woensdag 2 januari 2019

Drie keer John Denver



Het was de laatste donderdag van 2018 en ik hoorde drie keer John Denver.

Bij de begrafenis van omke Libbe, in het kerkje van Oudehaske, klonk die ochtend niet alleen Jim Reeves en Wonderful world van Louis Armstrong, maar ook Sunshine on my shoulders van John Denver. Onmiddellijk dacht ik aan collega Fedde, die zo'n diep gewortelde weerzin tegen John Denver heeft.
Sunshine on my shoulders makes me happy
Sunshine in my eyes can make me cry
Sunshine on the water looks so lovely
Sunshine almost always makes me high
Een van de toespraken was door een schaatsmaat, een reusachtige man met een rode trui, die stram het podium opzwaaide en memoreerde hoe Omke Libbe niet lang voor zijn dood nog had gezegd: ,,Wat binne wy moai te riden west, no?''

Die man liep voor me toen we de begraafplaats in IJlst opliepen, die overigens vlakbij de ijsbaan is.

,,Sjochst it wol?'', vroeg hij een metgezel. Hij wees op zijn benen. Hij was aan een knie geopereerd vertelde hij, en de andere zou volgen in januari. Daarom was het ene been nu recht, het andere nog krom.

Iedereen keek. Het was inderdaad duidelijk te zien.

Bij de koffie in Het Wapen van IJlst sprak ik Popkje, de zus van Libbe. Ik vertelde hoe ik vroeger in de boerderij van hun ouders in IJlst onder de indruk was van de koekoeksklok. Die hing hoog aan de muur van de keuken, tussen talloze geweien op plankjes en opgezette hertenkoppen.

Bijna ademloos kon ik staan wachten tot het wonder zich voltrok: een deurtje ging open en er kwam een vogeltje tevoorschijn dat de tijd aangaf.

,,Wolst him ha?'', vroeg Pop. ,,Hij hinget by ús this, mar hy stiet út. Myn man koe der net oer.''

Bij de terugrit naar Leeuwarden klonk nummer 1326 van de Top 2000 uit de radio. Perhaps love van Placido Domingo en John Denver, een zeiknummer van heb ik jou daar.

Perhaps love is like the ocean full of conflict, full of pain
Like a fire when it's cold outside or thunder when it rains
If I should live forever and all my dreams come true
My memories of love will be of you 

Ik begon zowaar collega Fedde te begrijpen.

's Avonds was de Barre Krystkuier van Easterlittens, een avondwandeling van vijftien kilometer.

Pieter had me ervoor uitgenodigd, mede omdat hij die dag jarig was.
Vanuit Easterlittens werden we met bussen naar de mistfontein in Leeuwarden gereden, en vandaar liepen we terug. Wie goed kijkt, kan ons rechts op de groepsfoto zien. Sita, de zus van Pieter, was mee, net als Schumi.

,,Gaat die hond ook mee?'', vroeg een organisator vlak voor bij de groepsfoto werd gemaakt. Pieter had me van tevoren gezegd dat het wel kon. ,,Dat is de bedoeling'', zei ik.

,,Het mag niet'', zei de man. ,,Staat met zulke letters in het reglement. Je loopt onderweg door natuurgebied en je komt ook bij een boerderij waar een waakhond is.''

,,Er was mij verteld dat het goed zou zijn'', zei ik. ,,Maar dan bind ik hem hier zolang wel aan een boom.''

,,Dat is zielig'', zei de man, die een goed hart had. ,,Neem hem dan maar mee.''

Die wandeling voerde langs allerlei schuren waar kerstkoren stonden te zingen, Nynke Rixt Jukema uitlegde hoe het met de lichtvervuiling is gesteld of een accordeonist speelde. Daar kreeg je je warme chocolademelk, een broodje worst of glühwein.

Ook stonden daar dixies, met natuurlijk een rij vrouwen ervoor.

Uit een ervan klonk gerommel, en de vrouw vooraan in de rij riep: ,,Laat je de boel een beetje heel?''

