maandag 1 december 2003
Sint Nicolaas
Geert heeft een soort podium gebouwd in zijn cafe, en waar ik voorheen als Sint Nicolaas op een gewone plaat hout op kratjes zat, nam ik nu achter zo'n hekje plaats waar in Amerikaanse rechtbankfilms de jury achter zit. Maar ja, de Sint is ook een soort jury, hij velt oordelen en spreekt ze uit.
Sint Nicolaas bij Geert is altijd een beetje warmdraaien voor het echte werk, en het ging lekker. Ik maakte heel veel opmerkingen over voornamen, want in Hollum heeft iedereen zowat wel een kind gekregen, het afgelopen jaar, en er zijn nieuwe bewoners met namen als Sven, Nickie en Jeremy Dion. ,,Jeremy de Jong?'', herhaalde de Sint verbaasd, want de vader heet De Vries.
De beste opmerking, al zeg ik het zelf, was tegen Abe.
,,Eigenlijk heet je Adriaan he?'' vroeg de Sint.
,,Nou'', zei Abe, ,,Eigenlijk heet ik Adrianus.''
,,Aha'', zei de Sint. ,,Dus je hebt twee voornamen.'' En om het nog wat aan te dikken, voegde hij toe, ,,Je had zeker een opa die Adri heette en die andere heette ... anders.''
Het is melig, maar de Sint mag dat, en als erom gelachen wordt doet hij dat ook zeker.
donderdag 27 november 2003
Enquete
,,Het invullen kost u ongeveer 20 minuten'', schrijft de gemeente Leeuwarden me vandaag. ,,Als u uw naam en adres op het losse antwoordkaartje invult en deze met de vragenlijst binnen twee weken terugstuurt, maakt u kans op een digitale camera ter waarde van 500 Euro die onder de inzenders wordt verloot.''
Voor zo'n mooie prijs wil ik best de vragenlijst wijksignaleringssysteem 2003 invullen. Of ik tevreden ben over straatverlichting, veiligheid, de kinderopvang en parken in de buurt, dat soort dingen.
Maar dan, pardoes na wat vragen over contact met de buren en activiteiten van de wijkvereniging komt dit:
26. Kunt u met een rapportcijfer aangeven hoe gelukkig u zich voelt? Omcirkel uw cijfer. 10 = Zeer gelukkig. 1 = Zeer ongelukkig.
10 9 8 7 6 5 4 3 2 1
,,He?'' dacht ik en las het nog een keer. Het staat er echt. Hoe gelukkig ik me voel. Of ik daar een rapportcijfer voor wil geven.
Nou, ik doe mee voor die camera, dus ik heb de 7 omcirkeld, lekker gemiddeld. Of had ik de 8 moeten doen? Per slot van rekening zijn een hoop mensen vast ongelukkiger dan ik. Aan de andere kant voel ik me soms wel eens 4, maar dan moet je gewoon een jaar vrij nemen.
Ik hoop dat ze de uitslag uiteindelijk openbaar maken.
woensdag 26 november 2003
Renaissance
De timmerman is gisteren wezen meten, voor de opknapbeurt van de achterkant van mijn huis. Dat zal binnenkort wezen en het kost een lieve duit.
Daardoor vallen ineens de stellingen bij mij in de straat op. Een paar huizen verder aan de overkant, naast de Waalse Kerk, wordt het mooie pand dat steeds verder in verval raakte eindelijk aangepakt. Verderop bij een gasthuis zijn ze bezig appartementen te maken.
En tenslotte: bij het Princessehof zijn ze ook bezig. Volgens een bord gaat het daar niet om een gewone opknapbeurt of verbouwing, maar een Renaissance. Wedergeboorte, maar dan op z'n Frans.
Vermoedelijk moeten we hier denken aan een grote omwenteling, aan Italiaanse dichters die sonnetten uitvinden, ontdekkingsreizigers, schilders die eeuwen voor de eerste helikopter al wentelwieken tekenen.
Hier lopen gewoon timmerlui in en uit, die alles met veel herrie op stelten zetten, en het vast met elkaar niet over renaissancewerkzaamheden hebben.
,,Sorry voor de overlast, maar we zitten midden in een renaissance.''
,,Wanneer valt volgend jaar de renaissancevak?''
,,Opa heeft zijn hele leven op de steigers gestaan bij de renaissance, dat was nog eens hard werken.''
,,Dat weet toch iedereen: heel Harkema klust zomers zwart bij in de renaissance.''
,,Dat zeg ik ja: Gamma! Voor alle renaissanceklussen.''
Het is eerder armoedig dan sjiek, om je verbouwing zo te noemen.
dinsdag 25 november 2003
Huis kopen
,,In december ga ik naar Roemenie'', vertelde ik Anne Nippel, die de pr doet van Museum Het Princessehof. Meestal zeggen mensen dan: ,,Hoe krijg je dat in je kop, het is daar hartje winter!", of ze vragen of ik teddyberen en oude kleding mee ga nemen voor de bevolking.
,,Oh wat leuk!'', zei Anne Nippel. ,,Ga je een huis kopen?''
,,Een huis kopen?'', herhaalde ik. ,,Ik heb al lang een huis.''
,,Dat doen een hoop mensen hoor'', wist ze. ,,Je hoort het overal. Voor tienduizend euro heb je er al een huis. Als je het geld toch hebt liggen...''
