donderdag 16 oktober 2003
37 cent
Het gebeurde in Stad Aan Het Haringvliet, op Goeree-Overflakkee. De weg waar ik over fietste was een verhoogde dijk, de huizen rechts van mij stonden gewoon aan die dijk, de huizen links waren lager. Alles was dicht, want het was maandagochtend en dan is hier eigenlijk niks te beleven. Je zag niet eens mensen op straat.
Er was daar benee ook een Rabobank en ik moest pinnen. Dus ik stak mijn pasje in de pinautomaat en gaf aan, dat ik 100 Euro wilde. ,,U kunt hooguit 55 Euro opnemen'', deelde het schermpje me bars mee. ,,Doorgaan? Annuleren?''
Beter een half ei dan een lege dop, dacht ik, nemen wat je krijgen kunt, die binne benne benne binne: 55 euro dan maar.
In het verderop gelegen Middelharnis was een Rien Poortvlietmuseum (hij is er geboren of zo), maar dat was gesloten want het was maandag. Er was ook een ABN-bank. Daar probeerde ik het nog een keer. ,,Het dagsaldo is al overschreden, U krijgt niks meer'', verscheen er op het scherm, of woorden van gelijke strekking.
Al doorfietsend naar Dirksland en Goedereede werd ik een beetje ongerust. Wat zou er zijn? Zouden ze in Berlijn, waar ik een paar keer met creditcard betaald had, misschien 1000 Euro hebben afgeschreven in plaats van 100? Daar lees je vaak brieven over in de Kampioen, van aardige bejaarde ANWB-echtparen die in het buitenland links en rechts opgelicht en beroofd worden. Men zij gewaarschuwd!, schrijven die echtparen tot besluit.
In Goedereede was Cafe Goeree open, de hele cafe-familie zat achterin aan een ronde tafel borreltjes te drinken. Op Goeree-Overflakkee, had ik al gehoord, is een op de tien mensen alcoholist.
De baas probeerde me een koffie in te schenken, maar liet eerst een kopje op de grond kapot vallen en raakte toen in paniek omdat het cappuccino-apparaat niet meer ophield met blazen. ,,Ga jij nou maar zitten'', zei zijn vrouw (denk ik), ,,laat mij dat maar doen.'' De televisie ging aan om de trekking te zien van het voetballen. Omdat ze niet goed opletten, dachten ze even dat Nederland tegen Kroatie moest.
Heel toeristisch allemaal, maar ik was er niet gerust op. Dat met dat geld zat me niet lekker.
De volgende dag nam ik de trein naar Zeist-Driebergen. Op het station van Rotterdam wilde ik een kaartje kopen bij de automaat, maar wederom gebeurde er niks. ,,Betaal op andere wijze'', commandeerde de kaartjesautomaat, dus ik ging naar het loket.
Een ING-bank in Zeist bracht uitkomst. Ik stak mijn pas in de automaat en vroeg naar mijn saldo.
,,0.37 Euro'', meldde het schermpje. Ik was gewoon vergeten genoeg geld op de lopende rekening te zetten. Voor het eerst sinds jaren voelde ik me weer als een student. Ik kreeg prompt zin om te gaan liften, maar ik had nog genoeg cash om de dag erop een kaartje naar Leeuwarden te regelen.
(Wie zich er zorgen over maakt dat ik de rest van mijn onbetaald verlof mijn lichaam moet verkopen, meedoen aan medische proeven, werken bij het Friesch Dagblad of iets anders waar je later spijt van krijgt: het is alweer in orde.)
vrijdag 10 oktober 2003
Zang
De telefoon ging. Het was Menno, uit Salt Lake City. ,,Mijn kinderen willen wat voor je zingen'', kondigde hij aan, en ik kreeg Tim (2) ervoor, die met volle overtuiging 'God Bless America' begon te zingen. Hij was niet erg tekstvast, hij zong de eerste regel volledig, maar de regel erna ('Land That I Love') kende hij al niet helemaal en de rest helemaal niet, zodat het in een soort geneurie veranderde.
Daarna kwam Annelise (4) die het lied wel helemaal kent en het al graag ten gehore bracht toen ik nog bij hen logeerde. 'Stand Beside Her!', zong ze, 'And Guide Her!' en zo voort. Ik wilde dat ik het snel had opgenomen want het leek me wel iets om te bewaren.
