maandag 10 juli 2017

De kale man van Sascha



,,We gaan naar Enge Buren'', kondigde Gerard Metz aan. ,,Dat is in de tent hiernaast.''

Ik was nog maar net op Madnes aangekomen, een festival dat al tien keer bij Nes is georganiseerd en waar ik nog nooit eerder was geweest. Wat, achteraf, heel dom van mij is.

Enge Buren zijn drie pretmannen (ik dacht even dat ze uit Buren kwamen) met muziekinstrumenten, die zo'n tent vol sportieve surfers in een mum van tijd aan de polonaise krijgen, of aan het roeien. Ze zingen liedjes voor vrouwen in de zaal, doen de Bee Gees uit hun discotijd, met hele goeie falsetstemmetjes, en dan met teksten van Nico Haak; ze doen Trafassi en Doble R en liedjes uit televisiereclames (,,ik hou van lekker wit, ik hou van lekker anders''), ze hadden zelfs een blokje Herman van Veen maar dan tot gabbermuziek bewerkt.

Intussen kreeg ik een filmpje doorgestuurd van collega Kirsten, die met Ira Judkovskaja op een meer was wezen zwemmen. ,,Nu jij nog'', schreef ze erbij.

Ik stuurde een foto terug van de Enge Mannen en het publiek. Het publiek zat net op de grond te roeien, de mannen waren aan een blokje carnavalmuziek begonnen en zongen: ,,He jasses / 'k Heb psoriasis / van mijn reet / tot aan mijn harses.''

Kirsten stuurde mij weer een foto die daar sterk op leek. ,,Deze krijg ik net van mijn vriendin Sascha'', schreef ze. ,,Die staat vlakbij je, met haar man Pepijn. Hij is kaal.''

Voor me stond een kale man met een mobieltje het feestgedruis te filmen. Ik tikte op zijn schouder en riep boven de muziek uit: ,,Ben jij de kale man van Sascha?''

Nee, dat was hij niet. Verder leken er weinig kale mannen te zijn, dat is meer iets voor Oerol denk ik. ,,Zeg maar tegen ze dat ik de enige in deze tent ben met een hoed op'', schreef ik.

Dat hielp. Een kale man een eindje verderop zwaaide ineens naar me en liep op me toe. Ik stelde me aan hem en Sascha voor en hij maakte een selfie van ons tweeën, dat hierboven staat. Je ziet bijna niks, maar als je er wat fotoshop overheen gooit, krijg je wat je hiernaast ziet. Het ziet eruit of we in paniek zijn, maar het was dus heel erg leuk. En het toont maar weer wat een zegening moderne communicatie is.

zondag 11 juni 2017

Een held uit onze jeugd


De beste Batman die er is geweest is overleden: Adam West, die de rol speelde in de tv-serie die ook hier in Nederland te zien was. Anders dan die latere, sombere Batmans was dit een rechtschapen rijkaard die plezier had in het bestrijden van de misdaad en het beschermen van de bevolking.

Hij ging ook niet in het zwart gekleed, maar droeg een combinatie van paars, grijs, geel en donkerblauw. Robin (Burt Ward) ging nog bonter gekleed.


Hier staat hij (rechts dus) op de foto, de man die mij definitief voor Batman won.

Al had ik als kijker destijds niet door dat de serie ironisch, of zoals dat toen begon te heten: camp was. Ik vond het gewoon spannend.

Waling ook, die knoopte een keer een laken om en sprong, al Batman! roepend, van het schuurtje achter de Zwaan, dat toch wel een meter of twee hoog was. Volgens mij mochten we het toen een tijdje niet meer zien.

Zeg maar gerust: Batman is een held uit onze jeugd, in elk geval de mijne.

En omdat ik mijn helden trouw blijf, heb ik later zowel Back to the Batcave gekocht, de autobiografie van Adam West (Batman dus) als My life in tights, de autobiografie van Burt Ward (Robin), die zich allebei door een ghostwriter lieten bijstaan.

Is het boek van Adam West hier en daar een tikje ranzig, dat van Burt Ward gaat alleen maar over seks, want daar was hij aan verslaafd. De meisjes stonden voor hem in de rij en hij zegt nooit nee.

Daarnaast heb ik The official Batman Batbook, een rommelig boek vol weetjes over de serie. Ergens hier ligt ook de cd met het markante muziekje van Neal Hefti. Ik zou ook best het singeltje Boy Wonder, I love you willen hebben, dat Burt Ward opnam met The Mothers of Invention, onder leiding van Frank Zappa.


Die boeken zijn fantastisch, ik zit er nu weer in te bladeren. Ik was alweer vergeten dat Adam West in de tijd dat hij Batman speelde aan paus Paulus IV is voorgesteld, dat Margaret Thatcher, voor ze prime minister werd, hem naar Engeland had gehaald voor een verkeersfilmpje voor kinderen en dat producent Cubby Broccoli hem als opvolger wilde voor Sean Connery als James Bond.

Die is dus overleden aan leukemie, hij was 88 en na Batman heeft hij geen rollen van betekenis meer gespeeld.

,,Als je uit een tv-serie komt, duurt het een jaar of twee voor mensen je weer voor iets anders inhuren'', schrijft West. ,,Zo lang, dat heeft iemand vastgesteld, duurt het voor het publiek je niet langer met die rol identificeert. Het duurt nog langer als je iemand hebt gespeeld die een deel is geworden van het spraakgebruik en de look van een periode, en sommigen komen nooit meer aan de kost'', stelt hij vast. Misschien had hij toch ja moeten zeggen toen ze hem voor Bond vroegen.

vrijdag 9 juni 2017

Oplossingen voor een brug

Het begon er al mee dat het regende, zodat ik mijn vertrek naar Ameland vandaag steeds uitstelde. Maar de boot van half drie - bus van half twee vanuit Leeuwarden - moest te doen zijn. Rond die tijd was de zon weer gaan schijnen.

Tot de pier ging de reis voortvarend. Achter me zaten twee vrouwen met een Rotterdams accent te vertellen over de dochter van een van hen, die net getrouwd was of binnenkort ging trouwen en een tatoeage van een roos in haar hals wilde.

Deze vrouwen waren er niet voor, maar ja, zei de moeder, haar dochter is al negentwintig, het is haar eigen lijf. De ander kende ook zo iemand met een roos in de nek, in allerlei kleuren, en nu ze een baan heeft draagt ze altijd hooggesloten blouses.

