donderdag 9 december 2004
Teo Peter
De rockster Teo Peter, van de band Compact, was mij volkomen onbekend, maar hier in Roemenie is hij groot nieuws. Dinsdag is hij begraven, want Teo Peter is vorige week in Boekarest aangereden door een dronken Amerikaanse marinier, die achter het stuur zat van een auto van de Amerikaanse ambassade, met CD kenteken.
Die marinier, Christopher van Goethem, is een paar uur na de gebeurtenis meteen het land uitgevlogen, tot boosheid van veel Roemenen. Hij was niet eens een diplomaat, maar een lijfwacht, dus de diplomatieke onschendbaarheid is in dit geval twijfelachtig. Zoals dat dan gaat, heeft de Roemeense ambassadeur in Washington opheldering gevraagd.
In de krant van gisteren staan foto's van de begrafenis in Cluj. De Amerikaanse ambassadeur was er, maar er waren ook mensen die kranten omhoog hielden die boos hadden bericht dat de moordenaar vrijuit gaat. De vader van Teo Peter, in de tachtig, hield een emotionele speech zonder in te gaan op het incident zelf, want dat heeft nu in de verkiezingstijd ook nog een politiek tintje gekregen.
De vorige Amerikaanse ambassadeur was nogal kritisch over de corruptie in dit land, bovendien was hij homo, dus dat zat niet iedereen even lekker, en nu dit nog eens een keer.
(Christopher VanGoethem werd uiteindelijk vrijgesproken van manslaughter, maar kreeg wel een straf voor obstruction of justice. Helemaal lekker zit ze dat in Roemenie niet, lees dit maar)
Wuiven
Er is helemaal niets ter wereld dat opweegt tegen het door Hollum rijden met een mijter op, een rode mantel om, een warme Sint Nicolaasbaard om de kin en een schimmel. De schimmel Roosje was zo rustig als wat, ze liep trouw achter het muziekkorps aan, en werd zelfs een beetje bokkig toen het afgelopen was want toen wilde ze nog steeds achter het muziekkorps aan.
Een van de aantrekkelijke dingen van Sint te paard is het wuiven. Nederlanders zijn het zo gewend, om naar de Sint te wuiven, dat het bijna automatisch gaat. Bij de Stelp bijvoorbeeld, daar zie je achter allerlei ramen handjes bewegen, net een aquarium. Onderweg moet je goed op slaapkamerramen letten want daar zitten vaak kinderen voor te kijken.
Het meest bevredigend om naar te wuiven zijn de slungelachtige jongens van dertien en veertien. Die zijn namelijk te stoer om terug te wuiven, vaak roken ze al en ze zijn ook al eens dronken geweest natuurlijk. Ze staan langs de weg met de handen in de zak en een gezicht van voor-mij-hoeft-dit-allemaal-niet. Maar steek je je hand naar ze op, en kijk je ze strak aan, dan tover je in negen van de tien gevallen de hand uit de zak: die wordt wat half opgestoken, want helemaal, dat zou niet stoer zijn, maar het gebeurt toch. Vaak klinkt er ook nog gemompeld 'hoi' bij. Ja, het zit er bij de Nederlanders diep in.
donderdag 2 december 2004
Roosje
De afgelopen twee jaar zat Sinterklaas in Hollum op een paard van Pieter en Irma, een groot, rustig dier waarop zelfs een Sint die helemaal niks van paardrijden weet wel kan rijden. Trouwens, Pieter hield het paard vast bij het bit, makkelijk zat.
,,Er is wel iets anders dan vorige jaren'', vertelde Mieke, toen ze belde om voor dit jaar af te spreken. ,,We hebben een ander paard, een echte schimmel. Van die mensen die nu in de kinderboerderij zitten. Wil je daar van tevoren ook even op rijden?''
,,Zeker wel'', zei ik. Dus een paar dagen later kon ik Ingrid bellen, de bazin van de schimmel.
,,Ze heet Roosje'', zei Ingrid. ,,Ze is heel lief. Ze heeft Sinterklaas al gereden in Buitenpost, en in Leeuwarden, Camminghaburen. Als er maar een muziekkorps is, dan is ze tevreden en loopt ze er achteraan.'' Soms loopt ze uit zichzelf al naar muziekkorpsen toe, vertelde Ingrid. Roosjes moeder, ook een schimmel, heeft zelfs de landelijke Sinterklaas wel eens gedragen.
Roosje dus. Ik hoop maar dat ze de waardigheid van een Sint die niet kan paardrijden intact houdt.
woensdag 1 december 2004
Het G-woord
Maandag was er een stadsgesprek in Leeuwarden, dat overal over ging: stadswijken en verloedering, allochtonen, geweld, geloof, Theo van Gogh, moslimvrouwen, hoe moeten we verder met elkaar. De burgemeester was er ook bij, want hij is onze leidsman in deze donkere dagen en hij praat graag in microfoons.
Het was heel leuk, omdat er niet alleen maar politici en journalisten waren. Het was ook heel netjes. Beleefd omzeilde iedereen beladen kwesties, zeker aan het begin. Tot na anderhalf uur, precies om 21.32, het G-woord viel. Dat woord van Theo van Gogh, zeg maar. Er ging even iets door de zaal van oeioei kan dit wel. Gelukkig was het Hassan die het zei, op het balkon, als voorbeeld van een heel erge belediging.