,,Je moet niet denken dat ik naar zo'n dixie ga'', zei de zus van Pieter. ,,Nou helemaal niet meer.''

In een schuur bij Hoptille - dat was de boerderij met de waakhond, maar die liet zich niet zien - stond muziek op. En net toen wij er onze broodjes knakworst zaten te eten klonk daar Calypso. Van John Denver.
Aye Calypso the places you've been to
The things that you've shown us the stories you tell
Aye Calypso, I sing to your spirit
The men who have served you so long and so well

Aan John Denver heb ik niet echt een hekel, maar daarmee was het voor een dag wel genoeg geweest.

zaterdag 22 december 2018

De eerste troef van Friesland


Een dichte drom publiek pakte samen op de baan, die de rijders moesten volgen. Uit het gewemel der duizenden maakte zich plotseling een diep gebogen figuur los. ,,Libbe Kerstma’’, raasde een jonge knaap. Met rustige slag dook hij de duisternis van het Van Harinxmakanaal in. Friesland had zijn eerste troef op tafel gelegd.
Het bovenstaande stukje komt uit het verslag van de Elfstedentocht van 1963, de Hel van '63, in de Leeuwarder Courant van vrijdag 18 januari 1963.

Die Libbe Kerstma, die hier als een Friese troef en volksheld wordt afgeschilderd, was mijn omke Libbe uit IJlst. Vanmorgen las ik in de krant dat hij donderdag is overleden, 85 jaar oud. Hij was niet echt mijn oom, maar een neef van mijn moeder. Hun moeders waren zussen.

Als klein kind ben ik vaak met pake en beppe op de boerderij van Libbe en zijn ouders in IJlst geweest. Op de foto boven dit weblog sta ik met Libbes broer Wybren.

Hoewel ik me omke Libbe makkelijk voor de geest kan halen, kende ik hem eigenlijk niet goed. Op de boerderij was hij altijd aan het werk, leek het wel, terwijl wij hele dagen koffie en thee dronken met tante Heerta en omke Johannes, zijn ouders. Een keer was hij zomaar op de redactie, want hij bleek goed bevriend met onze toenmalige hoofdredacteur Hylke Speerstra. Ik had hem jaren niet gezien maar herkende hem meteen. Net als die 'jonge knaap' uit het krantenstuk hierboven

Van mem, die in de oorlog een tijdje op de boerderij in IJlst heeft gewoond, hoorde ik altijd dat hij heel sportief was, schaatste, fietste, schaakte.


Maar dat hij zo'n beroemde, veelbelovende schaatser is geweest (het stukje hiernaast komt uit het Parool van 21 januari 1963), daar kwam ik pas achter toen mijn LC-collega Bonne Stienstra in 2010 een column over hem schreef.

Daarin onthult hij waarom omke Libbe destijds in 1963 een van de vele afvallers van de Elfstedentocht is geweest.
Hij had de Ronde van Sneek gewonnen en de 100 kilometer van Langweer. Hij was 29 jaar, hij was boer en hij was beresterk. En snel, als het maar rechtdoor ging, want een bochtenrijder was hij niet.
Al in de eerste 5 kilometer van de Tocht viel er iemand naast hem en zeilde bovenop de schaatsen van Kerstma. ,,De man hie in wite trui oan. Ik sloech achteroer en knap die’t.’’ Achteraf bleek dat een wervel naar binnen was geknakt. Kerstma scharrelde rechtop, want krom kon hij niet meer, nog wel even door, maar in IJlst, vlakbij zijn boerderij, stapte hij af.
Met die wervel en de aanpalende pezen is het nooit meer helemaal goed gekomen. Hij kon zich niet meer met de besten meten. Als recreant reed hij de tochten van 1985 en 1986.
In 1997 maakte hij nog even een tochtje over het ijs in de Zuidwesthoek, om te kijken hoe het ging. Hij reed op de Hegemermar, tegen de wind in. ,,Doe hearde ik achter my: skras-skras. Dan witte jo it wol, in minne rider, mar hy skraste my wol foarby. Doe wist ik: ophâlde.’'
In de krant van 1963 lees ik dat Libbe heeft gezegd: ,,Dit is moardzjen'',  en toen is gestopt.