Op de pier stond aangekondigd dat de boot een vertraging zou hebben van 25 tot 35 minuten. Dat werden er 45, even lang als de veerboot vroeger over een complete oversteek deed. Zodat op deze boot, technisch die van half drie, ook passagiers voor de boot van half vier konden opstappen. Die in de verte in aantocht was, ook met vertraging.

In Nes duurde het lang voor de deuren opengingen. ,,Dames en heren, door een storing wil de loopbrug niet naar omlaag'', werd omgeroepen. Wie met de auto was moest op het dek blijven wachten, wie zijn koffers in de bagagekar had gelegd moest op de pier wachten tot die van de boot kwam.

Wij hadden onze bagage gewoon bij ons, dus we liepen naar de bus. Er stonden er vier klaar. In de verte was te zien dat de brug naar het roll-on-roll-off-dek roerloos omhoog bleef staan. Een groep mannen stond erbij te discussiëren.

,,Dit gebeurt elke week wel een paar keer'', zei een man voor ons in de bus. ,,Het is allemaal elektronica. Soms komt er een technicus bij en dan is het in vijf minuten klaar. Ze moeten gewoon weer een brug met handbediening nemen.''

Verderop stond een grote groep vakantiegangers te wachten tot hun bagage van de boot kwam. Tegelijk stond er ook alweer een nieuwe drom toeristen klaar om van het eiland te vertrekken, maar die konden de boot nog niet op. En de volgende boot was in aantocht. Alles stond stil en op elkaar te wachten.

,,Waarom pakken ze de bagage er niet gewoon af en brengen het door de passagiersuitgang naar buiten?'', vroeg ik me af.

,,Dat is voor deze kant van de Hoge Dyk veel te veel in oplossingen gedacht'', mopperde mijn buurman. ,,Dat zijn ze hier niet gewend.''

Onze bus vertrok, maar op de rotonde bij Nes leek de chauffeur zich te bedenken. Hij maakte het volle rondje en reed terug naar de pier. Daar bleef hij staan wachten op de passagiers die verderop nog steeds op hun bagage stonden te wachten. Die andere bussen stonden hier ook nog. Er was inmiddels een half uur verstreken.

,,Ze kunnen hier toch ook met één bus wachten, en ons met die andere wegbrengen'', zei iemand. ,,Dat is denken in oplossingen'', herhaalde mijn buurman. Die even daarna voorstelde om een taxi te nemen. Andere mensen die ook naar Hollum moesten sloten zich erbij aan.

,,Die brug wilde vanmorgen ook al niet naar beneden'', vertelde de taxi-chauffeur. ,,Het is heel vaak raak.''

Eenmaal in Hollum las ik dat de volgende boot een uur heeft moeten wachten voor er kon worden aangelegd. Daar moet een oplossing voor te bedenken zijn.

woensdag 10 mei 2017

Ringtones herkennen


Mijn telefoon ging toen een groepsgesprek van Leeuwarder studenten in de Kanselarij vrijwel afgelopen was. Mijn ringtone is een Duitse mars uit de achttiende eeuw.

Dit is hem:



,,Hee'', zei Abel Hoekstra, die naast me zat. ,,De Hohenfriedberger Marsch! Uit Barry Lyndon!''

Omdat het allemaal klopte maakte ik in de pauze een selfie met Hoekstra. Zo vaak kom je geen andere liefhebbers tegen.

Niels Westra maakte daar weer een foto van.

zaterdag 6 mei 2017

Een ballade voor Goffe Hoogsteen




Donderdag 4 mei was er niet alleen dodenherdenking, er was ook de maandelijkse Meindert & De Jonge Boschfazant & Kesanova Show in Neushoorn.

Meindert (Talma) is tegenwoordig Wâlddichter oftewel gemeentedichter van Achtkarspelen. Hij wil, vertelde hij bij zijn aanstelling, Friestalige liedjes maken over bekende en minder bekende inwoners.

Donderdagavond ging zijn lied voor Goffe Hoogsteen in premiere. De tekst staat ook op de website van Achtkarspelen. Hoogsteen, in 2011 in Surhuisterveen overleden, was in 1944 betrokken bij de beroemde overval op de Leeuwarder gevangenis.

Anne Roel van der Meer (Hoogsteens schoonkleinzoon, als ik me goed herinner) heeft hem eens geïnterviewd voor de Leeuwarder Courant, en Hoogsteen onderstreepte daarin steeds dat hij geen held is en ook niet zo gezien wil worden. Die overval deed hij aan mee omdat hij vond dat het moest, maar hij was doodserieus geweest en bang om dood te gaan.

In dat interview vertelt hij ook dat hij graag zong. ,,As ik moarns wekker wurd, kin ik daliks wol sjonge.''

Meindert heeft Hoogsteen ook eens geïnterviewd en baseerde daar zijn lied op. Omdat ik recht tegenover hem zat (naast hem zit De Kesanova, links de Boschfazant) nam ik het op. Toen ik het aan collega Arodi liet zien, vroeg die: ,,Is dit een filmpje van de jaren tachtig?''

zondag 30 april 2017

Mevrouw Bos woont hier niet


Er stopte een auto en de deurbel ging. Een ouder echtpaar stond op de stoep, de man had een vel papier in zijn handen.

,,Woont hier mevrouw Bos?'', vroeg hij.

,,Niet dat ik weet, en ik woon hier al jaren'', zei ik. ,,Weet u zeker dat u op het juiste adres bent?''

,,Nou, het moet nummer 73 zijn'', zei hij, kijkend op zijn briefje.

Ik bood aan om even in het telefoonboek te kijken. Ik had de naam wel eens gehoord, maar welke woning, dat wist ik niet. In de gids staan allerlei Bossen, maar niet een in deze straat.

Toen ik weer bij de voordeur kwam, stond de auto daar nog stationair te draaien. Het echtpaar liep verderop door ramen naar binnen te kijken, of ze mevrouw Bos ergens zagen. ,,Ik heb haar niet gevonden'', zei ik.

,,We proberen wel wat'', zei de man. ,,En oh ja, uw hond is er net vandoor gegaan.''

Ik zag nog net een kwispelende staart in de heg op het Jacobijnerkerkhof. Ik riep hem, maar Schumi drentelde richting Prinsentuin. Hij stak de Groeneweg over zonder aangereden te worden en besnuffelde het grasveld waar we 's morgens vroeg ook al waren geweest.

Verderop liep een man met een herdershond aan de lijn. Die werd uitgebreid besnuffeld.

Toen ik bij de man kwam, was Schumi alweer verder.