En laten we wel wezen, zo'n hedendaagse discussie is niet af, als het G-woord niet is gezegd.
maandag 22 november 2004
Cremeren op maandag
Ik was zojuist op de crematie van de vader van Sjoerd, een korte plechtigheid in Goutum waar veel oude mensen op waren afgekomen. In het halletje, waar je het boek tekent, troffen twee dames met grijs haar elkaar, kennelijk voor het eerst sinds lange tijd.
,,Do bist no dochs ek allinnich?'', vroeg de ene dame.
,,Ja'', antwoordde de ander.
,,Net folle oan, he?'', zei de eerste, en de andere knikte instemmend.
In de zaal zat ik op de achterste rij, naast een andere grijze dame met een donkere trui, die bij het tweede muziekje (Once Upon A Time In The West) het gezicht in de handen verborg en stilletjes, een beetje schokschouderend snikte.
Ik wenste dat ik papieren zakdoekjes bij me had gehad, en vroeg me af of ik het kon maken om haar een schouderklopje of zoiets te geven, arm om d'r heen, of op zijn minst vragen of alles goed ging. Maar dat hoort natuurlijk niet zo, met wildvreemden, dus ik deed niks. De rij was verder bijna leeg, behalve aan het begin waar een jonger stel zat. Die keken af en toe onze kant op, met een blik op mij waarin ik iets verwijtends las, zo van Je Laat Je Moeder Toch Niet Zo In Haar Eentje Snikken, Vlegel.
Toen iedereen opstond om langs de kist te lopen, al die oude mensen, schuifelend, mannen die nog steeds wel joviaal deden maar met een veel zachtere, hesere stem dan ze vroeger hadden, ferme oma's met sieraden en mooie witte tanden, maar toch een beetje voorovergebogen lopend, overviel me de gedachte dat deze mensen over niet al te lange tijd ook volgen. Allemaal. En erger nog, ik ook, een keer. Een afschuwelijk idee.
woensdag 10 november 2004
The Sound of Music
Gisteravond heb ik heel luid 'Kut non!' geroepen bij een vertoning van 'The sound of music' voor meezingers. De non, een moeder overste, liet de kinderen niet binnen, daar komt het in die scene op neer. Eerder riep ik 'loser!' en 'watje!' toen de strenge kapitein door de knieen ging voor de aardige gouvernante.
Je weet maar nooit hoe zoiets valt in een zaal vol als non of dirndl verkleden vrouwen. Want die kwamen in groten getale af op deze meezingfilm. Ze hadden van te voren gehoord wat ze zoal moesten doen: meezingen met alle liedjes, gillen als Maria in beeld verschijnt, zwaaien met plastic edelweiss, nazi's in de ogen schijnen met zaklampjes, die je ter plekke kon kopen. ,,Een nicht van mij is hier ook geweest'', vertelde Fransien Wit, die vroeger op het LC-kantoor in Drachten werkte. ,,Die liep nog twee weken te jodelen.''
Het is leuk om van alles te doen tijdens een film: dit deed me wat denken aan dat horrorfestival in Amsterdam, waar de hele zaal 'Hoer!' begint te schreeuwen zodra er een vrouw in beeld komt, of aan de 'Rocky Horror Picture Show' waar het publiek tijdens de film meepraat, meezingt, met rijst en water gooit en er geregeld verklede mensen voor het doek staan te dansen.
Dit was alleen stukken netter, want fans van 'The sound of music' zijn brave vrouwen, die volgens mij heimelijk non hadden willen worden. Alleen daarom al voldoet het zo om tijdens een doodstil moment in de film ineens iets raars te roepen. Namens de mannen, zeg maar.
Je weet maar nooit hoe zoiets valt in een zaal vol als non of dirndl verkleden vrouwen. Want die kwamen in groten getale af op deze meezingfilm. Ze hadden van te voren gehoord wat ze zoal moesten doen: meezingen met alle liedjes, gillen als Maria in beeld verschijnt, zwaaien met plastic edelweiss, nazi's in de ogen schijnen met zaklampjes, die je ter plekke kon kopen. ,,Een nicht van mij is hier ook geweest'', vertelde Fransien Wit, die vroeger op het LC-kantoor in Drachten werkte. ,,Die liep nog twee weken te jodelen.''
Het is leuk om van alles te doen tijdens een film: dit deed me wat denken aan dat horrorfestival in Amsterdam, waar de hele zaal 'Hoer!' begint te schreeuwen zodra er een vrouw in beeld komt, of aan de 'Rocky Horror Picture Show' waar het publiek tijdens de film meepraat, meezingt, met rijst en water gooit en er geregeld verklede mensen voor het doek staan te dansen.
Dit was alleen stukken netter, want fans van 'The sound of music' zijn brave vrouwen, die volgens mij heimelijk non hadden willen worden. Alleen daarom al voldoet het zo om tijdens een doodstil moment in de film ineens iets raars te roepen. Namens de mannen, zeg maar.
Abonneren op:
Posts (Atom)
