zondag 29 februari 2004
Der Hund
Het Lago de los Tres is bovenop een berg van grit en steen, waar je maar moeizaam bij opkomt. Maar het uitzicht moet er erg de moeite waard zijn, dus iedereen ploetert zich een weg naar boven.
Bovenop zit iedereen voldaan een broodje te eten, naar de prachtige Mount Fitz Roy te kijken of de her en der rondzwevende condors. Een man in een Hugo Boss-broek knoopt een praatje met me aan. Hij is Oostenrijker.
,,Ik ben hier met het vliegtuig vanuit Buenos Aires gekomen'', vertelt hij. ,,Mijn collega is in de stad gebleven. Hij heeft de hond bij zich, en een vlucht voor een hond, daar moet je wel 1500 pesos voor betalen.'' (Dat is iets minder dan 500 Euro).
,,Dat is duurder dan voor een mens!'', zeg ik. ,,Hij had beter zijn vrouw mee kunnen nemen.''
,,Met zijn vrouw is het voorbij'', zegt de Oostenrijker. ,,Er hat nur noch seinen Hund.''
Trust the crampon
Crampon was voor mij tot nu toe een onbekend woord. Het is een ijzeren zool met rondom punten eraan, die je onder je schoen bindt als je op een gletsjer wilt lopen. Hij ziet er ruig uit, als iets dat door een reus met leren schort is gemaakt in een onderaardse smederij, die net zo lang op een stuk ijzer sloeg tot het de goede vorm had.
Zonder crampon kun je niet op de glaciar del Torre, hier in Patagonie (El Chalten, voor wie het precies wil weten). Het komt dus goed uit, dat je ze erbij krijgt als je een tocht boekt onder leiding van een gids (drie gidsen zelfs, op een groep van tien), de gletsjers op. Een dagtocht duurt 12 uur, want het is een eind lopen om bij de gletsjers te komen, die als trage pap tussen de messcherpe bergen omlaag hangen. Je moet zelfs een stukje hangend aan een haak over een rivier. ,,Als je eraf valt, ben je dood, want het is allemaal steen daar beneden'', zegt een van de gidsen.
Pas op het ijs, dat eruit ziet als gemalen wit glas waar zand en kleine steentjes op zijn gestrooid, moeten de crampons onder. De Argentijnse uit ons gezelschap (verder alleen Europeanen) heeft er veel moeilijkheden mee. Ze irriteerde me al toen ze voor me liep - soms heb je dat met mensen - ze loopt langzaam, af en toe moet ineens de rugzak af en open, ze glijdt nu en dan bijna uit. Ze is gewoon wat onhandig, en al is dat geen schande, toch kan het je ergeren.
Op het ijs wordt het nog moeizamer. Ze zet haar voeten te dicht bij elkaar, ze is onzeker waar ze de volgende stap zal zetten. Ook een Britse is niet op haar gemak. ,,Trust the crampon!'', zegt de hoofdgids keer op keer. Stevig stappen en op de crampon vertrouwen. Ik vertrouw er ten volle op, het heeft veel meer grip dan een schaats, waar ik nog nooit op vertrouwd heb.
Je kunt er zelfs een steile wand mee op. Dat doen we bij de lunchpauze, voor wie het wil, althans. Ik wil het, ik geef mijn (nieuwe, volautomatische) camera aan een student uit Staffordshire, met het verzoek me zo stoer mogelijk op de foto te zetten. Je krijgt twee houweelachtige stokken, die sla je in de wand, dan schop je je voeten erin (een crampon heeft twee vooruit stekende Draculatanden van ijzer) dan de houwelen wat hoger en zo voort. Het is niet erg moeilijk.
,,Ik heb geen foto kunnen maken'', zegt de Brit als ik weer beneden ben. ,,Er flitste steeds iets en hij weigerde verder.'' Dat heb ik zelf ook gemerkt. Dit was een van de weinige Nikons die ik kon vinden in Buenos Aires, dus ik zit aan al die ingebouwde elektronica vast, maar als er even iets niet goed aangesloten zit, doet ie niks. Dus bewijs heb ik niet, maar ik ben bij een ijsmuur opgecrampond.
woensdag 25 februari 2004
WC
Speciaal voor Jaap, aan wie ik op elk toilet in het buitenland wel eens denk.