,,Bist net goed'', vroeg tante Heerta, zijn moeder, hem.

,,Bêst'', zei omke Libbe. ,,Mar ik doch it net mear.''

(De foto komt uit de LC van 27 december 1962, de Sneekermeerronde. Omke Libbe schaatst rechts, met een witte trui)

maandag 17 december 2018

Proost, gele hesjes!


Over de Boulevard Richard-Lenoir kwam een stoet mensen aan met gele hesjes, een enkeling met van die rode fakkels waar voetbalfans dol op zijn.

Sommigen waren onherkenbaar achter bivakmutsen en hoog opgetrokken sjaals. ,,Dat zijn de relschoppers'', wist Gerard, met wie ik hier uit nieuwsgierigheid naar toe gelopen was. ,,Daar moet je mee oppassen.''

Hij hield zijn mobieltje voor de borst, om er een filmpje van te maken. We stonden in de stroom, ze liepen links en rechts om ons heen Place de la Bastille op. Het filmpje is overigens mislukt, want de telefoon stond in de selfiestand.

Indrukwekkend groot was deze stoet nu ook weer niet, maar er stond wel een macht politiewagens voor klaar. Toen we even later in Café Rey Bastille zaten, om het spektakel warm en droog te zien, kwamen er zwaarbewapende militairen langs. De ruiten van een bank aan de overkant waren afgedekt met houten platen.

Het regende steeds harder, enkele gele hesjes vonden het welletjes en gingen op het terras zitten roken onder zo'n verwarmingsding. Een meisje bestelde een rosé en stak haar glas proostend naar ons op. Ik proostte met mijn glas rode wijn terug.

,,Niet doen'', waarschuwde Gerard. ,,Dan denken ze dat we solidair met ze zijn.'' Maar het was al te laat, ook Emmy had al met de gele hesjes buiten geproost. De obers stonden zo nu en dan met ze te praten, er waren geregeld discussies met voorbijgangers.

,,Gaat dat hier elke week zo?'', vroeg ik de ober. ,,Ils sont mécontent'', zei hij en verduidelijkte: ,,C'est pas: on est mécontent, mais ils sont mécontent.'' Dus niet: Men is ontevreden, maar zij zijn ontevreden.

Gerard trok intussen een raar gezicht naar een van de gele hesjes, een man met een wollen mutsje. Die stak beide duimen op, stond op en kwam naar binnen.

,Hij komt hierheen, jij moet even tolken'', zei Gerard. ,,Ik peins er niet over'', zei ik. ,,Dat is me veel te ingewikkeld. Je redt je er maar mee.''

De man sprak ook Engels. Toen hij doorhad dat we uit Nederland kwamen, stak hij zijn duimen nog eens op.  ,,Amsterdam, Rotterdam, Maastricht'', somde hij op. ,,In Nederland is het goed voor elkaar met de sociale voorzieningen'', wist hij. ,,Bij ons niet. Dat komt, jullie zijn protestant, hier zijn ze katholiek.''

Hoe dat precies zit zijn we niet achter gekomen. Wel zei hij dat wij niet moesten denken dat het hier altijd protest en chaos is, Parijs is vooral een prachtige stad. Wat dat betreft waren we het helemaal met deze gilet jaune eens.


2.

Diezelfde avond belandden we voor een afzakkertje in café Le Faubourg, een eind verderop. Aan een lange tafel achter ons keek een gezelschap naar de Miss France-verkiezing, mooie meiden uit Frankrijk en de overzeese gebiedsdelen,  die in een eindeloze tv-show over het podium paradeerden.

,,Die daar komt uit Guadeloupe'', zei een van de donkere mannen van die tafel tegen ons. ,,Daar kom ik ook vandaan. Zij is de mooiste.'' Dat vonden Emmy en ik ook, de anderen uit ons gezelschap voelden meer voor mevrouw Tahiti, die uiteindelijk ook won.