(Ze hebben trouwens ook een plaat met Nederlandse kinderliedjes, gezongen door Karin Bloemen. Daarvan kent Annalise 'Klein Klein Kleutertje', dat ze ook een paar keer voor me heeft gezongen. Met een enorm Engels accent - 'Klain Klain Kloetetje Whadoejuh In Main Hoff?' Later, als ze een oude Amerikaanse dame is en wij er allemaal niet meer zijn, kent ze het misschien nog steeds en zingt ze het soms op familiefeestjes, als eigenaardigheidje uit een land ver weg waar haar vader vandaan kwam.)
Laibach
Laibach is de Duitse naam voor Ljubljana, en het is ook de naam van een Joegoslavische band die zich op platenhoezen graag in uniformen hult, in het Duits zingt op een soort heavy-marsmuziek en in het algemeen dus lekker fout is.
Gisteren waren ze in Tilburg, in popcentrum 013, en zo'n buitenkansje moet je niet laten glippen: daar moet je snel bij zijn, voor ze het verbieden, denk ik altijd.
Nu weet ik niet zo heel veel van Laibach af, behalve dat ze een heleboel covers hebben gemaakt, maar dan vaak in het Duits. Leben Ist Leben bijvoorbeeld, van het suffe plaatje Life Is Life, Final Countdown en zelfs een keer de hele Beatles-elpee Let It Be.
Kees heeft al die platen, en ook de nieuwste, die WAT heet en waar je ook op internet stukjes van kunt horen. Die draaiden we heel luid in het busje, om vast in de stemming te raken en we dronken er blikjes bier bij. Het nummer Achtung! zit me nu ik dit schrijf nog in het hoofd.
Het publiek was anders dan ik had gedacht. Stilletjes hoop je op een soort neo-nazis of zo, met kale koppen en overal kettingen aan, maar het was een heel gewoon popconcertpubliek, van alles door elkaar, met overheersende kledingkleur zwart. We troffen zelfs een andere Friese bezoeker, muzikant Peter Sijbenga.
Laibach is bijna lachwekkend jarendertig/veertig Duits: ze vertonen filmbeelden die zo uit een stomme zwartwitfilm gehaald lijken, ze staan in het zwart op het podium, de zanger staat voor het publiek alsof hij ze bevelen geeft, en er is veel rook en strakke muziek. Op het doek verschijnen woorden als ACHTUNG! of DEMOKRATIE of ANARCHISMUS. Aan weerszijden van het podium stonden twee meisjes in zwarte pakjes - kruising tussen Heidi en Lara Croft - strak mee te drummen, als marcherende dansmariekes.
De zanger, met een Toet-ach-amonachtige zwarte lap om het hoofd en een zwart leren slagersschort voor, maakte als je wat beter naar hem keek haast een verlegen indruk, of hij toneel stond te spelen maar zich er niet helemaal in gooide. ,,Het is ook vast heel vervelend'', meende Kees, ,,als je altijd in Duitsland elke keer van die neonazis in de zaal hebt, en je zelf zo'n rol moet spelen. Misschien heeft hij er wel een beetje tabak van.''
Het was, al met al, wel een belevenis, al had het wel een stuk erger en agressiever gekund.
Na afloop en toen we alle muntjes in bier hadden omgezet, haalden we een snack bij een frituur in de buurt, waar een oudere Antiliaanse heer met een kettinkje - Henny - de baas was. ,,Ik ben niet de baas, dat is mijn vrouw'', zei Henny toen ik het hem vroeg. Waarna hij me alles vertelde over werken, het hebben van een eigen bedrijf en het koesteren van toekomstwensen. ,,Ik hoef niet naar een tropisch eiland later, want daar kom ik al vandaan.''
Jaap, die een exclusievere smaak heeft, kocht bij Henny een garnalenkroket. Onderweg terug hoefde hij geen bier meer en viel hij in het busje in slaap. Als Hidzer een hobbeltje in de weg wat hard nam, bonkte Jaap zijn hoofd tegen het raam zonder dat hij wakker werd. Toen we ergens stopten, kwam de complete garnalenkroket en nog wat weer naar buiten.
maandag 29 september 2003
De slag bij Waterpolo
Waterpolo, daar weet ik zo goed als niks van af. Ik heb me alleen wel eens laten vertellen, dat het een van de hardhandigste sporten is, en vooral vrouwelijke spelers allerlei geniepigheden uithalen als de scheidsrechter niet kijkt.
Aart kwam zondag op een verjaardagsfeestje in Amsterdam binnen en hij bleek zojuist te hebben gewaterpolood. Of watergepolood, waterpogelood, hoe je het ook maar vervoegt. ,,Ik wil geen flauwe opmerkingen over waterpolo horen'', was ongeveer zijn eerste opmerking.