Hier in Argentinie, in alle (4) hotels waar ik tot nu toe was althans, is het de bedoeling dat je het gebruikte toiletpapier in een mandje of emmer doet, die naast het toilet staat. Vanwege mijn grondige Europese opvoeding en al bijna 45 jaar zindelijkheid gooi ik nog wel eens per ongeluk een papiertje in de pot, maar dat blijft bij een velletje want voor sufferds zoals ik hebben ze overal waarschuwingen opgehangen.
Het is een beetje een vies idee, vind ik zelf, maar de emmertjes worden vaak geleegd en meestal zit er een discreet deksel op. Erger dan dit is het niet, maar zodra ik een sterk staaltje tegenkom, laat ik het je meteen weten. Overigens heb ik nog geeneen toilet gezien dat zelfs maar kan tippen aan dat tot de rand gevulde van het Sofitel in Bamako.
dinsdag 24 februari 2004
LADE
Vliegmaatschappij LADE is aan de Argentijnse luchtmacht verbonden, maar verkoopt ook aan gewone mensen. Omdat de kaartjes heel erg goedkoop zijn, ergens met de bus heen reizen is maar een paar pesos minder, is het de geheimtip in het hostel van Ushuaia. Wil je ergens heen, steek dan eerst je licht op bij Lade.
Alleen om het krijgen van informatie is het kantoor al de moeite waard. Ik wist niet dat de jaren vijftig nog ergens actief werden uitgeoefend, maar bij Lade weten ze wat mooi is. Aan een muur een enorme perspexplaat met het logo van Lade, een condor met gespreide vleugels boven een bol waar LADE in staat. Rondom allerlei schildjes die ze hebben gewonnen of zo, aan een andere muur kleurenfotos van de hele vloot, maar gebleekt alsof er dertig jaar zonneschijn overheen is gegaan en allemaal een beetje uit het lood hangend. Daarvoor zit de dame van Lade, een echte oude kantoormevrouw met een bril, die me welwillend aankijkt maar resoluut geen Engels spreekt.
Als de Lade-lady een ticket voor je maakt, schrijft ze dat met de hand, met vijf stukjes carbonpapier die ze tussen alle blaadjes legt. Allerlei cijfers in allerlei vakjes, ze drukt zo hard mogelijk met de balpen anders staat er niks op het onderste velletje, en dat is het enige dat je als klant meekrijgt. Het is onduidelijk wat ze met de overige vier ingevulde velletjes doen. Die gaan natuurlijk naar de luchtmacht en naar een veiligheidsorganisatie, waar iemand ze in een map of doos doet die genummerd wordt en in een schemerige overheidskelder opgeborgen voor later.
Op de dag van vertrek moet je eerst naar het kantoor, waar ze je naam op een lijst afstrepen, als bewijs dat je echt meegaat. Dan op het vliegveld strepen ze je aan op dezelfde lijst, maar nu een schone print zonder die streepjes van vanmorgen. Het was volgens mij zelfs dezelfde man die dat deed. Vervolgens wegen ze je bagage, en zetten het gewicht op een andere lijst. Het viel me een beetje tegen dat we zelf niet gewogen werden, zodat ze precies weten hoe zwaar deze vlucht is en scherp afgemeten kunnen tanken.
Een Ier die naar Australie gaat verhuizen en tot die tijd door Zuid-Amerika reist, vertelde in de vertrekhal dat van een Argentijns toestel - of het van Lade was wist hij niet - een keer een wiel afviel, direct na het opstijgen. Het wiel rolde dwars door de omheining. De piloot was later op tv, en zei schouderophalend dat je met een wiel minder ook uitstekend kunt landen, net zoals je met een oog ook nog van alles kunt zien.
We waren dus op alles voorbereid, zodat de verrassing van het mooie, nieuwe, frisse en niet eens volle toestel des te groter was. We landden gewoon op alle wielen. Het is dat ik een stukje wil bussen om niet steeds over dit enorme land heen te vliegen, anders nam ik van hier (El Calafate, waar een beroemde gletsjer op me ligt te wachten) weer Lade. Dit zou onze luchtmacht ook moeten doen in plaats van de hele dag herrie maken op de vliegbasis, waar je als gewone burger niks aan hebt.
zondag 22 februari 2004
El Petiso Orejudo

Het Maritiem Museum van Ushuaia kan ik iedereen aanbevelen. Er is niet veel maritiems te zien, maar wel heel veel over de geschiedenis van het gebouw, dat een gevangenis was om moordenaars lekker ver weg op te bergen. Ushuaia is er min of meer speciaal voor opgericht.