Maar hoewel die miss-verkiezing de volgende dag zelfs onderdeel was van het journaal (dat heb ik in Nederland nog nooit beleefd) was het niet het belangrijkste. Het geluid van de tv stond uit, en er stond dansmuziek op, lekkere disco en zelfs Kiss van Prince. De mensen aan de lange tafel stonden vaak op om te dansen.

Beste moment was toen Bohemian Rhapsody werd opgezet en het hele café - wij ook - mee ging zingen.

Wie ooit in een Frans hoekcafé tegen middernacht met wildvreemde anderen van allerlei huidskleur uit volle borst Galileo Galileo heeft gezongen, beseft dat het hoe dan ook wel goed komt met Europa.

(De foto is gemaakt door Jan Visser)

zaterdag 1 december 2018

Bij de gilets jaunes



Even na enen op zaterdag stonden er tien mensen met gele hesjes op de hoek van het Wilhelminaplein. Dat was de Friese afdeling van de losjes georganiseerde gilets jaunes, een uit Frankrijk overgewaaide protestbeweging, oorspronkelijk tegen hoge dieselprijzen.

Omrop Fryslân was erbij, collega José van de Leeuwarder Courant, er waren een paar fotografen en mensen van nieuwswebsites. Dus in die zin was de actie al geslaagd.

Ik keek van een afstand toe of er iets zou gebeuren. Schumi at intussen pepernotenrestjes van het plein. Een man met een baard liet een boek aan mensen zien en zei duidelijk hoorbaar: ,,Wij zijn nobele mensen!'' Een ander nam nu en dan een slokje Monster Energy.

Een vrouw vertelde twee motoragenten dat ze niks verkeerds gingen doen, anders dan in Frankrijk: ,,We zijn hier in Nederland. We zijn vredelievend.'' De motoragenten vertrokken weer. Nieuwelingen konden een geel hesje uit een tas krijgen.

Een wat oudere man met een pet op, die ik wel vaker tegenkom op het plein, probeerde de aandacht van Schumi te trekken. Hij stak zijn hand uit en deed Tsk Tsk. Maar Schumi trapt daar niet snel in, zeker als er geen voedsel in het spel is.

,,Wat is dit?'', vroeg de man.

,,Protesten'', zei ik. ,,Uit ontevredenheid.''

,,Waartegen?'', zei de man.

,,Dat weet ik niet precies'', zei ik. ,,Ze hebben geen spandoeken of zoiets.''

,,Dan weet ik het wel'', zei de man beslist. ,,Het is tegen Balkenende.''

Hij liep er naar toe en kwam na een kort gesprekje weer terug.

,,Wilde u niet meedoen?'', vroeg ik.

,,Het is niet tegen Balkenende'', zei hij met iets van teleurstelling in zijn stem. ,,Tegen die andere.''

,,Rutte?''

,,Ja. En dat de benzine te duur is.'' Het was hem de moeite van het aantrekken van zo'n hesje niet waard.


dinsdag 27 november 2018

Bertolucci è morto! È morto Bertolucci!


Novecento

Niemand zal me horen zeggen dat Novecento een slechte film is, want dat is hij niet.

Als hij nu op tv zou zijn, zou ik kijken. Hij heeft prachtige scenes die altijd blijven hangen.

Burt Lancaster als hoofd van zo'n Italiaanse bourgeoisfamilie, Sterling Hayden - onterecht vergeten acteur - als boer die zijn eigen oor afsnijdt, of het doortrapte fascistische stel, gespeeld door Donald Sutherland op zijn sinisterst en de boosaardige Laura Betti. Ik hoor ze zo weer samenspannend praten over de woning van la vedova Pioppi, waar ze op azen. Of die groep hoge heren, die na een jachtpartij hun geweren tegen elkaar zetten in een kerkje.