,,Honden moeten hier aan de lijn'', zei de man.

,,Hij is hem net gesmeerd'', legde ik uit. Het was duidelijk dat de man iets dacht als 'in gelul kun je niet wonen'.

Ik had er ook genoeg van. Of hij loopt weg of hij komt weer thuis, dacht ik en liep terug naar huis. Schumi zag dat uit de verte en trippelde braaf, maar op afstand, achter me aan.

Op de hoek van de straat kwam ik het echtpaar weer tegen, nu in de auto. De man draaide het raampje omlaag en zei: ,,We hebben haar gevonden hoor! Ze woont op 63! En succes met uw hond.''

woensdag 19 april 2017

Oude dames helpen

Eens per jaar is er een puzzelcompetitie in de hal van het Leeuwarder Courant-gebouw.

Allerlei lezers die tot dan toe trouw de wekelijkse puzzel hebben ingevuld doen er hier eentje in wedstrijdverband.

Wie hem het snelste goed heeft ingevuld wint. Dit jaar waren er 160 deelnemers.

Meestal zit ik in de jury, wat neerkomt op het nakijken van de ingevulde puzzels. Een letter fout, of er eentje vergeten: 10 minuten bij de tijd op.

De oudste deelneemster was mevrouw A. Kamstra-Jongeling uit Wommels. Ze is 95. Toen ze 88 was, was ze ook al eens de oudste deelneemster.

Na afloop van de prijsuitreiking hielp ik haar naar haar rollator, want overeind komen ging niet zo soepel. 

Een vriendin ontfermde zich verder over haar. ,,Ik zal haar thuisbrengen'', zei ze.

,,Ja, want deze man doet het niet'', zei mevrouw A. Kamstra-Jongeling schalks. ,,Daar zie ik er niet goed genoeg meer voor uit.''



zondag 16 april 2017

Pennywise


In de schuur van pa was al een keer wat opgeruimd, maar er ligt nog van alles in.

Ondermeer een paar maskers, die van mij zijn (het mooiere, Amelander woord voor masker is manegesicht) zoals dit clownsmasker. Ik kon de verleiding niet weerstaan om er een kiekje mee te maken. Speciaal voor mensen die aan clownsvrees leiden. En voor horrorfans, natuurlijk.

maandag 10 april 2017

Roze Zaterdag uitgelegd voor honden

Omdat Schumi best eens iets mag leren over tolerantie bij de mensen, liep ik zonet met hem over het Hofplein. Rondom de vijverbak daar zouden om zeven uur alle Leeuwarder gemeenteraadsleden hand in hand komen staan.

Toen we kwamen waren het er nog maar een paar, maar hun getal zwol snel aan.

,,Kijk Schumi'', zei ik op educatieve toon. ,,Ze gaan elkaar een hand geven, uit solidariteit maar ook om Leeuwarden te laten zien als de ideale stad om in 2019 Roze Zaterdag in te houden. Dat is een rondreizende parade, elk jaar in een andere stad.''

Misschien denkt u nu, dat begrijpt zo'n hond niet, die verstaat dat niet eens. Daar zou u best gelijk in kunnen hebben. Toch had Schumi er wel belangstelling voor, vooral als ze met zijn allen de armen ophieven en luid ,,Heu!'' riepen. Dat gebeurde een keer of zes, zeven.

Ook passerende fietsers trokken zijn aandacht, net als de driftig heen en weer lopende gemeentevoorlichter Hedzer Klarenbeek. Klarenbeek was de regisseur hier. Hij stond in verbinding met de fotografen, die boven in het gemeentehuis door een raam foto's maakten.

Toen tegen het einde de moeder van Niels ook nog aan kwam lopen met haar broekzak vol hondensnoepjes kon het uitje helemaal niet meer stuk. Als het aan Schumi ligt komt die Roze Zaterdag hier zo snel mogelijk heen.

woensdag 5 april 2017

Fun at the Blue Bay Beach Bar

In Blue Bay, een van de resorts op Curaçao, is altijd wat te doen. Zo staat het tenminste op de bordjes.

Het is eigenlijk een afgesloten gebied met bungalows, een golfbaan en een strand, met slagbomen ervoor.  Maar die doen ze zo voor je open als je komt aanrijden en je zegt dat je wat gaat eten in de Blue Bay Beach Bar.

Ik heb er verder weinig over te melden, maar ik vind de foto die Jan van ons gemaakt heeft erg vrolijk.

We zitten op mijn laptop volgens mij naar deze foto te kijken, die ik een dag eerder van Menno en Tim had gemaakt.



We trokken veel op met de voormalige buren van Jamie en Menno, carl en Sarah. Hun zoon Brian, vroeger een klein jongetje dat bij Menno de deur platliep, is nu eind twintig en heeft van het rondzeilen in het Caribisch gebied zijn werk gemaakt. Hij maakt ondermeer foto's en filmpjes voor National Geographic, heb ik begrepen.

Dat klinkt leuk en zijn ouders vertelden er graag over, maar elke keer als ze het over hem hadden mondde het uit in een horrorverhaal.

Zo waren ze eens met hem meegezeild toen hij door gewapendepiraten werd overvallen. Hij blufte ze min of meer van zijn boot af, maar zijn ouders stonden benedendeks doodsangsten uit.

Carl had beneden voor zichzelf al uitgevogeld door welk luik hij zou kunnen ontvluchten. Hij zou zich dan zo snel mogelijk uit de voeten hebben gemaakt, vertelde hij, in zijn hoofd was hij er al vandoor.

,,What about me?'', vroeg Sarah een beetje verbaasd. Kennelijk hoorde ze dit voor het eerst. ,,I'm a runner'', zei Carl schouderophalend.

Ander verhaal: Brian zat nu in de buurt van Sint Maarten en daar was het volkomen windstil. Hij had wat opnamen gemaakt, en met zijn camera maakte hij een backflip van de boot af het water in, om ook wat beelden vanuit zee te schieten. Precies toen stak de wind op en voer de boot bij hem vandaan. Hij was er met veel moeite nog weer op gekomen, anders had hij ergens in zee gedreven.

zondag 2 april 2017

Dudeljoo klinkt zijn lied



Zaterdagmiddag hield ik een plezant vraaggesprekje in boekhandel Van der Velde met Jantien de Boer over haar boekje Landschapspijn. Zelf noemt het ze het een pamflet.