Verbaasd ging ik weer naar de gratis bier en wijn (het was tijdens een receptie). Maar het idee laat me niet helemaal los, een huis voor 10.000 euro. Wat voor huizen zouden dat zijn? Zouden die Nederlanders daar altijd wonen of alleen in de zomer? Het is een heel eind rijden... En hebben ze dan in beide huizen een stereo en hun favoriete boeken bij de hand? Wie maakt het voor ze schoon?
Roemenie, ik ben erg benieuwd.
maandag 17 november 2003
Eendjes voeren
Al veel had ik erover gehoord, maar ik had er nog niet zo op gelet: de eendjes en de ganzen in de vijver vlak bij het huis van mijn ouders.
Het is begonnen als een hobby van Hans Bruin, die door zijn jaren op zee filosofisch is geworden en vroeger achterop zijn auto had staan: Verbeter de wereld, begin bij de buurman. Toen de vijver werd aangelegd, kocht en kortwiekte hij er wat eenden voor, en die voerde hij elke dag.
Maar Hans is ouder geworden, en kan dat niet altijd bolwerken. Daarom riep hij de hulp in van meneer De Wind, die hier verderop woont, en mijn vader. Die voeren nu elke dag om vier uur de eendjes. Mijn vader heeft een groot deel van de zomer gestoken in het maken en verzorgen van een broedmachine, voor nog meer eendjes.
Klokslag vier uur liep meneer De Wind langs met een vuilniszak. Hij zwaaide en nog voor je kwaak! kon zeggen stond mijn vader al met de jas aan buiten.
Ik liep er uit nieuwsgierigheid achter aan. De eenden en ganzen stonden al klaar, op een kluitje bij elkaar aan de wal, hun koppen in de lucht, je kon ze van verre horen tekeergaan. ,,Als we te laat komen zijn erbij die je gewoon in de broek gaan hangen'', vertelde mijn vader.
Ik kreeg ook een stapel boterhammen om uit te delen. ,,Dat is een hele brutale'', wees meneer De Wind naar een dikke gans. ,,Die eet je het brood gewoon uit de handen.'' ,,Daar komen de waterhoentjes'', vulde mijn vader aan. ,,Die zijn schuw. Ze wachten tot de eenden klaar zijn en komen dan voor de kruimels.''
Zo was er bij elk dier wel iets, de een had een kuifje, de ander was al oud, een derde was haar mannetje kwijt, een vierde, gekortwiekt, had een heel seizoen bij wilde ganzen in het weiland rondgehangen, maar kon nooit met ze meevliegen.
,,Hoe komen jullie eigenlijk aan zoveel brood", vroeg ik. De zak raakte maar niet leeg.
,,Dat krijgen we van de bakker", vertelde meneer De Wind. Elke dag vreten deze vogels vijf broden op.
Wat aardig van de bakker, dacht ik bij mezelf.
,,En met de kerst eet iedereen op de buurt zeker eend", spotte ik.
,,Nee hoor", zei meneer De Wind. ,,Alleen deze gaat er dit jaar aan.'' En hij wees op een vette witte gans, met grijze puntjes op zijn vleugels. De gans kon ons gelukkig niet verstaan, en schrokte ongestoord verder van het brood dat overal lag.
,,Echt waar?", vroeg ik.
,,Ja", zei mijn vader. ,,Die is voor de bakker. Daar krijgen we het hele jaar oud brood voor.??
Vinkenoog
We - dat zijn Kees, Hidzer en ik - hebben gisteren plaatjes gedraaid op een feestje met dichters in theater De Muzeval in Emmen. Of zoals het daar heet Nacht van de Taal.
Onze grootste eer was het moment, dat de beroemde dichter Simon Vinkenoog naar ons toe kwam, om te vragen of het wat zachter kon. Hij ging namelijk zelf allemaal jazz draaien in het zaaltje ernaast.
We waren in de foyer neergezet en omdat de apparatuur een paar maanden bij mij in de kelder heeft gestaan verspreidde die een sterke muffe geur. Maar dat kunnen ook dichters zijn geweest.
We zaten naast het tafeltje van uitgeverij Passage. Gelukkig maar, want uitgever Anton Scheepstra, die ons met een milde glimlach bekeek omdat hij Kees al wat langer kent, heeft wel eens een boek van Simon Vinkenoog gelezen. Wij wisten zelfs niet eens een titel, want die malle oude hippie is zelf beroemder dan zijn boeken. ,,Jullie moeten Hoogseizoen maar eens lezen'', zei Anton. ,,Volgens mij ligt daar een nieuwe druk van in de winkel.''
Het heette weliswaar 'Nacht van de taal', maar de laatste spreker, Thomas Ross, was al om half twaalf al klaar, en hoewel je daarna nog wel een biertje kon drinken, gingen veel bezoekers naar huis. Wij lieten ons niet kisten en draaiden lekker door, zodat de ober achter het buffet al na een minuut of twintig vroeg of we dit lang gingen volhouden en of we dan tenminste Giddy Up Go konden draaien, van Cowboy Gerard.
De baas van de Muzeval vond het om kwart voor een welletjes. Hij maakte allemaal van die Time Out gebaren toen de dichters waren vertrokken en Kees en ik vanachter het pierementje uit volle borst 'Groot Is Uw Trouw Oh Heer' meezongen, het koortje uit Twintig Jaar Muzikale Fruitmand van Meindert Talma. Nou ja, we sloten snel af met Giddy Up Go , en zo waren we al met al zo lekker vroeg weer thuis van de Nacht van de Taal, dat we in Leeuwarden nog gewoon naar het cafe konden.
Abonneren op:
Posts (Atom)