Nou, dan moet je net bij mij zijn als ik al een paar biertjes heb gehad. ,,Hoe lang kan zo'n paard eigenlijk onder water blijven?'' vroeg ik hem meteen. Hij keek wat verbaasd. ,,Ja, polo speel je toch te paard?'', lichtte ik welwillend toe. ,,Of doe je het misschien met een zeepaard?''
Aart hief zijn ogen naar omhoog, want toen ook Jan Nijdam allerlei rare dingen over waterpolo ging vragen, en we ons al snel afvroegen of je onder water ook simultaansnelschaak kunt spelen of blaasvoetbal was de maat vol. Hij gaf wat korzelig antwoord en bleef slechts zo lang als het leegdrinken van een biertje duurde.
Het was een gezellige verjaardag, en Aart, als ik je tegenkom op het Noordelijk Filmfestival zal ik niet over waterpolo beginnen. Denk ik.
maandag 22 september 2003
Bear-LEEN-er
In Berlijn zijn ze er erg trots op dat John F. Kennedy nog tijd had om langs te komen, vlak voor hij in 1963 zou worden neergeschoten. In het splinternieuwe Deutsches Historisches Museum, van museumbouwer I. M. Pei, hebben ze er althans een tentoonstelling over ingericht, met veel foto's en filmpjes en zelfs twee Superman-strips waarin Kennedy optreedt.
Het leukste wat er lag waren de kladjes die Kennedy maakte voor zijn Berlijnse speech. Ergens in de VS bedacht hij al dat hij ging zeggen dat hij een Berlijner is, en hij liet door een kennis die het Duits machtig was opschrijven hoe hij dat in die taal moest zeggen. ,,Ish bin ein Bear-LEEN-er'' had die genoteerd. En dat zegt Kennedy dus, als je goed naar de speech luistert hoor je dat eigenlijk ook wel.
Verderop projecteren ze op een groot scherm het amateurfilmpje van Abraham Zapruder, waarop je kunt zien dat Kennedy in het hoofd getroffen wordt.
Joop en ik staan te luisteren als een gids erbij vertelt dat je straks kunt zien dat Jackie uit de auto probeert te klimmen. ,,Nee'', zeggen we tegelijk tegen elkaar. Want ze klom op de kofferbak om een stukje weggespatte hersenpan te pakken. Dan komt het filmpje aan het fatale moment. ,,Dat hebben we wit gemaakt'', zegt de gids. En erna zijn alle beelden een tijdje vaag.
Waar is dat goed voor, vraag ik later aan de gids. Dat hebben ze met opzet gedaan vanuit het museum, legt hij uit, want er komen hier ook kinderen. Meteen vind ik het museum, hoe nieuw en groots het ook is, niet veel meer. Dat wordt nog wat als ze hier iets over de oorlog gaan doen, denk ik wraakzuchtig, want die is nog veel minder geschikt voor kinderen.
dinsdag 16 september 2003
Leve de lezers
,,Nou het was wel mooi'', zei Gerjan van Hoewijk tegen me op de boot naar Ameland. ,,Je reis naar Amerika en Canada.''
Hij wist er alles van, vertelde hij, want hij had deze verslagen op internet gelezen.
,,Ik heb een heel boek liggen'', zei Geert de Jong later op de avond in Hollum. ,,Heb ik van Cees gekregen. Alles uitgeprint. Maar ik ben er nog niet aan toegekomen.'' Hij gaf ook meteen een biertje weg, dus dat was niet verkeerd.
Het scheelt een hoop vertellen, dat is waar, maar het is ook een beetje verbazingwekkend. Kijk, dat mijn ouders dit lezen, dat is niet zo gek, en ik kreeg ook wel eens mail van andere lezers, als Wybren de Boer, die als ik te lang niks schreef riep dat ik dan maar wat over avonturen met de Canadese vrouwtjes moest vertellen.
Maar ik ben blij dat ik daar niet aan ben begonnen, aan het vertellen daarover bedoel ik. Dan had ik me helemaal als een bewoner van het Big Brother Huis gevoeld - die van de allereerste serie, waar ik nog wel eens van droom.
Aan de andere kant is het ook wel weer vleiend dat al die mensen dit lezen of dat in elk geval zeggen. Als ik meer lezers heb dan de Leeuwarder Courant begin ik gewoon voor mezelf...
Abonneren op:
Posts (Atom)