Het gaat over de verschraling van het weidelandschap, het verdwijnen van vogelsoorten zoals de grutto en de leeuwerik, de eentonigheid die opgelegd wordt door de economie van veeteelt en akkerbouw. En wat je daaraan kunt doen.

,,Een mooi landschap bevordert ook de cultuur'', zei een vragensteller. (Vragen waren er eigenlijk niet echt, de mensen die er waren kwamen voornamelijk vertellen dat ze het ermee eens waren en aan wat voor landschapspijn ze zelf leden).

,,Cultuur?'', vroeg ik. Want je weet nooit precies wat mensen met zulke woorden bedoelen.

Hij bedoelde kunst, poëzie, schilderkunst. Hoe rijker het land, hoe rijker de schilderijen en gedichten erover, daar komt het op neer. Om van alle liederen over de natuur nog maar te zwijgen. Het was inmiddels al een uur aan de gang en dit leek me een geschikte afronding. ,,Voordat u in canon Kom mee naar buiten allemaal begint te zingen'', zei ik.

Een paar mensen begonnen inderdaad te zingen, iemand zette Moai sûnder wergea binne de wâlden in. Een mevrouw in een gele regenjas - op de bovenstaande foto's staat ze nog niet - riep: ,,Het skriezeliet! We moeten het skriezeliet zingen.''

Zij kwam later op me af, een beetje teleurgesteld. ,,Ik dacht echt dat we het skriezeliet gingen zingen'', zei ze. Ik zei dat ik het niet kende. ,,Dat is van Syb van der Ploeg!'', riep ze uit. ,,Wat is de len-te zon-der jou, wat is de len-te zon-der jou'', begon ze, het klonk een beetje eentonig. Ik besefte dat ik net op tijd had afgesloten.

(De foto's zijn van Irene Overduin)

dinsdag 21 maart 2017

Zweden zijn dol op vlinderdassen

In een kelder in Vilnius is een winkel met alleen maar vlinderdasjes. Nou ja, en wat extraatjes, zoals manchetknopen en pochets. Dom Bow Ties heet het, en bij de trap naar de ingang hangt een reusachtige donkerrode vlinderdas bij wijze van uithangbord.

 ,,Alle vlinderdassen zijn in Litouwen gemaakt'', zei de verkoper, die vanwege de rust achter een tafeltje bij de trap thee zat te drinken.

In een nis stonden portretjes van beroemdheden die er een droegen, van Abraham Lincoln en Winston Churchill tot Litouwse zangers en vijf acteurs die James Bond hebben gespeeld.

Hij liet de dassen graag zien: voorgestrikte, clip-ons en ook van die dassen die je zelf moet strikken. De meeste waren van stof, in kleurtjes, met stippen, met streepjes, bedrukt met litas, de bankbiljetten die ze hier hadden voor ze op de euro overgingen. Maar er waren ook houten bij en zelfs een paar van beton. Wat massiever klinkt dan het is.

,,Kopen mensen hier veel vlinderdasjes?'', vroeg ik. Want de prijzen waren vrij westers (een euro of twintig), terwijl het gemiddeld maandinkomen van een Litouwer 500 euro schijnt te zijn.

,,Hier komen veel toeristen'', vertelde hij. ,,Vooral Zweden zijn er dol op, die kopen altijd vlinderdassen en die dragen ze ook veel. Soms heb je een hele groep Zweden in een keer. Niet alleen ouderen, ook jongelui.''

Ik vertelde dat ik jaren geleden bij Harrod's in Londen een vlinderdas heb gekocht die je zelf moet strikken, en dat het me tot op de dag van vandaag niet is gelukt. Die ligt thuis in een doosje in de kast. ,,Het is niet moeilijk'', zei hij bemoedigend. ,,Er staan genoeg filmpjes op YouTube die uitleggen hoe het moet.''

Toch nog maar eens proberen dan. En dan misschien eens naar Zweden, waar zo'n ding fluga heet.

zaterdag 18 maart 2017

Het recht om een individu te zijn


Sinds 2014 is Jaap van Ark, politicoloog aan de Universiteit van Amsterdam, president van de republiek Užupis. Dat is eigenlijk een stadswijk in Vilnius, vanuit de oude binnenstad gezien aan de overkant van de Vilnia, een klein, snelstromend riviertje die een zijtak is van de Neris, de grote rivier van deze stad.

 Of Van Ark er veel werk aan heeft kun je je afvragen. De republiek is in 1997 uitgeroepen door een groep kunstenaars en andere enthousiastelingen. Zoiets als de Vrijstaat Folgeren in Drachten, maar dan veel verder doorgevoerd.

Dat beeld van Zappa staat weliswaar ergens anders in de stad, maar heeft hiermee te maken. In de wijk zelf staat een groot beeld van een engel en aan een muur hangt de Grondwet van Užupis, in een reeks talen op glimmende panelen gedrukt. Het zijn 38 regels en drie motto's.

Nederlands zit er niet bij (een mooie klus voor die president zou je zeggen), dus dat geef ik hier.
1. Iedereen heeft het recht bij de rivier Vilnelė te wonen en de rivier Vilnelė heeft het recht om langs iedereen te stromen.
2. Iedereen heeft recht op heet water, verwarming in de winter en een pannendak.
3. Iedereen heeft het recht om te sterven, maar verplicht is dat niet.
4. Iedereen heeft het recht om fouten te maken.
5. Iedereen heeft het recht om uniek te zijn.
6. Iedereen heeft het recht om lief te hebben.
7. Iedereen heeft het recht om bemind te worden, maar niet noodzakelijk.
8. Iedereen heeft het recht om onopvallend en onbekend te zijn.
9. Iedereen heeft het recht om niks te doen.
10. Iedereen heeft het recht om van een kat te houden en deze te verzorgen.
11. Iedereen heeft het recht om voor een hond te zorgen tot een van beiden sterft.
12. Een hond heeft het recht om een hond te zijn.
13. Een kat is niet verplicht om van zijn eigenaar te houden, maar moet helpen in tijden van noo.
14. Soms heeft iedereen het recht om plichten te vergeten
15. Iedereen heeft het recht op twijfel, maar verplicht is dat niet.
16. Iedereen heeft het recht om gelukkig te zijn.
17. Iedereen heeft het recht om ongelukkig te zijn.
18. Iedereen heeft het recht om stil te zijn.
19. Iedereen heeft het recht om er vertrouwen in te hebben.
20. Niemand heeft recht op geweld.
21. Iedereen heeft het recht om de eigen onbelangrijkheid op prijs te stellen.
22. Niemand heeft het recht om een plan voor de eeuwigheid te hebben.
23. Iedereen heeft het recht om te begrijpen.
24. Iedereen heeft het recht om niets te begrijpen.
25. Iedereen heeft het recht om van een nationaliteit te zijn.
26. Iedereen heeft het recht om de verjaardag te vieren of om dat niet te doen.
27. Iedereen moet zich zijn naam herinneren.
28. Iedereen mag delen wat hij heeft.
29. Niemand kan delen wat hij niet heeft.
30. Iedereen heeft het recht om broers, zusters en ouders te hebben.
31. Iedereen kan onafhankelijk zijn.
32. Iedereen is verantwoordelijk voor zijn vrijheid
33. Iedereen heeft het recht om te huilen.
34. Iedereen heeft het recht om verkeerd begrepen te worden.
35. Niemand heeft het recht om een ander schuldig te maken.
36. Iedereen heeft het recht om een individu te zijn.
37. Iedereen heeft het recht om geen rechten te hebben.
38. Iedereen heeft het recht om niet bang te zijn. 
Versla niet.
Vecht niet terug.
Geef je niet over.