Maar er zijn ook stukken in waar ik niks mee had, en die hebben allemaal met de arbeidersklasse te maken. Dat reusachtige schilderij van Giuseppe Pellizza da Volpedo van hierboven, waar de film mee begint, zegt dat al. Waar je aan de ene kant al die markante personages hebt, is aan de andere kant het volk, dat samen opmarcheert, zingt, protesteert en aan het eind met grote rode vlaggen door de velden rent.

Ja klopt, Bertolucci is overtuigd marxist, hier ligt zijn hart en deze boodschap wil hij uitdragen. De moraal is dat na de Tweede Wereldoorlog schoon schip kan worden gemaakt en een nieuwe tijd begint. Best, maar toch doet deze versie van de klassenstrijd simplistisch en schematisch aan. Dit volk ruikt naar vormingswerk, niet naar echte mensen. Elke keer als ik de film zag, stoorde dat.


Last Tango in Paris

Al een tijdje ben ik bezig de boekenkast beter in te delen, zodat er geen stapels meer voor liggen. Omdat de stapels langzamerhand grotendeels weg zijn gewerkt, zie ik dat ik maar liefst drie biografieën heb over Marlon Brando. Dat wil zeggen, twee biografieën en een autobiografie.

Dat is wel veel, maar ik troost me met de herinnering aan Ron van Zonneveld, die kasten vol boeken over James Dean had.

Brando was begin jaren zeventig helemaal uit. Toen kwamen kort na elkaar The Godfather en Last Tango in Paris en daar was hij weer.

Brando over Last Tango: ,,Ik had een van de meer vernederende ervaringen uit mijn loopbaan bij het maken van deze film in 1972. Ik moest een scene spelen in het Parijse appartement waar Paul en Jeanne elkaar ontmoeten, en ik zou frontaal naakt in beeld komen. Maar het was zo'n koude dag dat mijn penis tot pinda-grootte ineenschrompelde. Ik realiseerde me dat ik het zo niet kon spelen, dus ik liep in mijn nakie door het appartement heen en weer, hopend op magie. Ik heb altijd geloofd in de kracht van de geest over de materie, dus ik concentreerde me op mijn geslachtsdelen, ik probeerde mijn penis en testikels tot groei te dwingen. Maar mijn geest liet me in de steek.''

Uit een van de biografieën blijkt dat hij niet zo makkelijk naakt rondliep: hij vond zichzelf veel te dik, hij was op dieet voor de film maar dat was nog niet klaar. Daarom heeft hij in het appartement vaak een jas aan en filmde cameraman Vittorio Storaro zo, dat Maria Schneider, ook naakt, het zicht op zijn buik belemmert.

Brando zelf: ,,Het was een van de vele scènes waar Bertolucci wilde dat ik de liefde bedreef met Maria Schneider, om de film authentieker te maken. Maar dat zou de film compleet hebben veranderd, dan zou de nadruk op onze geslachtsorganen komen, en dat weigerde ik. Maria en ik simuleerden veel, ook een scene met anale seks (buggering, noemt Brando het) waarbij ik boter gebruikte, maar het was allemaal namaakseks.''

,,Tot op de dag van vandaag weet ik niet waar Last Tango in Paris over gaat.  Toen we hem maakten, denk ik dat Bernardo het ook niet wist, al zei hij toen de film was uitgebracht dat de film onderzocht of twee mensen een anonieme relatie kunnen hebben en of ze die vol kunnen houden als de anonimiteit doorbroken is en de buitenwereld zich ermee bemoeit.''

maandag 26 november 2018

Accent of spraakgebrek



Achter ons op de Tuinen liepen vanmiddag twee Engelstalige jongens. Hoewel een van hen zo'n dikke koptelefoon ophad, waren ze toch druk en vrij luid in gesprek over een interessante kwestie. Het ging over sign language.

,,Stel dat je doof bent'', zei een van de twee. ,,En je hebt maar een arm. Geld je dan als iemand met een accent, of met een spraakgebrek?''

De ander dacht een tijdje na en stelde vast: ,,A speech impediment. Want je wilt wel iets zeggen, maar je kunt het niet goed.''

Goed punt, leek me. Ze liepen een andere kant op dus of de discussie verder ging weet ik niet.