Lange gevangenisgangen, smal en twee lagen hoog, met links en rechts kleine cellen waar ze over hun zonden zaten na te denken, de moordenaars en de dieven en de politieke gevangenen, tot de gevangenis in 1947 werd gesloten.
In een vlaag van inspiratie hebben ze van de beroemdste gevangenen ruwe etalagepoppen gemaakt, en die in allerlei houdingen in de cellen gezet. Aan de muur hangt het verhaal, in het Spaans en Engels.
In een van die cellen staat een klein jongetje met grote flaporen en een touwtje in de vingers. Dat is El Petiso Orejudo, een beruchte rotjongetje dat in 1912 Buenos Aires onveilig maakte door andere kinderen in de fik te steken, te wurgen, of een spijker in de slaap te hameren met een steen. Als hij 's morgens de deur uitging dacht hij al, wie zal ik vandaag eens vermoorden, vertelde hij ijskoud toen hij was opgepakt.
Goed bij zijn verstand was hij niet, maar in de inrichting stond hij andere patienten naar het leven. Dus hij moest maar naar Ushuaia. Daar ontpopte hij zich tot modelgevangene, die toen hij had leren schrijven trouw brieven naar zijn familie stuurde, die niet beantwoord werden.
Een theorie was, dat zijn misdadige inslag aan zijn flaporen lag, dus daar is hij in 1927 aan geopereerd. Er deden verhalen de ronde dat ze helemaal werden afgesneden, en daarna gewoon weer zijn aangegroeid. In 1944 overleed hij, officieel aan de gevolgen van een maagbloeding, maar men meent te weten dat medegevangenen hem hebben doodgeslagen.
Nu staat daar een pop met grote oren en een touwtje - daar wurgde hij leeftijdgenootjes mee - in de wit verlichte cel. Een vader loopt naar binnen met een kind op de arm. Moeder spoort kindlief aan om een van de flaporen van de pop beet te pakken, en maakt schaterend een foto. Dan lopen ze verder, de geschiedenis van deze Petiso Orejudo hebben ze niet eens gelezen. Die had wel raad geweten met een kind dat zomaar aan zijn oren trok.
vrijdag 20 februari 2004
The smell of napalm in the morning
Het is heel interessant, had Marco me verteld, om dezer dagen met de taxi te gaan in Buenos Aires. Want iedereen, leraren, ambtenaren, wat al niet, heeft in deze dagen van crisis (waar je overigens weinig van ziet, Buenos Aires houdt de stand goed op)wel een bijbaantje als taxichauffeur.
De chauffeur die me naar het vliegveld reed, was geen ambtenaar of leraar, maar hij had jarenlang een restaurant op Capri gehad, in Italie dus. Eerst informeerde hij of ik Spaans sprak, maar toen bleek dat ik een mondje Italiaans kende, was het hek van de dam. Dat Nederland zo'n mooi land is, hij was een weekeinde in Amsterdam met vrienden. Hoe fantastisch de Italiaanse keuken is, en trouwens, die van Zuid-Spanje ook. Hoe vervelend Franse klanten in je restaurant zijn, die geen enkele andere taal spreken dan hun eigen en hoe hij ze soms terechtwees.
En waar ik heen zou vliegen? Ushuaia, zei ik. Nou, daar was het helemaal geweldig, Tierra del Fuego, allemaal kleine eilandjes. ,,Kent U Apocalypse Now?'', zei hij er meteen achteraan. Ja natuurlijk, die film ken ik wel. ,,Het is daar net Apocalypse Now!'', zei hij enthousiast.
Ik ben er nu en heb de hele dag gehiked door de mooie woestenij langs de grens met Chili. Er zijn kiezelstranden, heel erg groene klaverweiden, beverdammen, het water van het Beagle Canal (Darwin voer er op de Beagle door, vandaar) ruikt enorm naar zee, soms verras je al wandelend konijnen of dikke grijze ganzen, rondom zijn er van die scherpgetande nieuwe bergen, het is hier en daar heel drassig, veen-achtig, af en toe zijn er velden dode, witte bomen tussen de levende.
Tierra del Fuego doet aan van alles denken, kortom, behalve aan Apocalypse Now.
Abonneren op:
Posts (Atom)