(Voor wie dit echt helemaal gelezen heeft: het woordje noo in regel dertien klopt. In het Engels staat er time of nee)


vrijdag 17 maart 2017

Calling Zappa

Bij een parkeerplaats in Vilnius staat al twintig jaar een beeld voor Frank Zappa (1940-1993). De muurschildering erachter heeft ook met hem te maken.

Zoiets kun je niet overslaan. Dus met Wild Love in mijn hoofd (,,Many well dressed people / in several locations / are kissing quite a bit'') liep ik erheen.

Litouwen en Zappa hebben niets met elkaar, hij is er nooit geweest. Het komt door een groep kunstenaars, die na de onafhankelijkheid van Litouwen ook hun wijk in Vilnius onafhankelijk verklaarden, vier vlaggen maakten (voor elk seizoen een andere) en beeldhouwer Konstantinas Bogdanas, die altijd Leninbeelden had gemaakt, om een buste vroegen van de Amerikaanse gitarist.

Dat leverde een nogal stoere kop op, die op een roestvrijstalen zuil staat.

Het mooie is, dat je deze Zappa kunt bellen. Beter gezegd, hij belt jou. Onderaan die zuil staat zo'n QR-code. Als je die scant gaat onmiddellijk je telefoon en hoor je iemand die zegt Zappa te zijn. Zijn stem is wat te hoog.

Hij vertelt dat hier alleen maar toeristen en duiven komen (,,de toeristen nemen een foto, de duiven gaan op mijn hoofd zitten'') en dat als je wilt weten waarom hier in Vilnius een beeld van hem staat je het album Freakout! moet opzetten en naar track 12 moet. Klein foutje, ze bedoelen track 11, het nummer You're probably wondering why I'm here.

Het doet er niet toe waar je bent, filosofeert deze telefoon-Zappa. ,,The only thing that matters is a sense of humor.''

(Wie het zelf wil horen moet op zijn telefoon naar vks.mmcentras.lt/fz)

woensdag 15 maart 2017

Een Spartaanse fototrip


Iedereen liet zich fotograferen voor de Spartan van de Litouwse luchtmacht waar we juist mee hadden gevlogen. Dus ik kon niet achterblijven. Ik gaf mijn telefoon aan fotograaf Frank Crébas, die er deze plaat mee maakte.

Dit vliegtuig is hol van binnen, als een vrachtauto, alle wanden zijn bekleed tegen het stoten, aan weerszijden zijn canvasbankjes met riemen. Zulke toestellen ken ik alleen van oorlogsfilms, waar nerveuze militairen in zitten te wachten tot ze er met parachute en al uit worden gekieperd.

Zo ging het hier niet. De fotografen en cameramensen die mee waren werden in een harnas en met haken vastgezet aan de vloer van het vliegtuig, de laadklep ging open en zo konden ze de twee Nederlandse F-16's fotograferen, die er achteraan en omheen vlogen.

Normaal bewaken deze toestellen hier het luchtruim, waar nog wel eens een Russisch (of ander) vliegtuig onaangekondigd doorheen dreigt te vliegen.

Het was een geweldig gezicht, zelfs als je zoals ik wat verder naar achteren zat. Ze kwamen zo dichtbij dat je de gezichten van de piloten kon zien, en vlogen dan fotogeniek achter het toestel aan. Mijn buurvrouw, die uit Harkema kwam, werd zo meegesleept dat ze zelfs naar de piloten zwaaide.

,,Dit is heel bijzonder dat je dit meemaakt'', had fotograaf Gert van tevoren al tegen me gezegd. Zelf had hij al een keer of tien zoiets gedaan, maar hij was er nog altijd geestdriftig over.

De Spartan vloog, zeker aan het eind van de vlucht (die duurde iets van anderhalf uur) nogal ruig, vanwege turbulentie. Een vrouw van defensie tegenover me, die me had verteld dat ze uit Sneek komt, gaf over in een zakje. Buurvrouw Harkema volgde al snel.

Zelfs een van de fotografen hield het uiteindelijk niet meer, maar dat was toen de laadklep alweer dicht was. In de laadruimte werd het benauwd warm, het vliegtuig bleef stevig schudden en de zure lucht van braaksel was overal. Maar ik had me voorgenomen: wat er ook gebeurt, ik ga hier geen last van hebben.

Na afloop en nog wat gesprekjes reden Frank Crébas en Gert me in hun auto terug naar de mijne, die buiten de basis op een parkeerplaats stond.

 ,,Wil je een stroopwafel?'', vroeg Gert onderweg. ,,Die heb ik altijd bij me.''

Mijn dag kon nu echt niet meer stuk.


(De bovenste foto is van Frank Crébas)

dinsdag 14 maart 2017

O Šiauliai Šiauliai



Aanvankelijk had ik een Peugeot 107 willen huren, maar die waren op de reserveringswebsite al op, dus werd het een Volkswagen Polo. Op het verhuurkantoor in Vilnius (Litouwen) kreeg ik een Toyota Yaris, een blauwe, met automaat.

,,U hebt geluk, hij komt net uit de garage'', zei de jongen van het loket. ,,Hij is als nieuw.''

Hoe rij ik zo vlot mogelijk naar Šiauliai, vroeg ik hem. Mijn smartphone kon op de een of andere manier geen verbinding maken, dus een kaart van het land had ik niet. Het ligt ergens in het noorden en is een van de grotere steden van het land.

