is bedacht. Een jury, waar ik in zit met Steven de Jong en Meryiem Manders, moet uit honderd aanmeldingen uiteindelijk eentje uitkiezen, en die krijgt een belangrijke rol.
Het is wennen om in zo'n jury te zitten. Hoewel ik me van tevoren had voorgenomen om hard te oordelen, duurde het een tijdje voor ik in die rol zat. En ook toen was ik eigenlijk nog lief. Want het is wel een beetje zielig, die mensen die zo dolgraag op tv willen acteren. Daar staan ze trillend van de zenuwen in het gemene spotlicht, voor een tafel met drie lui erachter. Thuis honderd keer geoefend, in de auto hierheen nog de tekst van a tot z opgezegd, en nu ineens loopt het ze dun door de broek.
Maar ja, dacht ik dan, het is allemaal vrijwillig, het zijn grote mensen, ze hebben er zelf voor gekozen. En het gaat alleen maar om een rolletje in een televisieserie, meer niet.
Gisteren was de eerste dag. En daar was al snel duidelijk dat de groep jongens onder de dertig hier de grootste hijs aan hadden. Ze leken het zenuwachtigst en bijna allemaal waren ze hun tekst halverwege kwijt. Die jongens hadden steevast op hun formulier gezet dat anderen hadden gezegd dat ze dit moesten doen, omdat ze volgens die anderen zo goed konden acteren. ,,Wa seit dat dan?'' vroeg ik. ,,Nou, eh, us mem'', zei de jongen. ,,En myn suster.''
dinsdag 26 april 2005
Schaamte
Het was vandaag druk op Vlieland: drie filmploegen en een handjevol journalisten, waaronder ik. Want er is van alles op dat eiland aan de hand, met de politie en zo, maar de meesten kwamen voor de opnamen van de speelfilm 'Eilandgasten', die daar aan de gang zijn. Daarvoor had A-Film een persdag belegd.
Die persdag kwam erop neer, dat alle pers met de vroege boot kwam, en toen haast twee uur neerstreek op het kille, maar zonnige terras van het cafe direct bij de haven. Want eerder begonnen de opnamen vandaag niet.
Ik zat aan een tafeltje naast een van die filmploegen, drie man sterk. Een van hen was filmjournalist Harry Hosman, die met een zonnebril op in een dossiermap bladerde over Karim Traidia, de maker van de film. Heel lang geleden heb ik een gesprek gehad met Harry Hosman en nog wat mensen, over het blad Skoop. Daarna heb ik daar een tijdlang stukjes voor geschreven. Hosman zei destijds weinig.
,,Waar werken jullie voor?'', vroeg ik, om een praatje te openen.
,,Voor de VPRO'', zei de geluidsman, en het klonk haast weifelend, alsof hij zich afvroeg of zo'n opmerking hier goed zou vallen.
,,Daar hoef je je echt niet voor te schamen hoor'', grapte ik.
,,En waar werk jij voor?'', vroeg de geluidsman terug.
,,De Leeuwarder Courant'', zei ik.
Harry Hosman liet zijn map zakken. ,,Daar zou ik me zeker voor schamen'', zei hij.
Ik schaam me helemaal niet, dacht ik bij mezelf en ik vond het niet erg dat hij niet meer wist wie ik was.
donderdag 21 april 2005
Wie is dat ook alweer?
Op vliegveld JFK in New York stond midden in de aankomsthal een Brits uitziend mannetje met zijn mobieltje te hannesen.
,,Ik ken die man'', zei ik tegen Jaap. ,,Volgens mij is het een acteur.''
Jaap keek, en meende ook dat hij hem herkende. Een beetje suffig, Brits hoofd had hij, en ik wist zeker dat ik hem ergens in had gezien. Maar waarin, dat was de vraag. Zijn blik kruiste de mijne, maar het leek me onbeleefd om hem te vragen wie hij eigenlijk was.
Ik was het alweer vergeten, tot ik foto's zag uit de nieuwe film 'The hitchhiker's Guide to the Galaxy'. Daar speelt hij de hoofdrol in van de wat suffige Brit Arthur Dent, die in de bureaucratie van het heelal verstrikt raakt.
En toen wist ik het ook wel weer. Het is Tim, uit the Office. Deze man dus.
Toch nog een beroemdheid gezien op reis.
Lonsdale
We zijn voor de krant naar Auschwitz geweest met vier Leeuwarder jongens die van hardcoremuziek houden, van kleren met het merk Lonsdale (niet alle vier trouwens) en niet van mensen die in hun ogen onterecht uitkeringen hebben en rondhangen op straat. Lonsdale-jongeren worden ze genoemd, en ze waren heel aardig.
De meest modieuze van de vier was Willem (links op de foto), die bijvoorbeeld een spierwitte Lonsdale-polo droeg (Lonsdalekleren zijn vaak spierwit), met langs het kraagje een rood en blauw streepje, als de Nederlandse vlag dus maar dan op de kop. Op de dag van het bezoek aan het kamp had hij een spenser (spencer?) aan, waardoor hij eruit zag als een Britse kostschooljongen. Als er niet Lonsdale op had gestaan maar een ander merkje had je er niks aan gezien.