Thuis had ik de plaatsnaam al geoefend, het klinkt als sjoo-lee.

,,Wat zegt u?'', vroeg de verhuurder. Pas toen ik het herhaalde snapte hij het. ,,Dat is een hele rit'', zei hij. ,,U slaat daar rechtsaf, nog eens naar rechts, en dan komen er vanzelf borden.''

Er kwamen inderdaad borden, maar daar stond Šiauliai niet op. Er was wel een afslag Minsk, maar daar ging ik niet naartoe.

Ik volgde de rondweg, aannemend dat er vanzelf zo'n bord zou komen. Het kwam niet. Op een kaartje had ik vorige week gezien dat Šiauliai noordelijk van Vilnius ligt. Terwijl deze rondweg recht naar de ondergaande zon voerde.

Daarom besloot ik op goed geluk de eerste brede afslag naar rechts te nemen. Dan reed ik in elk geval naar het noorden. Zeker was ik niet van mijn zaak, dus toen er een benzinepomp kwam stak ik daar aan. Om te tanken en uit te vinden of in Litouwen de papieren landkaart nog bestaat.

Ter plekke kreeg ik het dekseltje van de benzinetank niet open, dus daar kon ik ook meteen naar vragen.

De meisjes achter het loket spraken geen Engels, een mevrouw die net betaalde wel. Ze liep mee naar de auto. ,,Het is een Yaris'', stelde ze vast, ging erin zitten en had in een mum van tijd de juiste hendel gevonden, die verstopt is op de vloer naast de stoel.

,,Nu we toch bezig zijn'', vroeg ik. ,,Hoe kom ik snel in Šiauliai?''

,,Waarheen?'', zei ze. Ik moet die uitspraak echt nog wat oefenen. ,,Heeft u dan geen navigatie?'', ging ze door op een toon van 'bestaan zulke mensen nog?'

Ze zocht het op haar telefoon op, ik moest naar Panevėžys en daar kwamen de borden dan wel. ,,Het is nog een paar uur rijden'', waarschuwde ze.

Maar ik kon dus gewoon deze weg blijven volgen. Een goed gevoel, als je puur op intuïtie de juiste snelweg blijkt te zijn opgereden.

(In Šiauliai had ik ineens wel verbinding, wat erg fijn was want hoe goed je intuïtie ook is, voor het vinden van een reeds geboekt hotel in een wildvreemde stad schiet het tekort.)


maandag 13 maart 2017

Mijn allerfavorietste houten klaas


Kirsten vierde haar verjaardag in Stania State en had daar ook stadskunstenares/dichteres Jamila Faber uitgenodigd. Zij zat daar, met een collega-dichteres, aan een tafeltje achter een typemachine. Er liepen veel kinderen rond: de meesten hadden nog nooit eerder typemachines gezien.

Iedereen kon bij de dichters aanschuiven en vier trefwoorden aangeven. Dan typten de dames een gedicht, dat ze in een klein gouden envelopje stopten en overhandigden. Jamila (links) zette alle gedichten op de foto, ,,want er is er maar een van''.

Ik had Schumi meegenomen, die het vanwege zijn passieve aaibaarheid erg goed deed bij alle kleine kinderen.

Een gedicht voor Schumi, dat leek me wel wat. Volgens de vader van Kirsten houden honden helemaal niet van gedichten, maar het leek me het proberen waard.

Bovendien, vorige zomer heeft nog iemand bij Central Park een gedicht voor mij geschreven, ook al met een typemachine. En jaren geleden een zekere Aaron in Vancouver ook, die vast niet meer in leven is.

Met collega Elizabeth bedacht ik de trefwoorden  eten, krulstaart, uit en strand. Leken me wel gepast. Jamila kwam even later het gouden envelopje brengen. Dit is het gedicht:

ik wil uit, ik wil rennen
ik wil verse vis en daaraan wennen
ik wil lui, ik wil lekker
ik wil het moet toch echt niet gekker
ik wil strand, ik wil bos
ik wil zonder riem, ik wil los
ik wil krulstaart, van een varken
in een afvalbak staan harken
ik wil snurken, ik wil eten
ook al heb ik net ontbeten

maar het allerliefste wil ik mijn baas
mij allerfavorietste houten klaas.

Schumi reageerde er niet erg op toen ik het hem voorlas, dus misschien is hij zo'n hond die niet van gedichten houdt. Maar het is zijn eerste keer, mogelijk moet het nog wennen.

(De onderste foto is van Eva Vriend)

vrijdag 10 maart 2017

Herinneringen aan de struil

Thijs Chanowski is overleden. De man van wie ik altijd had aangenomen dat hij De Fabeltjeskrant in zijn eentje heeft gemaakt, met wat gast-acteurs voor alle stemmen. Nu pas kom ik erachter hij er wel de producent en aanjager van was, maar de verhalen door een ander werden geschreven en de poppen ook door een ander zijn gemaakt. Mijn favoriete dier was Bor de Wolf.

Chanowski was ook de regisseur van de prachtfilm Camping, van het Werkteater,  met Peter Faber als vakantieganger op de rand van totale overspannenheid. ,,Vakantie, vakantie, vakantie-ie!''



Op school was het een sport om op het liedje van De Fabeltjeskrant (,,Hallo meneer de Uil,  waar brengt u ons naartoe, naar Fabeltjesland?'') vieze varianten te bedenken. Uitermate populair was: ,,Hallo meneer de Uil, je onderbroek is vuil''.

Maar de gevorderde viezeriken van het schoolplein zongen wat anders: ,,Hallo meneer de Uil, wat hangt er aan je struil.'' De betekenis van struil was iedereen duidelijk (in elk geval in Hollum), maar ik ben dat woord daarna nooit meer ergens tegengekomen. Eigenlijk schiet het me nu pas weer te binnen.

Het dialectwoordenboek van het Meertensinstituut kent het wel. Dat meldt:
struil , struul , zelfstandig naamwoord de , 1. Mannelijk lid (verouderd). Het woord behoort bij struilen = ruisend stromen. Vgl. schots strule = urineren. Zie het N.E.W. onder struilen en stroelen. 2. Stommeling.

vrijdag 3 maart 2017

Bert Wagendorp de onoverwinnelijke Galliër



Een week geleden was Bert Wagendorp bij boekhandel Van der Velde vanwege zijn boek Masser Brock. Dat gaat over een columnist van een gefingeerde Nederlandse krant, die een midlifecrisis heeft en zijn geloof in de journalistiek kwijtraakt.

Bert - vroeger werkte hij bij de Leeuwarder Courant, nu is hij columnist bij de Volkskrant - heeft geen midlifecrisis, maar je wilt toch weten hoe autobiografisch het allemaal is. Dus dat soort dingen vroeg ik hem, met publiek erbij. Hij heeft geen motor en geen duur horloge, dus het valt allemaal mee.

Het leukst was het na afloop, toen hij boeken ging signeren. Ik zat erbij aan tafel met een kop koffie, en mensen deden allemaal bekentenissen.

,,Door uw boek Ventoux heb ik met mijn dochter de Ventoux beklommen'', vertelde een man. ,,Dat heb ik destijds aan je getwitterd en toen schreef je terug: 'Ik wou dat ik mijn dochter zo ver kreeg'. En daar reageerde je dochter weer op met 'Dat kun je wel vergeten'.''

Veel mensen kwamen iets vriendelijks zeggen over zijn columns. ,,Wel blijven columns maken he? Ik lees ze zo graag!'' - ,,Mijn compliment ook voor je columns hoor, ik lees ze allemaal.'' - ,,Het is het eerste wat ik lees 's morgens.''

Achteraan in de rij stond een meneer die vaker bij bijeenkomsten is. Hij had niet alleen het boek bij zich dat gesigneerd moest worden, maar ook verschillende geschenken voor de schrijver. Waaronder een miniatuurflesje met een doorzichtige bruine vloeistof.

,,Ik heb het recept van de toverdrank in Asterix ontdekt'', zei hij. ,,Het is van Friese oorsprong.''

Dat was een grap, zei hij later, dit likeurtje had hij zelf gebrouwen. ,,Het is alleen bij mij verkrijgbaar.''

Toen Bert later vertrok, stond het flesje nog op tafel. Vergeten, natuurlijk.

(De foto is van Ronnie Terpstra)

zaterdag 25 februari 2017

Een goede daad, hopen we



Moeder Geke van Halteren belde gisteren de krant, nadat ze de politie had gebeld.

Haar zoontjes, die wilden gaan vissen, hadden in het riet bij een steiger in de Potmarge twee emmertjes gevonden met naalden, medische verpakkingen en bebloede afdep-watjes. Ze stonden daar al langer, een vriendje had ze twee dagen eerder al gezien, maar haar jongens, tien en elf jaar en onderzoekend, visten ze er nu uit.

De politie had gevraagd of ze het zelf kon opruimen, maar daar waagde moeder Geke zich niet aan. Dan zou de politie de gemeente wel alarmeren, zeiden ze. Ze had een paar fotootjes gemaakt met haar mobiel en thuis gegoogeld: medicinale heroïne, had ze uitgevonden.

Raar, zo'n vondst naast de waterspeelplaats. Is dat een spuitplek aan het worden? Heeft iemand medisch afval gedumpt?

Ik had er een berichtje van gemaakt, en fietste een kleine twee uur later uit nieuwsgierigheid langs de steiger. Beide emmertjes stonden er nog.

Toch een beetje raar, vond ik, maakte er wat foto's van en wist  niet goed wat ik er verder mee aan moest. Dit kon hier zo niet blijven staan.

Een vrouw fietste langs, die riep: ,,Staan ze er nog steeds?'' Het bleek moeder Geke.

Ik belde de gemeente om te vragen wat er met zoiets gebeurt. Dat wordt gemeld, legden ze uit, en dan komt er iemand langs om het op te ruimen. Of had ik zelf toevallig een vuilniszak bij me?

Dat had ik niet, maar ik vond het ook raar om die zooi, wat het ook maar mocht zijn, hier zo te laten staan. Straks schopten jongetjes de alles het water in en staat er komende zomer iemand met een blote voet op. Of zoiets.

,,Ik wil wel een vuilniszak halen'', zei moeder Geke. ,,Ik woon hier vlakbij.''

Dat deed ze, ze bracht bovendien twee zakjes mee voor om mijn handen. Zij hield de zak open, we stopten alles erin, en ik nam het mee naar de krant. Waar we de zak in een stevige kartonnen doos hebben verpakt, plakband eromheen en in de container.

De gemeente belde terug: er was nogmaals een melding van gemaakt, het zou snel worden opgehaald. Hoeft niet meer, vertelde ik. Of dit de beste oplossing is geweest weet ik niet, maar weg is weg. Dan hadden de opruimers maar eerder moeten komen.

woensdag 22 februari 2017

Bestaan er honden die Fikkie heten?


Het komt door Fikkie dat ik op dit berichtje aansloeg, dat vandaag in de Leeuwarder Courant staat en door collega's van het Algemeen Dagblad is geschreven. Dat kun je zien aan het lollige toontje.

Zou die hond echt Fikkie heten, denk je meteen. Waarschijnlijk niet, want de schrijver heeft de naam tussen aanhalingstekens gezet. Die vindt Fikkie een jofele manier om een hond te omschrijven. Hij had ook Lassie kunnen doen, of Benji, maar dan waren er klachten van lezers gekomen.

Dan maar even checken bij Adelaide.com.au, in de editie van 21 februari staat het verhaal ook.

1. De hond heet Utana. De politieman die grijnzend met hem (of haar misschien) op de foto staat is AFP Senior Constable Dean Poletta.

2. De twee mannen zijn al in december gepakt. Het bericht gaat erover, dat de rechter hen heeft veroordeeld en niet gelooft dat de twee het vlees in hun bagage hadden om thuis op te eten. Het was om sniffer dogs te misleiden, zei de rechter.

3. Er bestaan, vermoed ik, helemaal geen honden die Fikkie heten. Er is alleen een gedateerd spreekwoord waar ze in voorkomen.

(De foto van de hond Utana is van Tom Huntley)

zondag 12 februari 2017

Bedrijfsspionage




Sint Piter arriveerde zaterdag in Grou en ik was erbij voor de krant. Dat kwam mooi uit, Sint Piter had ik nog nooit gezien en wie weet, steek je er zelf wat van op voor Sint Nicolaas. Dus ik hield hem goed in de gaten.

Collega Arodi Buitenwerf hield mij weer goed in de gaten. Daarom is op het LC-filmpje dat hij van de intocht maakte te zien hoe ik als een bedrijfsspion voor Sinterklaas van Ballum en Hollum aantekeningen maak, terwijl Sint Piter op zijn paard klimt.