Zo'n spencer (spenser?) doe ik aan als ik bij Omrop Fryslan in de jury zit, bedacht ik. Bij de Omrop komt een soort Idols, maar dan voor acteurs: van honderd kandidaten krijgt er een een rolletje in de tv-serie Dankert en Dankert. En ik zit daar in de jury.
,,Dat kun je niet aantrekken'', zei Eva beslist, toen ik haar van mijn plan vertelde. ,,Dat vind je zelf misschien grappig, maar kijkers pakken dat echt niet op.''
Omdat Eva meer van entertainment begrijpt dan ik, volg ik haar advies op. Voorlopig.
woensdag 9 maart 2005
Schoppen
Zaterdag trof ik M. die net bij de vrouw weg is. Hij was al aan het bier geweest, zijn kennissen gingen naar huis en wij belandden in de Gloppe.
Daar spraken we over van alles en ook over relaties en geluk, fijne onderwerpen met een biertje op. Op een gegeven moment mengde zich een Australisch meisje in het gesprek. ,,Mijn vriend hier is niet gelukkig'', schreeuwde ik in haar oor, boven de plaatjes van de dj's uit. ,,Heb je niet wat tips?''
Die had ze wel, maar we verstonden er geen van beiden wat van. Ten eerste was de muziek erg luid, ten tweede was ze zo dronken dat ze tegen de vloer viel en we haar overeind moesten helpen. Haar vriend, die verderop aan de bar stond te praten, keek geamuseerd toe. Later viel ze in slaap op een barkruk als een slappe pop, het hoofd op de borst, de armen hingen aan weerszijden naar omlaag.
,,Grappig was dat Australische mens'', zei ik een paar dagen later tegen M. ,,Vond je niet?''
,,Ik kan me daar niets van herinneren'', zei M. ,,Wat voor Australisch mens?''
,,Die vrouw die met ons stond te praten'', zei ik.
Het daagde hem een beetje.
,,Ze viel zelfs op de grond, zo dronken was ze'', hielp ik.
,,Daar weet ik niks meer van'', zei M.
,,We hebben haar nog overeind geholpen.''
M. schudde zijn hoofd en vroeg toen verschrikt: ,,Ik heb haar toch niet geschopt?''
Zo'n reactie, daar kun je echt van opkijken.
vrijdag 4 maart 2005
Grote avonturen in de huishouding
Van de week vertelde Wietze Landman, onze fotograaf, dat zijn moeder vroeger op de boerderij als een kind zo blij was als het ging sneeuwen. Dan gingen alle perzische kleden naar buiten, daar ging sneeuw overheen, en daar werden ze heel schoon van.
Daar had ik nog nooit van gehoord, maar het leek me een experimentje waard. Zeker toen ik op internet ook nog van een tapijtverzamelaar uit Minnesota las, die het ook altijd zo doet. Gewoon inwrijven met harde en zachte borstels en uw tapijt is weer als nieuw!
Eerst ging de kleine pers naar buiten, die nog van pake en beppe is geweest en die in de kamer op het kelderluik ligt. Hup! Sneeuw erop geschept, flink bezemen, en uiteindelijk het kleed op de zijkant gezet, beetje vastgehouden en met de achterkant van de stoffer alle sneeuw er weer af geklopt.
Het kan mijn verbeelding zijn, maar de kleuren zagen er echt dieper en voller uit. De sneeuw was grijzig geworden, dus er is stof en vuil afgekomen. En het grootste mirakel: het kleed was na afloop nog zo droog als wat.
Overmoedig geworden, sleepte ik het kleed dat voor de bank ligt naar buiten. Dat is geen pers, maar een kleed naar een schilderij van Paul Klee. Paul Kleed, dus. Het is ook veel groter dan de pers, maar paste nog in het tuintje.
Ik wist nu hoe het moest, dus Hup! Gul sneeuw erover. En dan bezemen, bezemen, bezemen, wat best warm werk is.
Maar toen deed zich een probleem voor. Dat kleed is heel groot: daar klop je niet zo een twee drie de sneeuw van af. Je zet het ook niet zomaar op de brede zijkant tegen de buitenmuur, dan knakt het, als het ware: een deel staat min of meer tegen de muur, al krullen de punten naar binnen, het andere ligt plat op de grond. Dus valt de afgeklopte sneeuw op het ingeknakte stuk van het kleed, zodat je het dan weer andersom tegen de muur moet zetten. En zo voort.
Uiteindelijk, toen mijn vingers pijn begonnen te doen van het slaan en het steeds kouder en zwaarder wordende kleed, heb ik het naar binnen gesleept. Ik kreeg het niet eens meer behoorlijk opgerold. Al slepend trok ik binnen lege flessen en stoelen omver, maar het kon me niet meer schelen. Ik heb het zo in de kamer neer gelegd.
Het kleed is nu nat, van de restjes sneeuw die er nog aan kleefden, zodat ik het met oude kranten heb afgedekt.
We zien wel. Maar die onpraktische oud-Hollandse huishoudtrucjes zijn niet voor niets door bijna iedereen vergeten.
Abonneren op:
Posts (Atom)