Overigens: dat opstappen ging helemaal niet erg soepel, hij had er een opstapkrukje bij. Kijk, meteen een puntje voor Sinterklaas, die er zo op zwaait. Tot nu toe.

Nog wat aandachtspunten:

- Hier is maar één Zwarte Piet. Te weinig voor zo'n vol plein.
- Prachtige baard
- Staf mooi omwikkeld met lint
- Hij zwaait maar met één hand (zo heb ik het niet van Harry Wiersma geleerd)
- Oogverblindend mooi paard, ook nog eens prachtig aangekleed
 - Heel kort ritje (maar dat had te maken met de protesten van vorig jaar)
 - Eigen liedjes. Arodi en ik vonden vooral Stap stap stap stap stappestappestap / O! Wat is dat hynder knap aansprekend, die kun je na een keer al meezingen.
- Sint spreekt Fries. Dat is goed voor Grou, voor Ameland lijkt me dat minder geschikt
- Wit gewaad. Geen gezicht. In Grou vinden ze het mooi, maar het lijkt of deze Sint zo uit zijn bed is gestapt
- Leuke, niet al te lange bijeenkomst op het plein. Wat ik van de intocht op Ameland hoor en van die van Leeuwarden, is het vanaf het moment dat Sint voet aan wal zet voor kinderen nogal saai.
- Hotel Oostergo heeft bij de koffie speciale Sint Piter-koeken
- De pepernoten zijn in Grou veel groter dan andere pepernoten
- Er is geen spoor van commercie (zag Arodi, en het klopt)

Oh ja, en ze hebben een eigen Sint Piterjournaal. Waar dat over gaat weet ik niet, maar de hond Cléo speelt er een grote rol in. Die werd toegejuicht op het plein. Omdat ik tegenwoordig hondensnoepjes in mijn zak heb, was ik snel bevriend met hond Cléo.


Zo eerst maar. Thank you, double-o-seven.

(De foto en het filmpje zijn van Arodi Buitenwerf)


zaterdag 4 februari 2017

Katharina Feldmann en de jaren vijftig


In Loods 6 in Amsterdam hangt een overzicht van het werk van fotografe Katharina Feldmann, in 1910 geboren in New York. Het komt uit drie periodes: eerst haar experimentele werk, dan straatfotografie uit haar wijk, en tenslotte studioportretten, ook weer een tikje experimenteel.

Het leuke is: ik hang er ook tussen, kijk maar eens goed. Want Katharina Feldmann bestaat helemaal niet.

Een tijdje geleden hielden twee studenten me staande bij de Westerkerk, een man en een vrouw. Ze kwamen uit Leeuwarden (als ik me goed herinner) en waren eerstejaars op de fotovakschool in Amsterdam.

De man had een ouderwetse camera waar je bovenin moet kijken. Een Rolleicord IV weet ik nu, met een Rolleinar 1 voorzetlens en een Kodak Tri-X 400 film erin. Niks digitaal dus.

,,Mogen we u wat vragen'', vroegen ze. ,,Mogen we een foto van u maken? We zijn op zoek naar mensen die aan de jaren vijftig doen denken.''

Ik weet niet of zoiets een compliment is of juist iets om je diep voor te schamen, maar ik vond het best. Mijn bril moest ik bij haar inleveren, die past blijkbaar niet bij de jaren vijftig.

Dit was een module-opdracht van hun opleiding, vertelden ze, waarmee het eerste jaar afsluit. En het moest secuur gebeuren, want de vrouw die het moest beoordelen ,,is best wel streng''. Vandaar dat met die bril.

Vandaag kreeg ik de foto opgestuurd, met die van de studentententoonstelling in Loods 6. De fotograaf heet Jildo-Tim Hof.

,,In deze module kregen we de opdracht een biografie te schrijven over een fictief fotograaf'', schrijft hij erbij. ,,En hierbij moesten we een oeuvre maken uit drie periodes uit zijn of haar leven.''

Zo ontstond Katharina Feldmann, wier straatfoto's geïnspireerd zijn door Vivian Maier. Maier bestaat wel echt, zij was nanny in Chicago en maakte in haar vrije tijd straatportretten. Een jaar of wat geleden, vlak voor haar dood, werd ze ontdekt en meteen wereldberoemd.

Deze foto was nog niet eens eenvoudig te maken, vertelt Hof, want de plek, in de steeg naast de kerk, was te schemerig. ,,Dit bleek ook achteraf, omdat gedeeltes van u onscherp zijn'', zegt hij. Maar gelukkig: ,,De docent vond het een sterk portret en vond de onscherpe delen totaal niet storend, integendeel.''

Tot zover de jaren vijftig.


maandag 30 januari 2017

Superman was een vluchteling

Kreeg zondagavond bericht uit New York. Zo'n tienduizend mensen liepen mee in een geïmproviseerde mars vanaf Battery Park naar het noorden. Het was roetkoud, maar dat houdt deze mensen niet tegen. Sommigen dragen pussy hats.

Het viel Julie op - zij stuurde deze foto's - dat er veel borden werden meegedragen met teksten die uit films en muziek komen. Superman, Fassbinder (de Engelse titel van Angst essen Seele auf (1974)), Simon & Garfunkel en Resident Evil. Maar er zijn ook borden met teksten als ,,My father didn't survive Auschwitz for this'' en ,,His mental illness should not be our public policy.''

Op een filmpje dat ze meestuurde is te horen dat ze roepen: ,,No wall, no registry, no more white supremacy'' en ,,No hate, no fear, refugees are welcome here.''

dinsdag 10 januari 2017

Film over film




Goed nieuws: sinds maandag is Voor Film van Douwe Dijkstra online te zien. Geheel gratis ook nog.

Dijkstra nam eerst gesprekken op met allerlei filmliefhebbers en kijkers, en baseerde daar dan weer zijn beelden op, gegoten in een soort van verhaal. Het leverde een uitermate vindingrijke korte film op die over film gaat.

Voor Film draaide op allerlei festivals en is ook eens vertoond in de Friesche Club in Leeuwarden, met toelichting van de maker.

Die kwam, dik twee jaar geleden alweer, met zijn collega Bart Jansen ook bij mij op bezoek om hier opmerkingen op te nemen, er zitten er een paar van in Voor Film. Dat mijn verhaal over aftitelingen er zelfs het slotwoord van is staat me erg aan. Ik hou nu eenmaal van aftitelingen.

Oh ja, en die Supermanfilm waar ik het over heb is Superman Returns uit 2006 en ik bedoel onderstaande scene. Het eind ervan, althans.